Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

03/14/2016: "De nieuwe Buiten de Orde is uit!"

Afgelopen week verscheen het eerste nummer van Buiten de Orde van 2016. Het kwartaalblad is een uitgave van de Vrije Bond en is gevuld met actieverslagen uit binnen- en buitenland, columns, strips, interviews, en boekverslagen, praktische en theoretische stukken over een verscheidenheid aan onderwerpen: anarchisme, zelfbeheer, arbeidersstrijd, mensenrechten, antifascisme, antimilitarisme, milieuacties, verzet en onafhankelijke cultuur etc.

buitendeorde20161 (21k image)

Klik op meer

Ten eerste vragen we aandacht voor het artikel ‘De Logica van het Ultieme Kwaad’ van Peter Storm. Per abuis is dit artikel niet in het nieuwste nummer afgedrukt, terwijl het er zeker in had moeten staan. Daarom hebben we besloten het stuk integraal online te zetten. Bij deze dus, hier onder de aankondiging.

Het artikel van Peter Storm vult samen met een viertal andere artikelen het thema van deze Buiten de Orde, ‘Oorlog’. Daarnaast is er wederom veel aandacht voor vluchtelingen, met onder andere een verslag van een bezoek aan de jungle van Calais en een artikel over het VluchtBus-project. Ook vind je de gebruikelijke kronieken over migratie en economie, de boekentips van het Fort van Sjakoo en een verhaal uit de oude doos. En nog veel meer!

Wil je zelf een bijdrage leveren aan de totstandkoming van Buiten de Orde? Schrijf een artikel, een actieverslag, een column of een cartoon. Of kom de redactie versterken! Je kunt je artikel sturen naar: redactie@buitendeorde.nl.

Het blad kost maar €2,50 en is verkrijgbaar bij de betere linkse boekhandel. Voor meer informatie over abonnementen en verkooppunten, kijk op www.vrijebond.nl/buitendeorde.


Tegen de Logica van het Ultieme Kwaad
Een moeilijk maar nodig nee tegen Nederlandse oorlogsdeelname

door Peter Storm

De wereld glijdt weg in oorlog en Nederland doet graag mee. Van een vredesbeweging met enige impact is intussen amper sprake. Niet wereldwijd, en nog minder in Nederland zelf. Dat is verontrustend, want oorlogen verdwijnen niet vanzelf. Op hun beloop gelaten hebben ze de neiging erger te worden, steeds meer landen mee te slepen, en komt de inzet van steeds verwoestender wapentuig dichterbij. Dit zien we momenteel gebeuren, nu op meerdere fronten dezelfde rivalen met elkaar botsen: in en om Jemen, in en rond Oekraïne, en vooral in en om Syrië.

Spectaculair maar ondoorzichtig met de Syrische oorlog verweven is de zogenaamde oorlog tegen Islamitische Staat, IS. Dat is, meer dan een ‘terroristische organisatie’, feitelijk een staat van een griezelig soort. Er zijn er maar weinigen die deze staat echt effectief bestrijden. Voor Rusland is de strijd tegen IS een ideologische paraplu om de Russische steun aan het Assad-bewind mee te excuseren. Russische luchtaanvallen treffen gebieden waar IS nauwelijks actief is, maar waar wel serieus gewapend verzet tegen het bewind wordt geboden. De VS en haar bondgenoten bombarderen al sinds 2014 IS-posities, en nadat ook Rusland bommen ging gooien heeft de VS haar bombardementen opgevoerd om geen al te lakse indruk te maken als crimefighter.

Iedereen die eerdere campagnes tegen soortgelijke jihadistische bewegingen heeft gevolgd, weet dat luchtaanvallen zulke bewegingen niet verslaan, maar eerder van nieuwe, op vergelding gebrande rekruten voorzien. De War on Terror, afgekondigd na 9/11, begon toen Al Qaeda bases stichtte in het grensgebied van Afghanistan en Pakistan en een handvol bloedige aanslagen op haar naam had gezet. Sindsdien hebben vertakkingen van Al Qaeda land na land voet aan de grond gekregen. In Irak, mede dankzij de Amerikaanse invasie van 2003. In Libië, mede dankzij de NAVO-oorlog tegen Kadhafi. In Syrië, mede dankzij Westerse steun aan strijdgroepen tegen Assad waarvan er velen dicht tegen Al Qaeda aanleunen of er mee verbonden zijn. In Jemen, waar Amerikaanse drone-aanvallen huishouden, en waar Saoedi-Arabië en haar coalitie de Houthi’s – verbonden met Iran maar tegelijk ook precies een kracht die enigszins effectief leek tegen Al Qaeda – poogt te verpletteren.

Hoe meer Oorlog tegen Terrorisme, hoe meer Al Qaeda en haar klonen en varianten zich verspreidden

Hoe meer Oorlog tegen Terrorisme, hoe meer Al Qaeda en haar klonen en varianten zich verspreidden. Het huidige IS, een extra kwaadaardige Al Qaeda-variant, groeide samen met het bredere Al Qaeda-achtig jihadisme met elke Westerse bom op Irak, Syrië, Pakistan, Afghanistan en Jemen. Geestverwanten slaan toe in Parijs en in San Bernardino. Meer luchtaanvallen gaan die trend naar meer IS-geweld vast niet ombuigen. Ze zullen eerder de vergeldingsdrang, waar IS op parasiteert, verder voeden. Wie per se ook aanslagen wil zien op het Rembrandtplein in Amsterdam of op de Heuvel in Tilburg, die doet er goed aan om mee te gaan bombarderen in Syrië. Dat is wat de Nederlandse regering van plan is. Het is een onzalig plan. Het verdient een actief en subversief néé.

Je zou denken dat anarchisten een geschikte kijk op de maatschappij hebben om dat ‘nee’ van de grond te krijgen. Anarchisme en antimilitarisme horen immers bij elkaar. Het anarchisme berust op principieel verzet tegen iedere opgelegde, institutionele hiërarchische autoriteit, op ‘het in de wind slaan/van om het even welk bevel’ [1] in de prachtige dichtregels van Ingeborg Bachman. Het ultieme bevel is het bevel om anderen te doden. De ultieme hiërarchische autoriteit is de generale staf. De ultieme autoritaire institutie is het militaire annex ‘veiligheids’-apparaat. De ultieme autoritaire daad is het in georganiseerd verband op bevel van hogerhand doden van andere mensen, oftewel de oorlog. Afkeer van het militaire apparaat, de logica achter dat apparaat, haar werkwijze en haar activiteiten – samengevat: afkeer van het militarisme – vloeit logisch uit anarchistische opvattingen voort. Omgekeerd: wie oorlog afwijst en dat systematisch doordenkt, komt logischerwijs tot het afwijzen van het hele idee van doden-op-bevel, tot afwijzing van het militaire apparaat en haar hiërarchie waarin dit doden-op-bevel is verankerd. Van daaruit naar het afwijzen van institutionele autoriteit en hiërarchie is dan geen grote stap. Die afwijzing brengt je midden in een anarchistische logica.

Maar een afwijzing van militarisme, zelfs als we gewapend verzet – wat nog niet hetzelfde is als militarisme – onvermijdelijk vinden, is zelfs in anarchistische kringen momenteel ver te zoeken. Integendeel, acceptatie van Westerse luchtaanvallen, begroet als ondersteuning tegen onderdrukking, zien we vaak rond Rojava, de door Koerden bewoonde districten binnen de Syrische staatsgrenzen. Daar is sinds 2012 sprake van serieuze pogingen om vormen van autonomie en radicaal-democratisch zelfbestuur op poten te zetten. Het Assad-bewind, onder druk van de Syrische vertakking van de Arabische Lente, ontruimde in dat jaar die Koerdische districten. De PYD, een aan de PKK gelieerde Koerdische verzetsbeweging, nam de gebieden over. Die PYD en de PKK hadden hun maatschappijvisie in de voorafgaande jaren omgevormd van stalinistisch nationalisme naar een van libertair socialistische concepten doordrenkte analyse. Daarbij speelde de invloed van libertair theoreticus Murray Bookchin op PKK-boegbeeld Öcalan een rol. Het hele proces zit vol spanningen en tegenstrijdigheden. Maar iets van een verwezenlijking van anarchistische idealen is er wel degelijk in te herkennen.

Tegelijk wordt Rojava niet alleen verdedigd door dappere PYD-strijders. Ook de VS helpt een handje, met flinke luchtaanvallen op IS-milities die Rojava belegerden, aanvielen en met massamoord bedreigden. De Amerikaanse luchtaanvallen hielpen om dat IS-beleg te verzwakken. Intussen is de PYD in de regio flink in opmars. Het is één van de weinige krachten die wél effectief tegen IS weet te strijden, omdat ze niet alleen ergens tegen vecht, maar ook idealen heeft die het waard zijn om vóór te vechten. De sympathie die deze strijd onder anarchisten oproept is logisch. Maar ze gaat te vaak gepaard met het negeren van de militaristische houdgreep waarin de strijd zich bevindt. Precies dat slaat terug op de rol die anarchisten in een land als Nederland zouden kunnen spelen, maar helaas niet spelen.

De PYD verwelkomt Amerikaanse steun tegen IS. Dat is niet vreemd: de toestand is desperaat, geen Amerikaanse bommen accepteren zou wel eens kunnen neerkomen op een overwinning van IS. Dat strijders ter plekke dit soort keuzes maken kan niemand ze kwalijk nemen. Maar dat betekent niet dat we ons met die keuzes dienen te identificeren. Het ontslaat ons evenmin van de taak om een eigen positie te bepalen. Daarmee zijn we terug bij de noodzaak om hier, in Nederland positie te kiezen. Want zoiets wringt: solidair zijn met een beweging die steunt op Amerikaanse bommenwerpers, en tegelijk oppositie voeren tegen Nederlandse support aan operaties waar precies die Amerikaanse bommenwerpers een hoofdbestanddeel van uitmaken.

De verleiding om, wegens het nut dat een specifieke militaire operatie heeft voor strijd die onze solidariteit verdient, geen oppositie te voeren tegen de oorlog waar die operatie deel van uitmaakt, is echter gevaarlijk. Bezwijken voor die verleiding betekent: anarchistische kernprincipes opzij zetten en het militarisme niet de tegenstand bieden die noodzakelijk is. Maar waarom blijkt het steeds zo moeilijk te zijn om deze verleiding te weerstaan, en anarchisme met een knieval voor het militarisme te verstrengelen? Ik denk dat er een denkmechanisme aan te grondslag ligt dat we keer op keer zien wanneer sociaal-revolutionaire strijd ingebed is in een breder conflict tussen grote mogendheden. Ik duid dit mechanisme aan als de Logica van het Ultieme Kwaad.

Wat bedoel ik? We zien een wereld vol mogendheden onderdrukkend zijn jegens bevolkingen, maar tegelijk onderling botsen over de vraag wie welk deel van die bevolkingen mag beroven en terroriseren. Het is voor anarchisten die principieel tegenover al die machten staan ondoenlijk om ze allemaal tegelijk precies op elk moment even hard te bestrijden. Soms dreigt de ene staat of staat-in-wording met iets grotere verwoesting dan haar rivalen. Dan krijgt de strijd tegen die ene dreiging iets meer prioriteit dan andere gevechten, zonder dat die andere gevechten dus ook maar moeten worden stilgelegd. So far, so bad, zolang we maar afstand bewaren van álle staten en mogendheden.

Maar het gebeurt heel gauw dat die iets grotere bedreiging zodanig wordt uitvergroot dat ze het Ultieme Kwaad lijkt te representeren. Dan verschijnt elke tegenstander van dat Ultieme Kwaad als bondgenoot, en wordt de strijd tegen die vaak nauwelijks minder erge kwaden stilgelegd of minstens uitgesteld. Gevolg is in het gunstigste geval dat het Ultieme Kwaad wordt bedwongen, om prompt plaats te maken voor het tot dan toe op één na Ultiemste Kwaad. De kans is echter levensgroot dat, omdat men met allerlei andere kwaden meent te moeten samenwerken, de motivatie van de strijd zelf ondermijnt, zodat slechts een strijd tussen zwakkere en sterkere kwaden overblijft. Dan houden degenen die voor iets beters proberen te strijden het nakijken en wint het Ultieme Kwaad nog ook.

Dat klinkt abstract. Daarom wat voorbeelden. Voor grote delen van marxistisch links was en is er tussen 1945 en het heden een groot Ultiem Kwaad: de VS en haar bondgenoten, ‘het imperialisme’. Elk conflict werd naar die maatstaf geëvalueerd. De gevolgen zijn funest, tot op de dag van vandaag. Breekt er ergens een opstand uit tegen een pro-Amerikaans bewind, dan staat men klaar om die opstand te steunen, en verwelkomt men steun, desnoods uit de meest bizarre hoeken. Is er echter sprake van een opstand tegen een bewind dat in conflict met de VS is, dan neigen aanhangers van deze redenering ertoe om het bewind te steunen, niet de opstand. Toen in 1978-79 revolutie uitbrak in Iran, destijds een Amerikaanse bondgenoot, keken teveel linkse mensen niet kritisch naar de rol van de sjiitische geestelijkheid onder Khomeini, en dus liet men zich een bondgenootschap met die geestelijkheid tegen de Sjah aanleunen. Toen er in 2011 echter een opstand uitbrak in Syrië, een land waarmee de VS een conflict heeft, zei de Logica van de Grootste Vijand, dat het bewind verdedigd moet worden, en de opstand mag neerslaan. Immers, die opstand ondermijnde de strijd tegen de VS, het Grootste Gevaar. Naar de opstand zelf werd verder nauwelijks gekeken, slechts de geopolitieke dimensie gold. Zo schreven nogal wat linkse mensen de opstand in Syrië vanaf het begin al af als pro-Amerikaans, regime change in de dop. Dan maar liever Assad, die tegenover de VS stand probeerde te houden. Zo brengt de Logica van het Ultieme Kwaad sommige linkse mensen ertoe om een dictator die zich staande houdt met marteling en barrel bombs op woonwijken te steunen in diens oorlog tegen de eigen bevolking, en daartoe ook Russische bommen te verwelkomen. Deze logica leidt tot ondersteuning van massamoord ter wille van de strijd tegen de ultieme vijand, de VS/‘het imperialisme’.

Een eerdere versie van deze logica is die achter het brede democratische antifascistische bondgenootschap zoals stalinistisch links dat propageerde in de jaren dertig en – met een onthullende onderbreking van 1939 tot 22 juni 1941 – in de jaren veertig van de twintigste eeuw. Dezelfde redenering: het fascisme vertegenwoordigde het Ultieme Kwaad. Alles moest ondergeschikt gemaakt worden aan de strijd tegen dat fascisme. Elk bondgenootschap – ook met krachten die in bruutheid voor het fascisme nauwelijks onderdeden – was geoorloofd, ja noodzakelijk. Zo kregen we een Tweede Wereldoorlog waarin de VS, samen met koloniale mogendheden als Groot-Brittannië, Frankrijk, Nederland, zij aan zij kwam te staan met een door antisemitische officieren bestuurd Polen, en uiteindelijk ook met de stalinistische Sovjet-Unie, om te strijden tegen nazistisch Duitsland en militaristisch Japan, en een reeks conservatieve, fascistoïde Oost-Europese staten. Italië belandde min of meer toevallig aan de nazi-kant. De Sovjet-Unie belandde min of meer toevallig aan de geallieerde kant, na twee jaar lang de opdeling van Oost-Europa in aanvankelijke harmonie met Duitsland te hebben geregeld.

Jazeker, Nazi-Duitsland was veruit de ergste van het hele oorlogvoerende stel. Maar verviel daarmee de noodzaak om afstand te houden van alle kwaadaardigheid van het statenpact dat min of meer bij toeval in het geallieerde, ‘antifascistische’ kamp was beland? Waren de zogeheten ‘troostmeisjes’, gedwongen tot prostitutie voor Japanse soldaten, die terecht nog steeds om rechtsherstel vragen, wel onze solidariteit waard, en de slachtoffers van systematische en van hogerhand gefaciliteerde massaverkrachtingen van vrouwen in Boedapest, en in Oost-Pruisen, door Russische soldaten in 1945 niet? Die laatsten kunnen veelal niet meer om rechtsherstel vragen trouwens. Ze werden vaak direct na de groepsverkrachtingen vermoord.[2]

In dit geval liep het allemaal ‘goed’ af, vanuit de Logica tenminste. Duitsland en Japan leden de nederlaag, het Ultieme Kwaad was bedwongen – waarna de wereld prompt ruzie kreeg over wat het volgende Ultieme Kwaad werd, de VS of de Sovjet-Unie. Het loopt ook wel eens helemaal mis, en een klassiek voorbeeld blijft Spanje. Daar vond in 1936 een militaire staatsgreep plaats tegen een via verkiezingen gevormde, min of meer linkse regering. Die staatsgreep mislukte door grootschalige opstand en muiterij door radicale, grotendeels anarchistische, arbeiders en boeren. Je kreeg al snel drie blokken. Het fascistische kamp waar de staatsgreep had gewonnen; het revolutionaire kamp waar de opstandige menigten de staatsgreep had verslagen, en waar een sociale omwenteling op gang kwam doordat arbeiders fabrieken overnamen, en boeren het land; en het Republikeinse kamp, van een regering die haar overleving te danken had aan de succesvolle revolutionaire strijd tegen de staatsgreep, maar alles op alles zette om haar eigen macht te consolideren. Dit kamp trachtte ‘respectabel’ en niet revolutionair over te komen bij potentiële bondgenoten als Frankrijk en Groot-Brittannië. Dus probeerde de Republikeinse regering de revolutie zo veel mogelijk terug te dringen.

Helaas had de andere ‘partner’ in het ‘antifascistische front’ veel minder consideratie voor de anarchistische ‘partner’ dan andersom

Zowel de Republikeinse regering als het revolutionaire kamp van anarcho-syndicalistische boeren en arbeiders, hun bonden en milities, stonden tegenover de fascisten. Maar ze stonden tegelijk ook tegenover elkaar. Consolidatie van de Republiek betekende het overleven van staat en kapitalisme en dus de ondergang van de revolutie. Consolidatie van die revolutie vergde haar uitbreiding, en daarmee de ondergang van de Republiek en het kapitalisme. Revolutionaire, antimilitaristische logica vergt dan een strijd tegen welk van de contrarevolutionaire machten maar het dichtst bij komt, zowel tegen de Republikeinse, steeds meer door stalinisten beheerste orde als tegen de fascisten. Maar de Logica van het Ultieme Kwaad belichaamd door de fascisten, domineerde. Dus begaven revolutionaire bewegingen zich in een fataal bondgenootschap met de Republiek, en leverde anarchisten zelfs een tweetal ministers aan de regering. Samen de fascisten verslaan ging boven alles, ook boven de eigen idealen en principes. Helaas had de andere ‘partner’ in het ‘antifascistische front’ veel minder consideratie voor de anarchistische ‘partner’ dan andersom. Al snel vermoordden stalinistische agenten achter het front revolutionaire strijders, anarchisten en ook die marxisten die de revolutie steunden. Anarchistische kopstukken pruttelden wat tegen, maar durfden de loyaliteit met de Republiek – en dus ook met de stalinistische moordenaarsbrigades – niet op het spel te zetten.

Leidde het bondgenootschap tussen revolutionaire krachten en de burgerlijk-stalinistische Republiek dan tenminste tot de nederlaag van die Ultieme Vijand, Franco en zijn fascisten? Nee dus. Doordat Republikeinse ordetroepen de revolutie ondermijnden, ondergroeven ze de motivatie van arbeiders en boeren om tegen het fascisme te vechten. Waarom tegen fascistische onderdrukkers vechten, als je aan ‘eigen’ kant ook steeds harder wordt onderdrukt uit naam van de strijd tegen dat fascisme? Voor arbeiders en boeren was antifascisme een onderdeel van een revolutionaire vrijheidsstrijd. Ze waren dit gevecht niet aangegaan om een iets minder moorddadige regering te verdedigen tegen een nog moorddadiger bewind. Ze wilden van die opgelegde moorddadigheid af.

De Logica van Het Ultieme Kwaad, waar te veel anarchisten in meegingen, had de overwinning in de hand gewerkt van precies dat Ultieme Kwaad

Naarmate de revolutionaire verworvenheden door de Republikeinse regering werden kapotgemaakt, met goedvinden van aanvoerders van de anarcho-syndicalistische CNT die zich gedroegen als doodgewone vakbondsleiders en politici, hadden arbeiders en boeren minder reden om tot het uiterste te vechten. Het was steeds minder hun eigen strijd, en steeds meer een ‘gewone ’oorlog tussen twee legers, beiden vijandig tegenover de vrijheidsdrang van boeren en arbeiders, hoe zeer ze ook onderling botsten. De belangrijkste krachtbron tegen het fascisme ging verloren: revolutionaire motivatie. Nu won degene met de meeste en de beste wapens, en dat bleek het fascistische kamp te zijn. De Logica van Het Ultieme Kwaad, waar te veel anarchisten in meegingen, had de overwinning in de hand gewerkt van precies dat Ultieme Kwaad. Franco won, niet de Republiek. Alles wat links en revolutionair was en de stalinistische contrarevolutie achter de linies had overleefd, werd alsnog verpletterd, monddood gemaakt, gearresteerd dan wel vermoord, door de fascistische contrarevolutie.

Na het imperialisme van de Verenigde Staten, en na het fascisme van de As-mogendheden dat er aan voorafging, is er een nieuw Ultiem Kwaad verrezen dat volgens te velen ten koste van iedere prijs, met alle mogelijke middelen en in welk merkwaardige bondgenootschap dan ook dient te worden bestreden: IS. In de strijd tegen IS verenigen zich niet alleen reeksen van staten, de Verenigde Staten voorop. Aan deze strijd geven ook teveel linkse en radicale mensen, waaronder anarchisten, voorrang boven alles. Hier zit een groot obstakel dat de opkomst van anarchistisch verzet tegen oorlogsdreiging en oorlog bemoeilijkt. Omdat IS gezien wordt als Ultiem Kwaad, vinden mensen het wel oké dat de strijd in Rojava mede leunt op Amerikaanse luchtaanvallen, en inmiddels ook op Russische militaire steun. Maar dan wordt het lastig om in Nederland oppositie te voeren tegen deelname aan dat soort luchtaanvallen.

Dat aan militaire steun voor autonomie in Rojava een prijskaartje hangt voor Rojava zelf – militaire afhankelijkheid vandaag, economische afhankelijkheid als er ooit iets van wederopbouw op gang komt, wordt nauwelijks onder ogen gezien. Dat, als je overleven aan de grootste militaire mogendheden te danken hebt, die mogendheden wellicht iets terug verwachten, krijgt nauwelijks aandacht. Dat de PYD – niet omdat het dit wil, maar omdat het geen keus denkt te hebben – speelbal van grote mogendheden is of dreigt te worden, laten mensen langs zich heen gaan. Het past niet in het beeld van een strijd die autonomie – toch ook onafhankelijkheid van autoritaire structuren, zoals grote mogendheden? – hoog in het vaandel heeft staan.

Om dit te onderbouwen is er dat Ultieme Gevaar van IS, uitvergroot tot de allergrootste bedreiging die vrijheid en beschaving in zeventig jaar hebben ontmoet. En ja, IS is een verschrikking. Een bloedig terreurbewind waar IS de baas is, een wrede maffiabende die haar moord- en afpersingspraktijken rechtvaardigt met religieuze argumenten. Een club die etnische en religieuze groepen uitmoordt, ontvoerden tot slavernij brengt, vrouwen tot object van verkrachting veroordeelt. Een schrikbewind waar het heerst, een Al Qaeda in het kwadraat in de gebieden daarbuiten. Aan de verhalen over IS hoeft weinig te worden overdreven. Die zijn op zichzelf afschrikwekkend genoeg. IS is, met haar autoritaire geweld, haar uitbuitingspraktijken en haar patriarchale terreur, een ontkenning van alles waar anarchisten voor staan, net zoals het fascisme dat eerder was.

De ellende is, net als met de strijd tegen imperialisme en fascisme, dat mensen uit naam van de strijd tegen dit verschijnsel precies ook die waarden verwaarlozen en vertrappen uit naam waarvan ze IS bestrijden of zeggen te bestrijden. Tegenover IS staan intussen de VS, Rusland, de dictatuur van Assad, het aan IS zeer geestverwante moordenaarsbewind van Saoedi-Arabië, tirannieke Golfstaten zoals de Verenigde Arabische Emiraten. Die gooien bommen op het gebied waar IS haar bewind uitoefent, en voegen extra ontwrichting toe aan wat IS zelf al doet.

Dat is gebruikelijk bij oorlogen tussen staten. Die doen wat betreft hypocrisie zelden veel voor elkaar onder. Het wordt een ander verhaal als anarchisten met de militaristische logica meegaan. Wie ter verdediging van Rojava Amerikaanse luchtaanvallen accepteert, geeft groen licht voor militair geweld dat buiten Rojava door veel Arabieren makkelijk – en terecht – gezien kan worden als het zoveelste imperialistische ingrijpen van de VS in het Midden-Oosten. Die Arabieren zullen dan ook nog minder genegen zijn dan ze al waren om zich als bondgenoot van Rojava op te stellen. Wie wil er immers bondgenoot zijn van degene die bommen op jou en jouw dierbaren laat gooien?

Zo versterkt een bondgenootschap tussen de Rojava-strijd en de VS precies het isolement dat het op zichzelf waardevolle sociale experiment noodlottig dreigt te worden. Het idee dat IS het Ultieme Kwaad is, dient als legitimatie. Leunen op militaire middelen – een bondgenootschap met één of twee grote mogendheden – helpt wellicht op korte termijn tot overleven op voorwaarden van die mogendheden. Maar buiten Rojava ziet het er uit als Arabieren bombarderen om Koerden te redden (zolang dat de VS uitkomt), niet als solidariteit tussen mensen van welke bevolkingsgroep dan ook.

De PYD ziet vanuit haar belegerde positie wellicht geen andere oplossing. Bovendien is haar moederschip, de PKK, al decennia lang gewend om zich aan mogendheden te verbinden om haar doelstellingen dichterbij te brengen. Militair-bondgenootschappelijke logica is haar niet vreemd. Een andere oplossing – niet via militair bondgenootschap, maar via internationale solidariteit – is echter wel noodzakelijk. Meer Westerse bommen op de regio gooien maakt van zo’n oplossing bepaald geen deel uit.

Een pleidooi tegen die Westerse luchtaanvallen houden, en dat met daden van protest ondersteunen, zal niet mee vallen maar is hard nodig. Om daarvoor ruimte te winnen, dienen we ons niet te laten gijzelen door het verhaal dat IS niet zomaar één van de kwaden is – een staat, dus een kwaad! – maar het Ultieme Kwaad Aller Kwaden. Hoe akelig IS ook is, geen enkele steun aan enige vorm van Nederlandse oorlogsdeelname is gerechtvaardigd. Het Ultieme Kwaad is geen partij in deze oorlog. Het Ultieme Kwaad is de oorlog zelf.


Noten
1. ‘Alle dagen’, gedicht van Ingeborg Bachman, geciteerd uit: Menno Wigman en Rob Schouten (red.), A Thing of Beauty – de bekendste gedichten uit de wereldliteratuur (Amsterdam 2005)
2. Antony Beevor, De Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2012), pp. 749-750, 753-744


Powered by Greymatter