Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

01/21/2015: "In Memoriam Peter Pontiac (1951-2015)"

Pontiac.i (132k image)
Op 20 januari overleed ‘underground’-tekenaar Peter Pontiac (63). Bij een breed publiek werd hij bekend door zijn graphic novel ‘Kraut’ (2000), een getekende zoektocht naar het verleden en de spoorloze verdwijning van zijn vader.

Klik op meer


Peter Pontiac (pseudoniem van Peter Pollmann) werd in 1951 in Beverwijk geboren als zoon van een veelal afwezige vader die tijdens de Tweede Wereldoorlog als oorlogsverslaggever werkte aan het Oostfront en die in de jaren vijftig en zestig als redacteur van het damesblad ‘Libelle’ zijn dagen sleet. Mogelijk gekweld door zijn tekort schietende vaderschap en zijn verleden, verdween Pontiacs vader spoorloos tijdens een verblijf op Curaçao in 1975. ‘Kraut’ is een persoonlijk, aangrijpend verslag van Pontiac, gedetailleerd getekend en beschreven. Juist dat persoonlijke element maakt ‘Kraut’ tot een graphic novel van literair gehalte.

Toegewijd illustrator
Peter Pontiac was geen echte striptekenaar, hoewel hij een aantal stripverhalen heeft gepubliceerd. Met het schrijven van een scenario voor een strip worstelde hij nogal. Hij was briljant in het maken van illustraties, omslagen en posters. In de jaren zeventig tekende hij onder meer omslagen voor het alternatieve undergroundtijdschrift 'Aloha' van kunstenaar Willem de Ridder (waaronder de legendarische penisomslag –‘It’s all in the mind!’ – en het striptijdschrift 'Tante Leny Presenteert!'. Door een Leidse commune illegaal gestencilde songbooks van o.a. Bob Dylan en The Byrds voorzag hij met omslagtekeningen, waarin hij vooral Dylans toenmalige religieuze werk, in symboliek uiterst raak wist te treffen. Anoniem tekende hij de hoes van één van de eerste Bob Dylan-bootleg-elpees, Little White Wonder, een plaat die internationaal geldt als een collector’s item.

Zijn tekenstijl is verwant aan die van de Amerikaanse undergroundartiest Robert Crumb, maar ook aan die van Art Spiegelman (tekenaar van 'Maus' en uitgever van het stripblad RAW). In de jaren tachtig en negentig, maar ook recent nog, illustreerde Pontiac artikelen in muziekblad Oor, de Volkskrant, VPRO-gids en NRC Handelsblad. Dylan, Neil Young, maar ook David Bowie of Iggy Pop wist hij waarheidsgetrouw te schetsen, vaak in kleur, prominent geplaatst bij een artikel, waarbij hij uit songteksten van de artiest gehaalde elementen treffend wist te verweven. Popmuzikanten kon hij feilloos tekenen, zoals voor het boek De luchtgitaar van Roel Bentz van der Berg, waarbij hij de essentie van het artikel in een tekening wist te vatten. Voor Willem de Ridder maakte hij diverse omslagen voor diens cassettes met hoorspelen en voor het destijds obscure maar inmiddels legendarische Amerikaanse Anarchy Comics (slechts vier nummers) uit de jaren tachtig tekende hij een kleurenomslag en een verhaal over de Amsterdamse kraakwereld. De stenenwerpende anarcho-punk, die ageerde tegen het politiegeweld, kon op zijn sympathie rekenen. Hij ontwierp ook zonder probleem een affiche voor een benefietoptreden voor een kraakpand als hem dat werd gevraagd, ook al werd hij er niet voor betaald. Waar zijn affiniteit lag was duidelijk, maar van een beweging wilde hij geen deel uitmaken.

Pontiac Review
Een jaar of twintig geleden kwam hij een middag signeren in het Athenaeum Nieuwscentrum in Amsterdam. Ik was de medewerker die hem gerust moest stellen en moest voorzien van koffie of een drankje. Nerveus zat hij achter een tafel met een nieuw deel van Pontiac Review (zeven delen, een overzicht van zijn werk). Slechts een handjevol fans kwam die middag opdagen, maar Peter was er blij mee. Vijftien jaar later trof ik hem op een presentatie. Geëmotioneerd bedankte hij mij nog eens voor die signeermiddag.
Peter Pontiac was een bescheiden man, die zich het liefst op de achtergrond hield. Interviews gaf hij zelden. Pontiac wist dat hij ziek was en dat einde naderde. Van zijn vroegere heroïne- en drankverslaving maakte hij geen geheim. In zijn illustraties en verhalen kwam dit ook tot uiting. Eén van zijn laatste interviews gaf hij aan het striptijdschrift Zone 5300. Voor de uitgave van het boek dat zijn afscheidswerk had moeten worden, Styx, wist hij met behulp van zijn dochter, de financiering rond te krijgen. Hij heeft het boek helaas niet kunnen voltooien.

Martin Smit


Powered by Greymatter