Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

10/09/2010: "Nederlandse vertaling gepubliceerd van de Komende Opstand"

Afgelopen week heeft de gelegenheidsuitgever De Fabriek een Nederlandse vertaling doen verschijnen van de Franse publicatie L'Insurrection qui vient van de anonieme auteur Comité Invisible.

opstand1 (55k image)

Klik op meer.

In maart 2007 verscheen deze tekst bij de Parijse uitgeverij Editions La Fabrique de tekst . De auteurs bedienden zich van het pseudoniem `Comité Invisible’ [Onzichtbare Comité]. Aanvankelijk trok de tekst weinig aandacht en werd die voornamelijk in het Franse alternatieve circuit verkocht en gelezen. De tekst bouwt voort op eerdere stukken al of niet ondertekend door `Comité Invisible’. Zo verscheen in 2004 L’Appel [De Oproep]. Artikelen van gelijke strekking verschenen in de periode 1999-2001 in het theoretische politiek-filosofische tijdschrift Tiqqun. Tot november 2008 verkocht La Fabrique een kleine 7.000 exemplaren van De Komende Opstand.
Op 11 november 2008 deed de Franse politie in het kader van de Operatie Taiga invallen op verschillende plaatsen, met name in het kleine dorpje Tarnac, in de streek de Corrèze. Er werd een negental mensen opgepakt die verdacht werden van lidmaatschap van de zogenaamde anarcho-autonome beweging en het plegen van diverse aanslagen op de bovenleidingen van de Franse TGV-treinen, waardoor een enorme verkeerschaos was ontstaan op het Franse spoornet. Bij die acties werden een soort weerhaken om de bovenleidingen gegooid die bij het passeren van de TGV de bovenleiding en/of de pantograaf (de stroomafnemende beugel boven op de trein) kapottrokken. Op geen enkel moment ontstond er enig gevaar voor de inzittenden van de trein, de treinen raakten enkel hun stroomvoorziening kwijt en kwamen stil te staan. Aanvankelijk had niemand die acties, die in het najaar van 2008 plaatsvonden, opgeëist. Enige tijd later werden de acties in een in Noord-Duitsland geposte verklaring opgeëist, waarin verwezen werd naar de dood van een Franse jongen die een jaar daarvoor bij menselijke spoorwegblokkades van een transport van nucleair kernafval door Frankrijk naar een lange termijn opslagplaats in Gorleben (midden Noord-Duitsland) in Noord-Frankrijk was overreden door een trein. Hij overleefde het niet.
De politie zocht de daders van deze aanslagen onder de `Negen van Tarnac’ , hoewel men eigenlijk geen enkel direct bewijs had om deze aanklacht te onderbouwen. Alles werd herleid naar vage aanwijzingen of `eigenaardigheden’. Zo werd het feit dat de arrestanten geen mobiele telefoons hadden, danwel ze zelden gebruikten als zeer conspiratief opgevat. Tevens werd het feit dat mensen zoals zij, met hùn politieke opvattingen, op het platteland waren gaan wonen, als bewijs gezien voor de stelling dat ze zich aan het toezicht van de overheid wensten te onttrekken. Het belangrijktse `bewijsstuk’ echter was het boekwerkje De Komende Opstand. Bij een groot aantal van de verdachten was dit boekje aangetroffen. De politie ging ervan uit dat de verdachten - en met name de verdachte Julien Coupat - die tekst geschreven zouden hebben. In dit boekwerk wordt ergens beschreven hoe kwetsbaar de hedendaagse samenleving is geworden en dat met een kleine actie op bijvoorbeeld het spoorwegnet een groot deel van de landelijke infrastructuur platgelegd kan worden. En dat zou de link zijn tussen de TGV-saboteurs en de auteur(s) van het boekwerkje. In de zomer van 2009 werd Coupat als een van de laatsten `vrijgelaten’. De verdachten kregen volstrekt bizarre beperkingen opgelegd bij hun `in vrijheidstelling’. Ze kregen ieder afzonderlijk een ander departement als verblijfsplaats opgelegd en mochten geen enkel contact met elkaar opnemen. Na een aantal maanden hebben de verdachten geweigerd zich nog verder te conformeren aan deze voorschriften. Voor zover bekend is niemand van hen daarop opnieuw opgesloten. Intussen `wachten’ ze anno zomer 2010 nog steeds op hun proces, als dat er nog van gaat komen, want de Franse autoriteiten hebben nog steeds geen schijntje bewijslast gevonden waarmee ze door een rechter in het gelijk zouden worden gesteld. Niet dat dat van enig belang is, want die anti-kernafvaltransportacties zijn toch hoe dan ook sympathiek te noemen.
Het is frappant dat de Franse overheid zich zo de stuipen op het lijf laat jagen door een boekwerkje. Sinds de arrestatie van de Negen van Tarnac zijn er nog eens 33.000 exemplaren van de Franse tekst verkocht, hebben vele tienduizenden mensen het wereldwijd gedownload, verschenen er in 2009 in Spanje en de Verenigde Staten vertalingen en verschijnt er in 2010 behalve deze Nederlandse vertaling ook een Duitse vertaling . De Franse overheid heeft met haar actie en het daarin betrekken van dit boekwerk de verkoop van de Franse papieren versie doen vervijfvoudigen. Met het publiekelijk een link leggen tussen de Negen van Tarnac en De Komende Opstand heeft de overheid juist bij velen de nieuwsgierigheid gewekt naar de inhoud van dit subversieve geschrift.
Voor ons als uitgevers is het verder volstrekt irrelevant of onder de Negen van Tarnac de auteur(s) van De Komende Opstand zijn te vinden. De speurtocht naar de auteurs van die tekst, dient geen enkele andere zaak dan het uitbreiden van de dossiers die de Franse veiligheidsdiensten bijhouden over de l’ultra gauche [extreem-links]. Het is slechts bedoeld om mensen te intimideren. En dat door dezelfde geheime dienst die allerlei islamistische organisaties jarenlang de hand boven het hoofd heeft gehouden, omdat het hen toen uit tactische overwegingen goed uit kwam. De Franse uitgeverij Editions Antisociales verwoordde het als volgt: “De zaak van de 'anarcho-autonomen' gaat veel verder dan die van hun persoontjes: het gaat om de zaak van de waarheid en de vrijheid, want degenen die hen vervolgen hebben zichzelf tot kampioenen gemaakt van de leugen en de onderwerping. Het is niet aan degenen die wapens verkopen aan de terroristen die de GIA of Al Qaida manipuleren, om de anderen als terroristen te behandelen.” Dezelfde geheime dienst die er in de jaren tachtig van de vorige eeuw niet voor terugschrok om een actieschip van Greenpeace op te blazen in Nieuw Zeeland.
De Komende Opstand heeft in Frankrijk veel discussie teweeggebracht. Wij denken dat de tekst enerzijds vele ontwikkelingen beschrijft die ook voor Nederland opgaan anderszijds valt er ook het een ander aan te merken op sommige aspecten van de tekst. Het Onzichtbare Comité stelt dat het verzet in deze tijd een van de symptomen is, meer en meer de vorm van een opstand aanneemt en de staat vele vormen van radicaal verzet als terrorisme bestempelt. Het Onzichtbare Comité trekt een lijn door van de terugkerende uitbarstingen van volkswoede in Griekenland naar die in de Franse voorsteden. De opstand is in zijn optiek niet gelijk aan de revoluties (van 1789 en 1917), noch aan de revolte van ’68 en evenmin aan het zogenaamde top-hoppen van de laatste twee decennia. Deze roept op tot sabotage van iedere vorm van vertegenwoordiging en zelfs organisatie.
Bij dat laatste maken ze een rare spagaat, aangezien ze enerzijds organisaties en zogenaamde `milieus’ [scene] afwijzen vanwege hun formele en informele hiërarchieën, die volgens hen in feite dwangbuizen zijn die werkelijk revolutionair handelen in de weg staan. En dan komen ze ineens met een alternatief, namelijk de commune. Een commune “is datgene wat ontstaat wanneer mensen elkaar vinden, elkaar aanvoelen, en besluiten samen verder te gaan. […] Waarom zouden er niet eindeloos veel communes ontstaan? In elke fabriek, in elke straat, in elk dorp en in elke school. Eindelijk de macht in handen van de basiscomités! […] Communes die zich […] definiëren […] door de kracht van hun onderlinge verbondenheid. Niet door de mensen waaruit ze bestaan, maar door de ideeën die hen bezielen. […] De commune wil iedere economische afhankelijkheid en tegelijk ook iedere politieke ondergeschiktheid verbreken, en ontaardt in een milieu zodra hij het contact verliest met de waarheden waarop hij is gebaseerd.” Blijkbaar willen ze dus toch een bepaalde vorm van organisatie. Het ene moment lijkt het of dat een commune van ideeën is, het volgende moment hebben ze het toch weer over leden, dus over mensen en dus over een organisatie in klassieke zin. Het blijft wat dat betreft enigszins vaag wat hen voor ogen staat. In het hoofdstuk “Zich organiseren” verhelderen ze nog enigszins wat ze bedoelen, door het volgende te stellen: “Het permanente verkeer tussen bevriende communes is een van de dingen die zorgen dat zij gespaard blijven voor verstarring en de ramp van opheffing. Kameraden ontvangen, op de hoogte blijven van de initiatieven die zij ontplooien, nadenken over hun ervaringen, zich de technieken eigen maken die zij beheersen, dat alles doet veel meer voor een commune dan steriel zelfonderzoek achter gesloten deuren. We mogen niet onderschatten hoe groot de betekenis is van alles wat tot stand gebracht kan worden tijdens die avonden waarin we discussiëren over on-ze ideeën over de oorlog die gaande is.” Ze stellen dus dat een radicale levensvorm, lees: de commune, de beste aanval op het bestaande systeem is.
Om tot die commune te komen is er een opstand nodig, die in het tijdschrift Tiqqun nog met de term `burgeroorlog’ werd aangeduid. Hierbij gaat het om de strijd tussen de volheid en veelheid van de levensvormen (communes) en het niets van de kapitalistische leegmaking (het kapitalisme onteigent immers de wereld en reduceert de volheid ervan tot niets). In het denken van Tiqqun en van het Onzichtbare Comité laat het kapitalisme de mens verworden tot een mens zonder eigenschappen of substantie (in Tiqqun aangeduid met de term `Bloom’ [spreek uit: bloem]). Die `Bloom’ kan echter door zijn gebrek aan eigenschappen ook tot zijn tegendeel omslaan van wat het kapitalistische systeem (in navolging van de situationisten in Tiqqun ook wel met spektakelmaatschappij aangeduid) eigenlijk beoogd had. Indien `Bloom’ in de contramine gaat zal het juist geen `onderdrukte’ identiteit opeisen, maar zich losmaken van de spektakelmaatschappij door de radicale weigering identiteit in te laten vullen. De vorm die het verzet van deze `Blooms’ aanneemt wordt in Tiqqun, De Oproep en De Komende Opstand aangeduid met de term `Parti Imaginaire’. De `denkbeeldige partij’ is al diegenen die zich negatief ten opzichte van het Spektakel verhouden en die ogenschijnlijk door niets verbonden worden en al zeker niet door een klassiek klassenbegrip . De Denkbeeldige Partij is daardoor onzichtbaar. De revolutionaire tak ervan wordt aangeduid met de term `comité invisible‘ . De Denkbeeldige Partij creëert “subversie zonder subject” . Zij heeft geen programma en stelt geen eisen. De auteurs rond Tiqqun zien gaarne de woekering van lokale communes, die ieder op unieke wijze levensvormen samenbrengen en creëren.
Zowel Tiqqun, De Oproep als De Komende Opstand pleiten voor een demobilisatie die allesbehalve passief is. Die demobilisatie houdt in het stilleggen van de stromen die het systeem in leven houden. En zo kom je ook uit op sabotage. “Sabotage gaat in de eerste plaats over het opruimen van obstakels, over ruimte vrijmaken voor nieuwe gemeenschappen en communicatiewijzen, over het scheppen van nieuwe territoria. Het wapen bij uitstek in handen van het verzet is niet Sorels ‘algemene staking’, maar 'de algemene blokkade'. In een eco-nomie die draait op uitzend- en afroepkrachten, op outsourcing en flexwerk, zou zo’n blokkade wel eens fataal kunnen zijn. […] De status quo is een staat van oorlog. Niet in de laatste plaats is die oorlog die van de haves tegen de have nots. […] De vertegenwoordigers van het Empire trekken het sociale weefsel in steeds razender tempo los, door de privatisering van zorg en onderwijs, dreigende precariteit, de gijzeling van landen als Griekenland door het Internationaal Monetair Fonds, de uitbuiting van de angst voor de ander enz. De Parti Imaginaire, die in Tiqqun en L’insurrection qui vient opduikt, ‘katalyseert’ dit proces niet. Ze legt veeleer het cynisme bloot waarmee de machtsuitoefening in het ‘Empire’ gepaard gaat. Werk wordt heilig verklaard in het tijdperk van geprogrammeerde massawerkeloosheid; de ‘samenleving’ en ‘normen en waarden’ worden ons voorgehouden in het tijdperk van het roofkapitalisme – hetzelfde roofkapitalisme dat, als klap op de vuurpijl, gered moet worden met een greep in de publieke middelen. Lokale sociale implosies (de Franse banlieues, de rellen in Griekenland, wanhoopsacties van eenzaten...) prikken dergelijke zinsbegoochelingen genadeloos door: hier zien Tiqqun en het Comité invisible de aanjagende rol van de Parti Imaginaire.” Het systeem roept de ‘implosie’ niet over zich af: de implosie is inherent aan het kapitalistische systeem zelf. Het systeem bestaat bij de gratie van die implosie – maar in die implosie liggen nog andere mogelijkheden, namelijk de komende opstand.

[Uit het voorwoord]


De distributie van deze uitgave is in handen van:
International Bookshop Het Fort van Sjakoo
Jodenbreestraat 24
1011 NK Amsterdam
020-6258979
http://www.sjakoo.nl
email: info@sjakoo.nl

De vertaling van De Komende Opstand is van de hand van het geroutineerde vertalersduo Dick Gevers en Bart Schellekens.

De Komende Opstand kost 3.00 euro (excl. portokosten).
Tevens uit voorraad leverbaar bij boekhandels de Rooie Rat ( http://www.rooierat.nl) te Utrecht en Rosa ( http://www.bookshoprosa.org/) te Groningen.


Powered by Greymatter