Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

10/25/2010: "DEMOCRATISCHE ONGERUSTHEID (DEEL EEN)"

Flic (81k image)

Iedereen zal wel een glimp hebben opgevangen van de bordesfoto met de ministers van het kabinet-Rutte: zes VVD’ers, zes CDA’ers + de constitutionele monarch. Eén vrouwelijke minister wendt op de foto schaamtevol het hoofd af. De mannen staan er strak in het pak monter bij. ‘Jongens van stavast’ zou je zeggen.

In andere tijden zou men hebben geroepen: ‘Hou Zee!’. Deze regering representeert namelijk maar 52 kamerzetels. Het is dus een ruime minderheid die regeert. En zo hoort het ook in een dictatuur. Oh neen, er is de gedoogsteun van een partij met extreem rechtse standpunten. Bij bepaalde stemmingen valt dus een nipte meerderheid te smeden. Dus de ‘democratie’ gered?

Klik op meer.


Is de politieke situatie die dit met zich brengt ernstig te nemen? Het is de vraag die een aantal mensen op deze site zich stelt. Zo is er Prul. Die wijst erop dat een openlijk penozegezelschap tot het centrum van de macht is toegelaten (zie zijn item ‘Is het tijd voor de vraag: wat te doen?’). Is het meer van het zelfde of is er iets veel ernstigers aan de hand, vraag hij zich af.

In een reactie op het item ‘Binnenlandse vijand’ op deze site werpt Keest de vraag op of we in een nieuw 1933 zitten of niet? Trekt het straks allemaal wel over of komt er een lang tijdperk van extreme winter aanzetten?

Volgens Hans Langbroek in een andere reactie op het item ‘Binnenlandse vijand’ maakt iedereen zich veel te ongerust wat de potentiële vergelijking met ’33 aangaat. Het zijn andere tijden, er spelen andere belangen en krachten… Dat laatste is correct: we moeten oppassen geen appels met peren te vergelijken. De vraag is in dat geval of er wellicht bepaalde ‘constanten’ zijn op te merken.

Het verschijnsel ‘protestpartij’ is als een constante op te vatten omdat zo’n soort partij van alle tijden is. Wellicht laat zich onder verschillende gezichtshoeken de vooroorlogse ‘Rapaille Partij’ vergelijken met de naoorlogse ‘Boerenpartij’ en de hedendaagse ‘Partij voor de vrijheid’. Personen, ideologische achtergrond en actuele omstandigheden zijn bij die partijen verschillend maar hun overeenkomst is dat ze zijn te zien als reacties op een bepaalde politieke stand van zaken.

De ‘Rapaille Partij’ moet vooral als een grap van ‘anarchistisch’ ingestelde halve en hele kunstenaars worden beschouwd. De politiek wordt niet serieus genomen. Kennelijk zijn er dan zoveel kiezers die dat wel zien zitten, dat het bij gemeenteraadsverkiezingen in 1921 twee zetels in de Amsterdamse raad oplevert…

De Boerenpartij heeft daarentegen een sterk punt met zijn afwijzing van de tijdens de bezetting, naar Duits model ingestelde en na de oorlog gecontinueerde, Publiekrechtelijke bedrijfsorganisatie (PBO), waarvan het lidmaatschap verplicht is. Boeren zijn in dat geval verplicht lid van het Landbouwschap, een van de productschappen van de PBO. In 1963 komt het tot een conflict daarover. Boer Koekoek, de leider van de Boerenpartij, weet met zijn verbale gewiekstheid ook mensen van buiten de agrarische sector naar zich toe te halen wat een aanzienlijke stemmenwinst bij parlementaire verkiezingen bezorgt.

En wat is eigenlijk het populistische verschil tussen een leus als ‘de borrel mag niet meer dan vijf cent kosten’ (Rapaille Partij) en ‘de maximumsnelheid op autosnelwegen moet naar 130 km per uur’ (PVV)? Vooruitlopend op aangepaste regelgeving in deze kan men vervolgens op de site van de PVV lezen: ‘PVV: onmiddellijke stop op bekeuren snelheidsovertredingen autosnelwegen’ (site geraadpleegd op 19 oktober 2010).

Met dit soort leuzen zitten we natuurlijk in het ridicule. Lezen we evenwel de visie van de PVV, dan komen we ook ernstig te nemen zaken tegen. De betoogtrant verschilt evenwel niet van die van de Rapaille Partij.

De PVV Visie is opgebouwd uit een aantal alinea’s. Elke alinea kent een openingszin. Het vervolg van de tekst na die zin levert in veel gevallen geen logische uitwerking van de stelling die in de betreffende opening is geponeerd. Zo lees ik in een openingszin dat de PVV wel economische samenwerking wil… Het vervolg van de alinea leert niet waaruit die keus voortvloeit of hoe die samenwerking er dan moet uit zien. Neen, na de openingszin lees ik dat de PVV kiest voor veilige straten waar het tuig wordt opgepakt en uitgezet (..). Wat dat met ‘economische samenwerking’ van doen heeft, ontgaat mij.

Wel leert de uitwerking dat ‘het tuig’ in samenhang wordt gezien met ‘uitgezet’. Het gaat dus om mensen die uitzetbaar zijn… Stel dat die uitzetting mogelijk is en ook effectief ter hand wordt genomen, dan zal er geen ‘tuig’ meer op straat lopen, want alle Nederlanders zijn braverikken (een raskenmerk wellicht)…

In een andere openingszin wordt naar ‘islamisering’ verwezen. Dat wordt in het vervolg van de betreffende alinea in samenhang gebracht met ‘massa-immigratie’. Dit krijgt evenmin een logische uitwerking. Wel wordt in een andere openingszin die massa-immigratie ‘een geldverslindende linkse hobby’ genoemd. En ‘u’, dat wil zeggen ‘de gewone hardwerkende Nederlanders’, heeft nooit gevraagd om de massa-immigratie, aldus de PVV Visie.

Indien de PVV daarmee beoogt te zeggen dat het binnenhalen van ‘gastarbeiders’ in de jaren vijftig en zestig vooral het werk van de ‘patrons’ van grote bedrijven is geweest, dan heeft ze een punt, want die hebben dat inderdaad geïnitieerd en gestimuleerd. Het is dus het grootkapitaal dat om goedkope arbeiders verlegen zat, niet ‘de gewone hardwerkende Nederlanders’.

Met betrekking tot de ‘gastarbeiders’ is in de opzet ervan gedacht dat mensen zich zouden gedragen naar een ‘rotatiemodel’. Zij zijn in grote getale onder gebracht in barakken en caravan. Er was behoefte aan wisselende contingenten van buiten de landsgrenzen te importeren jonge, ongehuwde, mannen… Na een aantal jaren in Nederland te hebben gewerkt, zouden die weer teruggaan naar hun ‘Heimat’, zodat zo’n contingent terugkeerders door een vers contingent jonge, ongehuwde, mannen kon worden vervangen… Zo steken mensen echter niet in elkaar, ook gastarbeiders niet! Het loopt dus anders.

In de PVV Visie worden al die onderwerpen tot een groot brouwsel gemaakt waaraan wordt toegevoegd: de politie op straat moet heer en meester zijn (‘zero tolerance’); hogere straffen en hoge minimumstraffen zijn nodig. Het is deze melange van onderwerpen in zijn onlogica gepresenteerd die vele mensen – kennelijk – aanspreekt. Dat benauwt.

Vermoedelijk laat de PVV zich nog het best vergelijken met het Franse poujadisme uit de jaren vijftig. De politieke beweging is genoemd naar de oprichter, Pierre Poujade van de ‘Union de défence des commerçants et artisans’ (UDCA; 1953). Daarin verzamelden zich allerhande nationalistische krachten met extreem rechtse ideeën, die Algerije voor Frankrijk wilden behouden (kolonisten) en die vijandig stonden tegenover het Europees Verdrag.

De onlangs overleden Franse filosoof Claude Lefort (1924-2010) typeert deze verzameling van politieke uitwassen als een constante in de Franse politiek (in het artikel ‘Le poujadisme’ in het tijdschrift ‘Socialisme ou Barbarie’ nr. 18, 1956).

In 1956 stemmen twee en half miljoen kiezers op de poujadistische partij, waardoor ook Le Pen als poujadist volksvertegenwoordiger wordt (hij zal een jaar later door Poujade uit de partij worden gezet). Over het poujadisme sprekend, maakt Lefort een opmerking die ook bij de PVV past: “Wat de ideologische herkomst [van de opvattingen] ook is, het betreft vooral ‘la politique du zinc’” (verwijzing naar de Franse kroeg op de hoek; borrelpraat, dus).

Wat verontrustend is: dat deze PVV zich nu bevindt in het centrum van de parlementaire macht en dat die – voor zolang het duurt – gevestigde partijen als VVD en CDA in het zadel houdt. Zo komen we natuurlijk nooit in een postkapitalistische maatschappij. Want politiek betekent dit een keuze voor een continuering van neoliberaal kapitalisme, barbarij dus.

Hoe zeer Rapaille Partij, Boerenpartij, PVV en de Franse UDCA als protestpartijen op onderscheiden punten elkaar lijken: de twee eerstgenoemde en de laatste hebben nooit zo’n riante machtspositie gekend als de PVV nu. Die machtspositie gecombineerd met de extreem rechtse elementen van die partij, maakt dat het niet vreemd is, dat herinneringen aan een ‘politieke herfst’ opkomen. En dat met de winter voor de boeg…

Wordt vervolgd.

Beeldmateriaal ontleend aan Siné Hebdo nr. 31, 8 april 2009.

2 Reacties


Een uitstekende analyse!

zei: Jan Bontje op 25/10/2010 om: 15:30u

Hear hear! Een uitstekende start! oke

zei: Neon op 27/10/2010 om: 15:30u


Powered by Greymatter