Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

07/18/2011: "LIBERTAIR ONDERWIJS"

INKTSPAT (38k image)

Het bestaande onderwijs zal niet spoedig in libertaire zin worden omgebogen. Maar eens komt de tijd dat velen het niet meer pikken, dat ze bewust zijn dom gehouden. Ze zullen hun kinderen een ander onderwijs gunnen. Anarchisten staan klaar om de weg te wijzen naar libertair onderwijs.

Klik op meer.


De inhoud van het onderwijs is door de eeuwen heen afgestemd op de ideologie die het ‘systeem van dominantie’ moet legitimeren. Dat is te beschouwen als een ‘constante’. Er kunnen zich in die eeuwen, wat de bouwstenen van dat onderwijs betreft, heel veel veranderingen hebben voorgedaan. Die bouwstenen volgden dan de veranderingen in het productieproces. Ook kan de verantwoordelijkheid voor het onderwijs in verschillende handen zijn overgegaan (van Kerk naar Staat). Het ‘systeem van dominantie’ is echter gebleven.

Het ‘systeem van dominantie’ wordt gedragen door instellingen als Kerk en Kazerne, twee van de vijf ‘K’s’ waartegen Domela Nieuwenhuis (1846-1919) zijn sociale strijd leverde (de andere drie zijn: Koning, Kroeg, Kapitaal). Het zijn de ideologische staatsapparaten, zoals de marxist Louis Althusser in 1970 ze noemde (zie hieronder de vindplaats). Deze zijn ingesteld om mensen te onderwerpen aan de dominante ideologie. Die ideologie moet er toe leiden dat lichaam en geest zodanig worden afgericht, dat men zich openstelt voor het dienen van belangen, die met het systeem van uitbuiting samenhangen. School en Markt dienen die belangen eveneens, waarmee zij evenzeer als ‘ideologische staatsapparaten’ zijn te beschouwen.

Wie het onlangs verschenen, beknopte overzicht (‘Précis’) over libertair onderwijs van de Franse activist en libertaire pedagoog Hugues Lenoir leest, vindt de bovenstaande gedachte in verschillende bewoordingen terug bij talloze, door hem geciteerde, libertaire pedagogen van de laatste vijf eeuwen.

Lenoir publiceert regelmatig over onderwijskundige zaken in het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire. In het boekje getiteld ‘Précis d’éducation libertaire’ presenteert hij een aantal denkbeelden van libertaire pedagogen en hun voorlopers. Die vindt men terug in het eerste deel van het betoog. Daarna behandelt hij enkele onderwijsexperimenten en de uitvoerders ervan, wat hij heeft ondergebracht in het tweede deel. Afgesloten wordt met een literatuurlijst en de verwijzing naar talloze relevante sites. Aan deze behandeling van het libertaire onderwijs heeft Lenoir nog een tekst toegevoegd over de opvoedkundige opvattingen Victor Considérant (1808-1893).

Bij zijn behandeling van de voorlopers en theoretici van anarchistische opvoeding en onderwijs, komt duidelijk naar voren wat zij in het onderwijssysteem verwerpen. Zo lees je bij Élisée Reclus (1830-1905): ‘De hedendaagse school, of ze nu bestuurd wordt door de Kerk of door een wereldse instantie, het is een degen, of beter een ontelbare hoeveelheid degens, openlijk gebruikt tegen de vrije mens, want je praat over hen die het monopolie hebben om alle vernieuwers en alle kinderen van de nieuwe generatie af te richten’.

Telkens hoor je weer, in welke tijd de opmerking ook wordt gemaakt: de school geeft kinderen geen ruimte om zich te bewegen, ze leert hen in de rij te lopen; de school leert kinderen niet (na) te denken, ze leert hen te reproduceren. Uit het hoofd leren is geen weten, het is in herinnering houden, zegt de een. Wat ze er mee worden? Dienaren!, citeert Lenoir weer bij een ander.

Proudhon (1809-1865) verwijst afkeurend naar die functie van het onderwijs met de opmerking: ‘het kind dat naar school wordt gestuurd, zal slechts een jonge horige zijn, afgericht voor dienstbaarheid, in het belang en de veiligheid van de heersende klasse’. Dit tezamen maakt onderdeel uit van de kritiek die anarchistische pedagogen in de loop van een lange tijd op het bestaande onderwijs hebben. Zij hebben naast die kritiek ook aangegeven hoe anarchistische opvoeding en onderwijs er uit hoort te zien.

Lenoir spreekt in dat geval over libertaire, zelfsturende pedagogiek: de opvoeding is gemaakt in het belang van degene die het aangaat. Het staat in dienst van het individu met het doel het de middelen te verschaffen om de bestemming te bereiken, die het de beste acht. Het verschaffen van die middelen moet op zo’n wijze geschieden, dat het individu zelf vrij kan beoordelen of wat het kiest ook is wat het wil. De vrijheid is dan ook de bekroning van het pedagogische gebouw.

Na de behandeling van theoretici van de anarchistische pedagogie, worden door Lenoir enkele ‘bijzondere’ scholen en hun oprichters besproken, zoals ‘La Ruche’ (de bijenkorf) stoelend op het werk van Sébastien Faure (1858-1942).

‘La Ruche’ is opgezet vanuit het idee van de ‘zelfsturende pedagogie’. De financiering van deze pedagogische instelling is vanuit een zelfvoorzienend systeem ingericht (directe verkoop van zelf vervaardigde producten; opbrengsten van inleidingen die Sebastien Faure hield; etc.). Tevens is er de medewerking van vakverenigingen en enkele coöperatieve instellingen, die in de ‘zelfsturende pedagogie’ geïnteresseerd zijn. Het lageronderwijs in ‘La Ruche’ is er vooral op gericht het kind te leren leren: het vormen van de gedachteontwikkeling en de kritische instelling. La Ruche heeft bestaan tot 1917.

Natuurlijk besteedt Lenoir ook aandacht aan de Spaanse pedagoog Francisco Ferrer (1859-1909) en de door hem ingestelde ‘Moderne School’, die tot ver buiten Spanje tot ontwikkeling is gekomen. In Zwitserland komen we in deze context Henri Roorda tegen (in de ‘school van Ferrer’, in Lausanne, gesticht in 1910). Over Roorda schreef Lenoir vorig jaar een boekje dat ik op deze site besprak zie: http://www.devrije.nl/archives/00002879.html ).

De twee laatste schooltypen die Lenoir behandelt zijn ‘Bonaventure’ (op het Franse eiland d’Oléron; bestaan van 1993-2001) en het LAP (Lycée autogéré de Paris), dat in 2012 zijn dertigjarig bestaan zal vieren. Dan moet aangepaste onderwijswetgeving ook onder dit type onderwijs niet voor die tijd een bom gelegd hebben (de Staat als cultuurterrorist; Nederland kan daar over mee praten).

Lenoir formuleert geen conclusie. De tekst is duidelijk genoeg. Maar voor wie sommige zaken toch niet helemaal begrepen denkt te hebben, lijkt hij zijn artikel over Victor Considérant (1808-1893), een van de belangrijkste volgelingen van Charles Fourier (1772-1837), te hebben toegevoegd.

Considérant is vooral in het vraagstuk van het onderwijs geïnteresseerd vanwege de noodzaak om beweging te krijgen in de bestaande maatschappij, zodanig dat we terecht komen in de ‘harmonische maatschappij’. Het is frappant om te zien hoe zeer iemand kans ziet eerder vertolkte opvattingen, die passen in een libertaire pedagogie, weet om te zetten in opvattingen die hem maken tot voorloper van nieuwe geesten aan het firmament van zo’n pedagogie.

LENOIR, Hugues, Précis d’éducation libertaire, uitgegeven door Les éditions du Monde libertaire, Paris, 2011, 123 blz., prijs 10 euro.

[wie belangstelt in het artikel over ‘ideologische staatsapparaten’ van Louis Althusser, vindt het in een Nederlandse vertaling op: http://www.marxists.org/nederlands/althusser/1970/1970ideologie.htm ]

1 Reactie


TOEVOEGING

De termen ‘anarchistisch’ en libertair’ worden hier door elkaar gebruikt. Over een dergelijk gebruik discussieerden Valéry Rasplus en Daniel Colson in het Franse anarchistische weekblad ‘Le Monde libertaire’. De eerste helft van hun onderhoud vertaalde ik uit het Frans. Het is te vinden op de site van De AS; zie:

http://tijdschriftdeas.wordpress.com/2011/07/14/anarchisme-een-discussie/

zei: Thom op 18/07/2011 om: 18:08u


Powered by Greymatter