Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

08/08/2011: "POLITIEKE ANATOMIE VAN OVERHEERSING"

DOMINA (33k image)

Anarchisten wijzen dominantie af. Maar daarmee is het als verschijnsel de wereld nog niet uit.

Klik op meer.


De Franse sociale wetenschapper Béatrice Hibou moet dat ook hebben gedacht. Zij heeft recent het verschijnsel ‘overheersing’ onderzocht en betitelt haar werk dan maar meteen als een politieke anatomie, te weten ‘Anatomie politique de la domination’.

Menige studie over overheersing van staatswege houdt zich nadrukkelijk bezig met geweld, dwang en angst (beschrijving van autoritaire en totalitaire staatssystemen). Bewust heeft ze echter geweigerd dominantie te reduceren tot een bevels- en gehoorzaamheidsrelatie. Zij heeft een heel andere reductie toegepast. Dat wordt zichtbaar in de opbouw van het boek, dat twee delen kent. Het eerste deel handelt over de legitimatieprocessen van autoritaire dominantie, het tweede deel over de ‘complicaties’ van die dominantie.

Letten we op een driedeling die analyses van macht aangaan, te weten (1) ‘blote macht’ (might = force), (2) ‘legale macht’ (power), (3) ‘legitieme macht’ (authority, gezag), dan heeft Hibou dus de nadruk gelegd op elementen uit de derde laag, de legitimatieproblematiek. Daar is natuurlijk niets mis mee. Maar om dan te spreken over een ‘politieke anatomie’ van dominantie gaat te ver. Hier wordt een omvangrijker gebied van ontleding (anatomie) geclaimd dan in feite wordt bestreken. Dominantie omvat immers meer, dan de legitimatieproblematiek.

Hibou richt zich op de ‘verraderlijke zachtheid’ (douceurs insidieuses), waarover Foucault spreekt. Die doet zich voor in de alledaagse praktijk van dominantie. Het gaat er dan om te beschrijven hoe heersende ‘systemen’ (de heersende partij, elite, klasse) mensen ‘paaien’.

Zij bestudeert daarbij de wijzen waarop de overheersten zich gebonden gaan voelen aan het overheersende systeem, dat op zoek is naar legitimatie van zijn macht. Dit kan neer komen op het ‘kopen’ van legitimiteit, zoals bijvoorbeeld in Nazi-Duitsland is geschied door opdracht te geven ‘volksproducten’ voort te brengen: de Volksempfänger (radio), de Volkswohnung (een verdieping), de Volkskühlschrank (koelkast), de Volkstraktor, de Volkswagen. Het ‘economisch wonder’ moet mensen voor het ‘systeem’ zien te winnen. Het kan ook neerkomen op allerlei vormen van ‘cliëntelisme’ om mensen aan het ‘systeem’ te binden.

Voor het type onderzoek van Hibou betekent het dat men zich afvraagt hoe hetgeen door de overheerser(s) wordt ingezet (anders dan ‘force’) mensen beweegt meegaand te zijn. Hibou wijst er daarbij op dat we dociliteit (meegaandheid) niet als adhesie (instemming) moet opvatten.

De elementen die met het ‘paaien’ van doen hebben zijn uiterst divers. Hibou schrijft er uitbundig over. Zij zoekt haar voorbeelden dwars door tijd en plaats heen. Zo vindt ze die in het stalinisme, nazisme, Italiaans (Mussolini) en Portugees (Salazar) fascisme, de situatie in voormalige Oost-Europese landen, waaronder de DDR, in Tunesië (van voor de opstand) en andere Afrikaanse landen. Het komt allemaal over de lezer heen als een waterval.

Het maakt dat de tekst niet een anatomie (ontleding in onderdelen) levert. Hooguit bereikt Hibou ermee dat ze aannemelijk maakt dat uitoefening van macht niet alleen een zaak is van gehoorzaamheid en verboden, van angst en geweld. Ze spreekt daarbij over het ‘verlangen van de staat’ om het kader van een ‘goed leven’ in de maatschappij te bieden, om een ‘normaal en fatsoenlijk leven’ te verzekeren, met behulp dus van de ‘verraderlijke zachtheid’. Daarmee voegt zij elementen van ‘politieke economie’ aan haar betoog toe. Samengevat: dominantie als verschijnsel stoelt niet alleen op repressie, maar ook op het nemen van positieve maatregelen (ten behoeve van het ‘paaien’).

Om een politieke anatomie van dominantie op te leveren, is dit te mager. Want er is nog een andere problematiek aan de orde, te weten de problematiek van de ‘conversie van de macht’. ‘Blote macht’ (force) is aan banden gelegd door wetten. Daardoor verschijnt die macht als ‘legale macht’. Voor zover die macht zich ook laat legitimeren, is er sprake van ‘legitieme macht’, zoals Hibou ook spreekt van ‘legitieme dominantie’ (legitiem in de ogen van overheersten). De ‘conversie’ loopt hier dus in de richting van legitimiteit, maar ‘macht’ is door dit proces niet in niets opgegaan.

Het heersende ‘systeem’ (partij, elite, klasse) kan op enig moment, wanneer het zich in de verdrukking voelt komen, de gang van zaken stoppen en keren, dat wil zeggen terugvallen op een vorig stadium van macht. Hibou realiseert zich dat ook, want zij geeft er een aantal voorbeelden van, zoals in het geval van nazi-Duitsland (ontwikkelingen in de jaren dertig met aan het eind ervan het ‘geweld van de rechtsstaat’ – die in feite vanaf het begin van de machtsovername door Hitler niet anders dan een ‘uitzonderingsstaat’ is geweest).

Wat zij zich niet lijkt te realiseren is, dat dit haar idee ondergraaft over de verbreding van het dominantieonderzoek. Door zich uitsluitend met legitimatieprocessen bezig te houden, is zij blijven zitten in de derde laag van de macht. Daarmee ontken ik niet dat het ‘paaien’, het beschrijven van legitimatieprocessen met behulp van ‘douceurs insidieuses’, tot het dominantieonderzoek behoort. Dit kan echter niet zonder aandacht voor het feit dat het ‘positieve’, het ‘paaien’ steeds geschiedt in de ‘schaduw van de blote macht’.

Als het ‘paaien’ niet leidt tot de door het ‘systeem’ gewenste hoeveelheid meegaandheid bij mensen, dan kan het ‘systeem’ zijn repressiemiddelen uit de schaduw halen en het gebruik van die middelen activeren om mensen desnoods met geweld tot gehoorzaamheid te dwingen. Hier vindt dan plaats de ‘conversie van de macht’: het ‘systeem’ keert terug tot het niveau van de ‘might’ (force).

Kortom, laten zien dat dominantie zich ook in ‘verraderlijke zachtheid’ manifesteert, blokkeert niet de mogelijkheid van het gebruik van geweld (en het herintroduceren van ‘angst’ als instrument van overheersing). Dit alles blijft verscholen in de schaduw om er in een proces van conversie in vol ornaat uit te treden. Geweld blijft dus een dominante factor van dominantie.

HIBOU, Béatrice, Anatomy politique de la domination, uitgegeven door Éditions La Découverte, Paris, 2011, 297 blz., prijs 24 euro.

3 Reacties


AANVULLING

Dit boek heb ik eveneens besproken op De AS. Daar heb ik de tekst in een ruimer theoretisch kader gezet; zie:

http://tijdschriftdeas.wordpress.com/2011/08/08/politieke-anatomie-drie-lagen-van-macht/

zei: Thom op 08/08/2011 om: 14:56u

Volgens mij is de mogelijkheid tot kunnen gebruiken van groter geweld dan een groep mensen waarover macht gewenst is kan gebruiken, niet alleen één van de dominante factoren van macht maar de onderliggende hóófdfactor van macht.

Macht van een kleine groep over een grote groep is per definitie daarop gebaseerd. Linkse én rechtse collectivistische activiteit is wat mij betreft dan ook beiden even verderfelijk en weerzinwekkend. Beiden scheppen in de praktijk een kleine elite die macht heeft over de grote groep die de "volk"-illusie ingeprent krijgt.
Om kotsmisselijk van te worden als je het ziet gebeuren, en de bijbehorende propaganda ziet, leest en hoort.

zei: Hans Langbroek op 08/08/2011 om: 20:00u

@ Hans wat zie je daar voor een verantwoordelijkheid voor de als volk gekenschetste. Ik denk dat dat ´´ volk ´´ er toch wel wat uithaald anders was de situatie al lang gewijzigd.

zei: nn op 24/08/2011 om: 19:12u


Powered by Greymatter