Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

04/19/2012: "LIBERTAIRE ORDE"

couv-onfrcamus (12k image)

Welke betekenis heeft het verschijnsel ‘libertaire orde’? De Franse filosoof Michel Onfray is voor het antwoord op die vraag op onderzoek gegaan bij de schrijver-filosoof Albert Camus.

Klik op meer.


Er bestaan reeds enkele goede Franse biografieën over deze in januari 1960, bij een auto-ongeluk, omgekomen schrijver-filosoof. De eigenzinnige, libertaire Franse filosoof Michel Onfray vond dit toch maar half werk. Dus zette hij zich eveneens aan het schrijven van een biografie over Camus.

Wat hij bij anderen onderbelicht achtte, heeft hij in het volle licht gezet. Wat anderen naar zijn idee vergeten zijn te behandelen, heeft hij onderstreept opgevoerd. Wat hij vond dat anderen fout hadden gedaan, daarmee heeft hij de vloer aangeveegd.

Een van de zaken die Onfray ophaalt, is dat wat in Algerije aan de orde is geweest. Dat Onfray daar aandacht aan besteedt, is niet vreemd. Camus is er geboren en hij is opgegroeid in de armenwijk Belcourt van Algiers. Je kan dus niet om de problematiek van het Franse kolonialisme, de Algerijnse oorlog, de gewelddadigheden, het martelen heen. Was dat nou nodig al die aandacht, vragen sommige critici zich af? Ja, vindt Onfray. Want daarmee leren we Camus beter als mens kennen (waar stond hij voor, wat heeft hem gevormd?).

De pijn die de kolonisatie en de bevrijdingsoorlog heeft achtergelaten, is nog lang niet verwerkt. Het heeft er weg van dat Onfray gelijk heeft. Nauwelijks is zijn boek over Camus uit (begin 2012) of er komen (weer) boeken over Algerije uit die tijd op de markt. Als Onfray het schisma tussen Camus en Sartre zwaar aan zet, is in feite is dezelfde vraag als zojuist weer te stellen. Is dat nou nodig, vragen critici zich opnieuw af? Ja, vindt Onfray want in de kern gaat het om het schisma van libertair versus autoritair.

Het gaat om het bestaan van twee heel verschillende ‘werelden’. Het libertaire verhaal van Camus is in de ogen van Onfray verdonkeremaand. Hij ziet het als zijn missie er het volle licht op te laten schijnen. En daar is hij als biograaf van Camus ook als autobiograaf bezig. Dat kan iedereen doorzien die iets afweet van de afkomst, het leven en werken van Onfray zelf. Hij is er ook op aangesproken door critici.

Ratten
Een van de eerdere biografen van Camus, Olivier Todd, vindt het maar niks dat Onfray zich van Camus bedient om op Sartre te kunnen rammen. Dat weten we nu wel… Hij roept op tot een staakt het vuren. Onfray is dat niet van plan. Het is namelijk duidelijk dat hij er mee strijdt tegen wat er structureel achter die ‘wereld’ van Sartre zit: de erkenning van de grofste vormen van anti-humanisme. Het is die ‘structuur’ die de wereld nog niet uit is. Eigenlijk zet Onfray de strijd van Camus voort.

Todd verwijt Onfray ook dat hij voorbij gaat aan de belangrijkste bijdrage van Camus aan het cultureel erfgoed: de literatuur. Ik acht mij niet bevoegd dit verwijt op waarde te schatten. Maar Onfray behandelt wel degelijk de bekende werken van Camus (zoals waar, waarom, onder welke omstandigheden en in welke gemoedstoestand ze geschreven zijn). Eveneens besteedt hij aandacht aan diens toneelstukken. En ja, Onfray gaat dan niet zo zeer in op de literaire waarde, maar veeleer op de politieke functionaliteit.

Zo behandelt Onfray de roman De Pest van Camus als een sinister schema waarin de ‘ratten’ een telkens wederkerend type mensen vormt. Gisteren waren het nog de fascisten, even later de ontsluiters van de goulags, vandaag zijn het de… (vul maar in). Onfray ziet De Pest als een ‘ontologisch pamflet’ (waarmee het verwijst naar de maatschappelijke ‘werkelijkheid’, het ons omringende), te gelijk is het een ‘politiek pamflet’ (verwijzend naar de ravage die de politiek aan richt). Onfray legt uit hoe deze ‘boodschap’ er in zit.

Dat het bij hem om deze intrinsieke waarde van het werk van Camus gaat, blijkt ook uit diens keuze van het in het boek verwerkte beeldmateriaal. Niet ongebruikelijk is het opnemen van foto’s van de behandelde persoon. Geen enkele foto van Camus vindt men in zijn boek.

Het beeldmateriaal dat wel is opgenomen, wordt thematisch gepresenteerd. Het zijn thema’s die Camus heeft beziggehouden: de weigering om aan barbarij mee te doen, zijn strijd tegen de doodstraf, de opkomst van het fascisme, De Pest, te weten de allegorie van de georganiseerde moordpartijen, enzovoort. Alles voorzien van de meest afschuwelijke foto’s omtrent wat mensen elkaar kunnen aandoen. De strijd tegen deze verschijnselen moet voortgaan, in naam van Camus. Zo leest het boek van Onfray.

De opstandige mens
Dat Onfray vervolgens Camus’ politieke hoofdwerk, De opstandige mens (1951), gaat behandelen, laat zich raden. In dit werk treft men aan wat Onfray noemt de ontwikkeling (généalogie) van het hedendaagse totalitarisme. In deze verhandeling wordt op scheidslijnen gewezen die in politieke zin zijn te trekken indien een antifascistische en antikapitalistische optiek wordt gehuldigd. De consequentie van die markering is de verschijning van antitotalitaire en anticommunistische scheidslijnen. En dat is tegen het zere been van de Parijse kliek, met Sartre aan het hoofd. In één klap activeert Camus met zijn boek, zo legt Onfray uit, de strijd in de Eerste Internationale, dat wil zeggen de strijd tussen Marx aan de ene kant en de proudhonnisten en Bakoenin aan de andere kant.

Een maal zover in het boek aanbeland, komen alle draden uit Onfrays beschouwing over leven en werken van Camus bij elkaar in wat hij de libertaire orde noemt, in de ‘orde’ van anarchisten, in wat Proudhon ooit ‘positieve anarchie’ noemde. De revolutionaire syndicalist Fernand Pelloutier, die al in De opstandige mens aandacht kreeg, neemt ook hier met zijn ‘syndicaat’ zijn plaats in.

Onfray sluit dit thema af met een uitgebreide behandeling van het Manifeste-programme du mouvement socialiste libertaire (ou de civilisation libertaire) opgesteld door de Franse anarchist Gaston Leval (1895 – 1978). Het is een manifest dat op de bijval van Camus mocht rekenen. Reden waarom Onfray er zo lang bij stilstaat (p.514-519).

Het ontgaat mij echter hoe Onfray erbij komt om het postanarchisme aan te prijzen. Hij doet dat in zijn conclusie. Een postanarchist is gewoon geen anarchist meer. Dat mag, dat moet hij of zij weten. Maar het gekke is dat men zich toch binnen het anarchisme blijft ophouden. Een raadsel voor mij.

De kern van de problematiek ligt in het feit dat er onderscheid wordt gemaakt tussen het anarchisme uit de laat negentiende eeuw en dat uit de begin eenentwintigste eeuw. De tijden zijn veranderd en er moeten dus anders geformuleerde vragen worden gesteld en antwoorden worden bedacht. Ongetwijfeld.

Waar dan tegen wordt gefulmineerd onder de term ‘postanarchisme’, is een ‘verstokt’ anarchisme, dat tot een ‘anarchistische kerk’ is verstard. De vernieuwing die dus wordt voorgesteld, het tonen van veerkracht waarop wordt gewezen, als reactie op die verstarring, is het geven van antwoorden op veranderde tijden. Dat heeft niets met postanarchisme van doen zoals ook Onfray lijkt aan te hangen. ‘Lijkt’ want wat hij doet, is het libertaire arsenaal oppakken en in beweging brengen. Dan zitten we dus midden in het anarchisme. Niks de post (na) anarchisme!

ONFRAY, Michel, L’Ordre libertaire. La vie philosophique d’Albert Camus, Flammarion, Paris, 2012, 596 blz., prijs 22,50 euro.

1 Reactie


AANVULLING

Ik besprak het boek ook op de site van de AS. Daarbij ging ik dieper op een aantal details in en deed ik wat literatuursuggesties voor een ‘verder lezen’; zie:

http://tijdschriftdeas.wordpress.com/2012/04/19/albert-camus-1913-1960-de-opstandige-mens-en-diens-libertaire-orde/

zei: Thom op 19/04/2012 om: 18:25u


Powered by Greymatter