Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

10/06/2010: "RECHT OP VERZET"

ONGEHOORZAAM (55k image)

Docenten weigeren de uitvoering van de door de Franse regering opgelegde schoolhervormingen die voor een groot deel van de scholieren negatief uitpakken. Militanten schieten ‘illegale’ arbeiders te hulp of houden leerlingen verborgen die driegen te worden uitgezet. Het betreft uitingen van burgerlijke ongehoorzaamheid anno 2010 in Frankrijk. Dit wil zeggen dat men op geweldloze wijze weigert uitvoering te geven aan wat regelgeving oplegt te doen en waarbij men die regelgeving als mensonwaardig of onrechtvaardig beschouwt.

Klik op meer.


De vraag is of deze manier van ‘wetsweigering’ is te rechtvaardigen in een democratie. Kortom, is ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ op te vatten als een vorm van politieke actie? De Franse socioloog Albert Ogien en de Franse filosofe Sandra Laugier behandelen die vraagstelling in hun boek ‘Pourquoi désobéir en démocratie?’ (Waarom niet gehoorzamen in een democratie?).

Het is duidelijk. Alles hangt af van wat onder ‘democratie’ te verstaan. Valt een door extreem rechts gedoogde minderheidsregering te legitimeren binnen het kader van ‘de democratie’? Rutte, Verhagen en Wilders vinden uiteraard van wel, maar dat zijn dan ook geen democraten, hooguit parlementariërs. Het laat zich raden dat onder de politieke omstandigheden die zij (zullen) creëren ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ als politieke actievorm veelvuldig aangesproken gaat worden.

De bedoelde vorm van ongehoorzaamheid verwijst naar de negentiende eeuwse Amerikaanse schrijvers en filosofen H.D. Thoreau (1817-1862) en R.W. Emerson (1803-1882). Thoreau weigert belasting te betalen omdat hij tegen de Mexicaans-Amerikaanse oorlog en tegen de slavernij is. In 1849 schrijft hij een essay oorspronkelijk getiteld ‘Verzet tegen de Burgerlijke Regering’. Het geschrift is bekend geworden onder de titel ‘Civil disobedience’ en het levert de argumentatie voor de (morele) plicht tot ongehoorzaamheid als de situatie daar is. Ogien en Laugier vertrekken voor hun beschouwing over dit onderwerp vanuit deze zienswijze.

Voor Thoreau en Emerson is ongehoorzaamheid inherent aan de democratie. Democratie wordt gedacht als gebaseerd op het beginsel van de deelname aan de sociale gemeenschap onder vrijwillige toestemming. Daaraan is verbonden dat op elk moment het recht kan worden onthouden aan de regering om in ‘mijn naam’ te spreken. De weigering om te gehoorzamen wordt een plicht op het moment dat de regering tegen fundamentele beginselen handelt, zoals in de tijd van Thoreau en Emerson de toenmalige Amerikaanse regering deed met het in standhouden van de slavernij.

Natuurlijk, de tijden zijn veranderd, maar de politieke actualiteit noopt meer dan eens tot openlijk verzet. De mannen die weigerden naar toenmalig Nederlands-Indië te worden uitgezonden (Politionele Acties 1946-1949) omdat ze het kolonialisme afzworen, handelden in de toenmalige ‘actualiteit’. Als oorlogsverraders verdwenen ze in gevangenis, terwijl hun houding een hoog moreel gehalte had.

Men kan zich een levenlang geconfronteerd weten met situaties die tot ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ aanleiding geven. Dat is precies waarover de Franse militant en antimilitarist André Bernard onlangs een autobiografisch boek publiceerde, getiteld ‘Être anarchiste oblige !’ (zie voor meer informatie de site : http://www.atelierdecreationlibertaire.com/Etre-anarchiste-oblige.html ). In zijn artikel getiteld ‘Pour une désobéissansce civile généralisée’, in het Franse anarchistische weekblad ‘Le Monde libertaire’ (bijzonder nummer, nr. 39, 2010), pleitte hij voor een ruime toepassing van ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’.

Wat, aldus Ogien en Laugier, op dit moment tot burgerlijke ongehoorzaamheid aanzet is het effect van de ‘nieuwe’ manier van regeren, te weten ‘besturen op te kwantificeren eenheden’, op ‘prestatievermogen’ op het ‘resultaat’, kortom op ‘ontmenselijking’. Het actievoeren tegen de effecten van de ‘nieuwe’ manier van regeren heeft dan ook een grote omvang genomen. De hernieuwde belangstelling voor het verschijnsel ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ is daaraan niet vreemd.

In Nederland vond jaren geleden een opleving van de aandacht voor dit onderwerp plaats, en wel naar aanleiding van het proefschrift van C.J.M. Schuyt, Recht / Orde en Burgerlijke ongehoorzaamheid, (Rotterdam, 1973, tweede druk ; als proefschrift uitgekomen in 1972). Zo vindt men in het blad ‘Intermediair’ (nr. 42, van 17 oktober 1975, p. 1-13) nog een polemiek terug tussen Schuyt en twee andere sociologen over dat proefschrift. De laatsten behandelden hun kritiek onder de titel: “De ongehoorzame burger. Van ‘provocatie’ via ‘sociale aksie’ naar ‘burgerlijke ongehoorzaamheid”. Schuyt reageerde daarop. Ik ga voorbij aan die discussie. Wel ontleen ik aan de reactie van hem enkele elementen die ook in het hedendaagse debat over dat onderwerp van belang zijn.

Burgerlijke ongehoorzaamheid typeert maatschappelijk verzet tegen normovertreding van gezagsdragers. De militanten en activisten beroepen zich daarbij in hun verzet op algemene (rechts)beginselen, zoals bijvoorbeeld de Grondwet, de beginselen van Neurenberg en mensenrechtenverdragen. Dit is samen te vatten met het streven naar universalistische waarden. Buiten die waarden vallen dan particularistische belangen, bijvoorbeeld een boycotactie van boeren. Daarmee is niet gezegd dat zij niet voor hun zaak zouden mogen strijden, alleen valt dit niet onder ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’.

Hierboven zagen we al dat de deelname aan de sociale gemeenschap gedacht wordt als gebaseerd op vrijwillige toestemming. Het probleem is dat je je medeburgers niet kiest zoals je wel zelf je vrienden kiest. In die zin is de sociale gemeenschap een onvrijwillig samenlevingsverband, bijeengehouden door een aantal grondregels voor het samenleven. Aanvaard men die grondregels, zo stelt Schuyt, dan speelt men loyaal het spel van de samenleving mee. Worden door anderen die grondregels overschreden, dan vervalt ook voor mij de plicht loyaal te blijven. Ongehoorzaamheid en verzet gaan een rol spelen: de sociale orde berust uiteindelijk op de vrijwillige en persoonlijke beslissing van mensen om wel of niet mee te blijven spelen.

Wanneer tien jaar later de discussie over ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ naar aanleiding van maatschappelijke acties weer oplaait, mengt een andere rechtssocioloog, Freek Bruinsma, zich in het debat met zijn brochure ‘Het recht op verzet’ (Staatkundige pamfletten nr. 1, Leiden, 1983). Wat voor invloed hebben burgers op het politieke proces in een parlementaire democratie? Die blijft beperkt tot het moment van verkiezingen en daarna moet iedereen weer zijn hok in. Dat heeft niets met ‘democratie’ van doen.

Bruinsma beschrijft protestacties van binnenuit en van onderop: het zijn in aanzet geweldloze daden van mensen die uit verontwaardiging over een bepaalde overheidspolitiek de straat opgaan. Hij verzet zich tegen de operationele opvatting: Nederland is een sociale rechtsstaat en daaruit vloeit een algemene gehoorzaamheidsplicht.

Een operationele opvatting verwijst naar de procedurele schijn van de democratische rechtsstaat. SCHIJN, want heeft de bevolking (‘We the people’) bijvoorbeeld kunnen deelnemen aan het debat ten behoeve van de totstandkoming van de akkoorden voor een minderheidskabinet (Rutte-Verhagen), om maar een actuele situatie bij de kop te nemen? Is in dit kader de zo geroemde ‘transparantie’ gediend geweest, of heeft juist het ‘achterkamertjes’ gedoe hoogtij gevierd? Het laatste dus. Een wie heeft daar het hardst aan meegedaan? Juist, de grote bestrijder van dat soort gedoe, Wilders. Het idee van de DEMOCRATISCHE rechtsstaat is dus ook dit keer voor geen millimeter serieus genomen. ‘Het verzet’ tegen deze negatie van ‘We the people’ neemt de democratie wel serieus!

Een ‘algemene gehoorzaamheidsplicht’ laten voortvloeien uit het feit dat Nederland een sociale rechtsstaat is? Maar ‘het sociale’ is al voor een groot deel afgebroken en de verdere afbraak gaat vrolijk door. En ‘rechtsstaat? Een staat waar het recht heerst? Ook in nazi-Duitsland heerste recht, consulteer maar een van de grootste juristen uit die tijd te weten de erudiete nazi-jurist Carl Schmitt.

Inmiddels zitten we in 2010. De politieke situatie in Europa kenmerkt zich door zijn ‘berlusconisatie’ als desastreus voor de democratie. Waarom nog gehoorzamen binnen politieke kaders die valselijk als ‘democratie’ worden voorgehouden? Opnieuw krijgen opvattingen van Thoreau en Emerson de nodige aandacht om de gedachte aan ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ inhoud te geven. Ogien en Laugier hebben zich aan die arbeid gezet, wat hun hierboven genoemde boek heeft opgeleverd.

Zij verschaffen inzicht in de aanleiding om over dat onderwerp te schrijven. Vervolgens schetsen ze het kader waarin ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ gestalte krijgt. Daarbij laten ze op inspirerende wijze de grondslagen ervan (aangetroffen bij Thoreau / Emerson) vervloeien in actuele discussies over maatschappelijke onderwerpen, die men wellicht niet zo snel met burgerlijke ongehoorzaamheid in verband brengt.

Daarna wordt het idee van de ‘nieuwe’ manier van regeren uitgewerkt in de vorm van een kritiek op het zogeheten ‘moderniseren van de staat’: het hanteren van het beginsel van doeltreffendheid en ‘le système du chiffre gestionnaire’. Iedereen wordt ‘afgerekend’ op hoeveel ‘handelingen’ men heeft verricht (doeltreffendheid), niet op de kwaliteit van zijn of haar handelen. Zo wordt het ‘kwantificeren’ (moderne politiek) van de zorg afgezet tegen het afnemen van de kwaliteit van de zorg: het gaat om zorg-industrie, niet meer om attentie voor de medemens. We vinden dit terug in het onderwijs, de gezondheidszorg en andere publieke diensten (denk aan de posterijen). Deze uitwerking wordt door de auteurs in relatie gebracht met een beschrijving van enkele grote verzetsacties in Frankrijk.

Het volgende deel van het boek gaat over het ‘politieke’. Na een behandeling van het ‘gewone’ concept van de politiek, vervolgen de auteurs met een uiteenzetting over ‘radicale democratie en het individu’. De auteurs verdedigen de zienswijze: burgerlijke ongehoorzaamheid is een politieke actievorm die tot een van de grondslagen van de democratie kan worden gerekend. We spreken hier over de democratie in de vorm van regering van het volk voor het volk. Als daarvan wordt afgeweken, eis ik mijn stem weer op en laat horen dat ik niet zal gehoorzamen. Democratie is wat dat betreft een term die verwijst naar: gelijkheid, autonomie, pluraliteit van denkbeelden over het gemeenschappelijke, onvervreemdbaarheid van het recht op kritiek, respect voor opinies en emoties van individuen, etc.

Een politiek die daar lak aan heeft en bovendien ‘ontmenselijking’ produceert, mag rekenen op verzet, dwingt tot burgerlijke ongehoorzaamheid.

OGIEN, A., et S. Laugier, Pourquoi désobéir en démocratie?, uitgegeven door Éditions La Découverte, Paris, 2010, 212 blz., prijs 20 euro.


Powered by Greymatter