Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

04/16/2012: "Jacques Giele overleden"

Op 6 april jongstleden is Jacques Giele overleden op zeventigjarige leeftijd

arbeiderszelfbestuur (15k image)
Klik op meer

Jacques Giele was naar mijn weten de enige sociaal-historicus in Amsterdam (zoniet in Nederland) verbonden aan een universiteit in de jaren zeventig die zich met het anarchisme identificeerde. En toen stopte hij er mee. Geen zin meer in de universiteit, begreep ik.

Jacques laat een belangrijk spoor van geschiedschrijving van arbeidersbeweging en arbeidersleven (zo heet een van zijn boeken) na. Het boven afgebeelde is zeker niet het spannendste of belangrijkste, maar het is nog of weer beschikbaar dezer dagen. Zijn bijdragen aan de geschiedschrijving van de Nederlandse "beweging" (De pen in aanslag, De Eerste Internationale in Nederland) zijn niet te missen. Wie meer kwijtwil wordt van harte uitgenodigd in de commentaarbox.


De familie deelt mede:
We nemen afscheid op donderdag 19 april 2012

Auladienst r.k. begraafplaats Zuylen, Haagweg 332 te Breda van 13.30 – 14.30 uur.

Bijzetting r.k. begraafplaats Zuylen 14.30 – 15.00 uur.

Samenkomst restaurant de Boschwachter Mastbosch, Huisdreef 4 te Breda, 15.00 uur.

5 Reacties


Jacques Giele heb ik niet gekend, zijn boek over Spanje wel gelezen. Het is een vrij uitgebreid onderzoek naar de collectivisaties in de door de anarchosyndicalistische vakbond CNT overgenomen bedrijven na het begin van de Spaanse Revolutie in 1936. Het is inderdaad niet het meest leesbare verhaal over dit onderwerp. Giele overvoert de lezer met een stortvloed aan cijfermateriaal en lange opsommingen die het lezen af en toe een pittige opgave maken. Het is echter wel de enige Nederlandstalige studie over dit onderwerp. Het verscheen aanvankelijk in 1975 bij de uitgeverij Anarchistische Uitgaven. Kelder Uitgeverij uit Utrecht bracht in 2004 een herdruk uit, voorafgegaan door een voorwoord van Spanje-kenner Hanneke Willemse. Zie: http://www.sjakoo.nl/books/8547.htm. Qua leesbaarheid beviel mij destijds Gaston Levals studie "Collectives in the Spanish Revolution" beter, maar dat is alleen nog maar tweedehands verkrijgbaar.
Overigens is dat niet het enige boek van Giele wat een herdruk zag, want ook zijn boek over de De 1ste Internationale in Nederland beleefde in 2008 bij Kelder Uitgeverij een herdruk, uitgebreid met een nieuw voorwoord van Rotterdamse historicus Bert Altena die gespecialiseerd is in Nederlandse sociale Geschiedenis en dan met name de anarchistische tak. Zie: http://www.sjakoo.nl/books/11968.htm.

Prul meent dat Giele eventueel de enige Nederlandse academicus was in de jaren zeventig die zich identificeerde met het anarchisme. Maar in Groningen doceerde toen al de historicus Homme Wedman, die ook duidelijk zijn sympathie voor het anarchisme niet onder stoelen of banken stak. Maar veel waren het er in ieder geval niet.In de loop van de jaren tachtig kwam daar Bert Altena nog bij.

zei: Sjaak op 16/04/2012 om: 16:36u

Herinneringen aan Jacques Giele

Jacques Giele trof ik vaak op zijn vaste stek op de bankjes buiten bij Café Krom in de Utrechtsestraat in Amsterdam, de straat waar hij ook woonde. Gesprekken met hem waren doordrenkt met zijn verhalen over zijn werk als historicus, de tijd dat hij werkzaam was op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis, zijn kennis van de geschiedenis van het anarchisme en zijn vaak niet onverbloemde kritiek op vroegere collega's en andere historici.

Jacques leidde de laatste jaren een teruggetrokken bestaan. Met de academische wereld wilde hij niets meer te maken hebben.
Hij debuteerde in 1968 met het boek De pen in aanslag, over Nederlandse revolutionairen rond 1848. Daarvoor kreeg hij destijds de Fibulaprijs voor geschiedenis. Bij uitgeverij SUN publiceerde hij in 1979 Arbeidersleven in Nederland 1850-1914, een doorwrochte studie van leven en werk van de arbeidersbevolking rond de eeuwwisseling. Zijn studie naar het ontstaan van de beweging rond de Eerste Internationale in Nederland, was een baanbrekend werk. In de jaren zeventig verschenen diverse artikelen van zijn hand in het Tijdschrift voor sociale geschiedenis, over wat inmiddels zijn specialiteit was geworden: de ontluikende Nederlandse arbeidersbeweging in de 19e eeuw.
Met zijn studie over het Spaanse anarchisme, Arbeiderszelfbestuur is Spanje 1936-1938 (1975) had hij willen promoveren, maar deze promotie is niet doorgegaan (de reden is mij onbekend). Zijn promovendus, Jacques Presser - auteur van Ondergang - was te weinig bekend met het onderwerp en schakelde Arthur Lehning in. Deze las op diens verzoek het manuscript. Lehning belde onmiddellijk daarna Presser op met de mededeling: 'Absoluut briljant! Onmiddellijk laten promoveren!'
Met Arthur Lehning bleef hij daarna in contact. Hij noemde Lehning steevast 'ome Arthur'.

In de jaren tachtig gaf Jacques van de ene op de andere dag zijn baan op bij de Universiteit van Amsterdam. Hij maakte reizen naar de Balkan en naar Zuid-Amerika. Terug in Amsterdam werd hij straatmuzikant. Met zijn accordeon was hij vaak op de Zeedijk te vinden om in café's te spelen. Hij raakte geïnteresseerd in de muziek en poëzie uit Albanië en vertaalde graag gedichten van Albanese dichters in het Nederlands. Met de resultaten daarvan deed hij echter niets, het was alleen voor hemzelf.

De wereld van historici en het schrijven over historsche (anarchistische) onderwerpen had hij de laatste jaren achter zich gelaten, al was hij nog steeds uitstekend op de hoogte van de boeken die op historisch gebied over het anarchisme, verschenen. Uitermate verheugd was hij toen Uitgeverij Kelder zijn boeken over de Eerste Internationale en Spanje herdrukte. Maar artikelen schrijven wilde hij niet meer.

Jacques kreeg een rooms-katholieke opvoeding. Al vroeg was duidelijk dat hij in wieg gelegd was om 'door te leren.' De plaatselijke pastoor en leraren op het katholieke internaat speelden daarbij een stimulerende rol.
Zijn jeugdherinneringen had hij ooit op papier gezet (ongepubliceerd) en liet hij me lezen: een soms wrang, soms hilarisch verslag van een opgroeiende jongen in één van de armste streken in Brabant.

Jacques ging de laatste jaren zijn eigen weg, soms zag ik hem weken niet. Dan was hij min of meer ondergedoken. Maar ineens kon hij er dan weer zijn, met vermakelijke verhalen, mooie anekdotes en interessante details over de geschiedenis van het anarchisme. Ik zal hem missen de volgende keer op de bankjes bij Krom.

Martin Smit

zei: Martin Smit op 16/04/2012 om: 18:44u

Giele heeft meegewerkt aan diverse radioprogramma's van de VPRO, en daar een reuze belangrijke rol in gespeeld. De VPRO is met name schatplichtig aan Giele door zijn heruitgave van de Arbeidsenquete uit 1887, die de basis heeft gelegd voor de prachtige Spoor Terugserie "Ras breekt het uur der vrijheid aan". Enkele bijdragen van Giele zijn terug te vinden op: http://weblogs.vpro.nl/radioarchief/2012/04/19/jacques-giele-1942-2012/

zei: Nienke Feis op 19/04/2012 om: 13:14u

Op de begrafenis van Jacques spraken diverse mensen waarvan de teksten inmiddels online staan. Zoals van de oud-marxist Bob Reinalda: http://www.ru.nl/publish/pages/522592/jacques_giele_in_memoriam.pdf. Ook Marten Buschman was van de partij: http://www.onvoltooidverleden.nl/index.php?id=262.
En dan de bijdrage van Jeroen Sprenger: http://www.jeroensprenger.nl/jacques-giele.html
Van 'onze' Rudolf de Jong is nog geen digitaal beschikbare versie van zijn verhaal verschenen

zei: Arend op 21/04/2012 om: 21:02u

Bijdrage Martin Smit geredigeerd naar aanleiding van eigen correctie.

Omdat de tekst van Reinalda moeilijk bereikbaar is plak ik deze hier, de rede was openbaar - bij de begrafenis van Giele namelijk.

In Memoriam Jacques Giele (1942-2012)
De historicus Jacques Presser belde zeer laat in de avond op bij de sociaalhistoricus Ger
Harmsen – iets wat in die dagen, of in elk geval bij beide heren, ‘not done’ was. Presser
echter had net de doctoraalscriptie van Jacques Giele uitgelezen en wilde Harmsen hiervan
direct op de hoogte te stellen. De tekst zou hem uitermate interesseren en was van bijzondere
kwaliteit. De scriptie behandelde de Eerste Internationale in Nederland.
In 1968 deed Jacques Giele aan de Universiteit van Amsterdam doctoraalexamen
geschiedenis (bij Presser) waarbij hij het oordeel ‘cum laude’ verwierf. Hij werkte korte tijd
bij het kleine museum in het Noord-Hollandse De Rijp, wat zover ik weet goeddeels
onbetaald werk was. In 1971 koos de instituutsraad van het pas gedemocratiseerde DNG
(Documentatiecentrum voor Nieuwste Geschiedenis) Jacques als opvolger van Ger Harmsen.
Jacques had weinig verwachtingen na het sollicitatiegesprek maar de instituutsraad verkoos
hem met overgrote meerderheid boven een andere kandidaat. Dit aan de Herengracht gelegen
instituut was gevestigd op de bovenste verdieping van het Internationaal Instituut voor Sociale
Geschiedenis (IISG). Frits de Jong Edz. was hoogleraar op het DNG en directeur van het
IISG. Jacques werkte op het DNG tot de zomer van 1976, toen hij aan zijn wereldreis begon
met Gaby Proper.
Jacques werd lid van de in 1971 opgerichte Amsterdamse werkgroep ‘Geschiedenis
van de Nederlandse Arbeidersbeweging’, die studenten, medewerkers, geïnteresseerden en
deskundigen bijeenbracht om teksten over en onderzoek naar die arbeidersbeweging te
bespreken. Ik maakte hem ook mee als mederedacteur van het Jaarboek arbeidersbeweging
(voluit Jaarboek voor de geschiedenis van socialisme en arbeidersbeweging in Nederland)
die tussen 1976 en 1981 vijf Jaarboeken uitbracht. Ook was hij mederedacteur van de
opvolger daarvan, het Bulletin Nederlandse Arbeidersbeweging (BNA). Jacques werkte in
1982 kort als vervanger van iemand bij het IISG, waar hij echter een kwaadmakend ontslag
beleefde. Instituutsverhoudingen waren niet bepaald Jacques’ ding. Zij konden bij hem
heftige gevoelens losmaken, waar hij moeilijk overheen kon stappen.
Jacques was vanuit Breda naar Amsterdam gekomen om zich te verdiepen in de geschiedenis
van het anarchisme en het leven van Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Jacques bleek een
hoogst oorspronkelijk historicus. Hij boorde volstrekt nieuwe bronnen aan over zowel de
levensomstandigheden van de arbeidende bevolking in de 19e eeuw als de opkomst van de
socialistische arbeidersbeweging. Hij bestudeerde die bronnen grondig en bouwde daarmee
een brede kennis op uiteenlopende terreinen op. Hij had een scherp geheugen. Wat hij gelezen
had, onthield hij en hij kon die kennis in zijn geheugen analyseren. Eenmaal opgedane kennis
had hij altijd paraat. Met veel plezier sloeg hij allerlei historische paden en zijpaden in. Wie
de inleiding in zijn boek over de Eerste International herleest, ziet dat hij zich goed bewust
was van wat hij wilde onderzoeken en wat de beperkingen waren van wat hij onderzocht had.
Hij had een scherp zicht op zaken en ontwikkelingen.
Bij de totstandkoming van zijn publicaties is hij op bepaalde momenten bijgestaan
door anderen, onder wie Jacques Presser, Ger Harmsen, Geert-Jan van Oenen, Tony Jansen,
Johan Frieswijk en Ludo Vlind. Jacques publiceerde in het Tijdschrift voor Sociale
Geschiedenis, het Jaarboek arbeidersbeweging en enkele anarchistische tijdschriften
belangrijke artikelen over het ontstaan van de eerste typografenvakorganisatie in Nederland,
de smid Willem Ansing, de ‘volksmannen’, Multatuli en andere ontwikkelingen, kortom over
de opkomst van de socialistische arbeidersbeweging in Nederland, waarnaar indertijd nog
weinig echt onderzoek gedaan was. Omdat het ook nodig was om de sociale structuur van
Nederland rond 1850 te kennen, ging hij deze nauwgezet na en publiceerde hierover samen
2
met Geert-Jan van Oenen. Jacques doorzag de betekenis van de opkomende pers in die tijd en
initieerde verschillende werkcolleges waarin studenten onder zijn leiding diepgravend
bronnenonderzoek deden, zoals de werkgroep Spontane stakingen (met o.a. Jeroen Sprenger
en Vincent Vrooland) en de werkgroep naar de geschiedenis van het NAS, het Nationaal-
Arbeids Secretariaat (met o.a. Johan Frieswijk en Marten Buschman). In het BWSA, het
Biografisch Woordenboek van het Socialisme en de Arbeidersbeweging in Nederland,
publiceerde hij drie levensschetsen, waarvan een samen met Tony Jansen.
Met eerbied noem ik hier de boeken van Jacques Giele:
1968 Pen in de aanslag, over de revolutionairen rond 1848
1973 De Eerste Internationale in Nederland
1975 Arbeiderszelfbestuur in Spanje, tijdens de burgeroorlog
1979 Arbeidersleven in Nederland 1850-1914, waarin het dagelijks leven van
arbeiders en arbeidsters beschreven wordt aan de hand van door hen zelf opgeschreven
of aan journalisten of onderzoekers vertelde verhalen
1980 de heruitgave van de Memoires van de Rotterdamse havenarbeider Hein Mol
(met Tony Jansen)
1981 Een kwaad leven, een heruitgave van de arbeidsenquête uit 1887, drie dikke
delen, uitgebracht door de uitgeverij van Ludo Vlind.
Jacques’ werkwijze bij het schrijven van artikelen en boeken was fascinerend. Hij ging achter
zijn schrijfmachine zitten en gooide de tekst als het ware in één keer op papier, ongeacht of
het om een artikel of een boek ging. Hij had alles in zijn hoofd paraat en dwong zichzelf zijn
kennis, analyse en conclusies op papier vast te leggen. Dan was het eruit. Als hij lang bezig
was geweest, tikte hij na een betrekkelijk korte slaap verder.
Dat hij alles paraat had, bleek in 1987, toen het schrijven niet meer wilde lukken, maar
Jacques per se wilde bijdragen aan het speciale nummer dat het BNA bij het emeritaat van
Ger Harmsen uitbracht. Van Jacques is daarin een bijdrage opgenomen over de banden van
drie bijzondere Nederlanders in Den Haag in de jaren 1881-1883: Multatuli, Domela
Nieuwenhuis en Vincent van Gogh. Ik ben daarvoor met Jacques in het café gaan zitten en
heb voor hem opgeschreven wat hij in het artikel wilde zeggen. Hij kende alle details uit zijn
hoofd en gaf precies aan waar ik de citaten (ter controle) kon vinden. Thuis typte ik de tekst
uit en stuurde hem die per post toe. Er hoefde weinig aan te worden veranderd.
Ik herinner me Jacques als een inspirerende, aardige en lieve jongen. Hij is mij
dierbaar, om zijn eigen woord te gebruiken. In de jaren 1968-1981 heeft hij een prachtig en
oorspronkelijk oeuvre opgebouwd, met artikelen en boeken die van grote invloed zijn geweest
op de sociale geschiedbeoefening in Nederland. Daarvoor zijn wij Jacques dankbaar!

Bob Reinalda
Uitgesproken bij de begrafenis van Jacques Giele in Breda op 19 april 2012

zei: Prul op 23/04/2012 om: 13:47u


Powered by Greymatter