Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

08/11/2010: "PROUDHON EN GERECHTIGHED"

Proud (56k image)


De Fransman Pierre-Joseph Proudhon (1809-1865) wordt de vader van het anarchisme genoemd. Een van de meest aangehaalde citaten van hem lijkt me ‘eigendom is diefstal’ [1840]. Proudhon, typograaf, schrijver, denker, scherp polemist, die door sommigen als een ‘vat vol tegenstrijdigheden’ wordt gezien. Men kan hem ook opvatten als een van die enkele geniale persoonlijkheden, die een eeuw weet voort te brengen.

Klik op meer.


Proudhon heeft op alles wat zich in de maatschappij voordeed en waar hij het niet mee eens was, kritiek geuit. Tegelijk heeft hij ook laten zien vanuit welke basisbeginselen een betere maatschappij is te funderen dan de bestaande. ‘Beter’ hier gezien naar de maatstaven van ‘gerechtigheid’.

Nu is gerechtigheid een containerbegrip. De vraag is dus wat Proudhon ermee voor heeft om het te gebruiken. Het is dan goed een onderscheid te maken naar ethische elementen en elementen van procedurele en functionele aard. Wat de ethische kant aangaat, verwijst Proudhon naar een oud (en ook bijbels) beginsel: ‘doe anderen wat u wil dat zij u doen; doe anderen niet wat u niet wil dat zij u doen’ (door hem al geopperd in zijn eerste grote werk, ‘Wat is eigendom?’ [1840]). Redelijk handelende mensen zullen dit begisel tot richtsnoer nemen voor het zich met elkaar verhouden.

De elementen van procedurele en functionele aard zoals die in het begrip ‘gerechtigheid’ bij Proudhon een rol spelen, moeten aan het recht diens geloofwaardigheid en kracht teruggeven. Opdat ‘er tussen redelijke mensen een samenleving is, zal er een wederkerig raderwerk aanwezig moeten zijn: dat kan slechts werken met behulp van een ander beginsel, het mutualistische beginsel van het recht’, aldus Proudhon (De la justice dans la Révolution et dans l’Église, Tome 1, [1858]).

Als Proudhon hier spreekt over het recht heeft hij het natuurlijk niet over de door de staat geperverteerde ‘wetten’. Juist vanwege de juridische perversie staat dit bij Proudhon onder zware kritiek. Die kritiek is tot in onze dagen te herhalen, zodat Joke Kaviaar op deze site met het item ‘Preventieve actie !’ (zie: http://www.devrije.nl/archives/00002986.html ) haar punt kan maken.

Proudhon is zelf slachtoffer geweest van deze perversie. Wegens ‘majesteitsschennis’ (1849) verblijft hij drie jaar in de gevangenis. Vervolgens wordt hij opnieuw naar aanleiding van ‘subversieve’ publicaties (aanval op eigendom, moraal, religie) tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld (1858). Hij weigert gratie te aanvaarden (1859). Om aan de nieuwe vrijheidsberoving te ontkomen ontvlucht hij Frankrijk om enkele jaren in Brussel met zijn gezin in ballingschap te leven. Hij keert in 1862 in Frankrijk terug…

Proudhon heeft zeer veel geschreven en het lijkt welhaast ondoenlijk om dat allemaal te bestuderen zonder dat men eerst eens enkele inleidende teksten van anderen over hem leest. Die zijn in de loop der jaren ook verschenen. Het betreffen studies, naast luchtiger brochures, waarin men zich vooral met zijn sociaal-economische, sociaal-politieke, federalistische, mutualistische opvattingen bezighoudt (inclusief de effecten van zijn opvattingen op het syndicalisme bijvoorbeeld). Nu verschijnen er ook studies over zijn rechts- en gerechtigheidsopvatting. Een daarvan signaleer ik hier en wel die van Edouard Jourdain, getiteld ‘Proudhon. Un socialisme libertaire’.

Jourdain behandelt in kort bestek wat Proudhon aan heeft gewild met het gebruik van het begrip ‘gerechtigheid’. Hij verklaart de leidende elementen ervan die men bij Proudhon aantreft. Het betekent overigens dat het een containerbegrip blijft: het begrip verwijst naar al die thema’s en beginselen waarvan Proudhon meent dat uitwerking daarvan een ‘behoorlijke samenleving’ moet kunnen opleveren.

Jourdain bespreekt daarbij eerst de meer methodische kant van het denken van Proudhon. Zo werkt de laatste met een ‘seriële dialectiek’, een dialectiek van tegenstellingen, waar telkens gezocht wordt naar ‘evenwicht’ en niet naar ‘opheffing’ (in een ‘synthese’; daarmee verschilt het fundamenteel met de Hegeliaanse of marxistische dialectiek). Proudhon werkt met het begrip ‘serie’ (een assemblage van samengestelde eenheden) en ‘seriële wet’ omdat hij elk idee van ‘substantie’ en van ‘oorzaak’ wil uitsluiten. Het idee ‘oorzaak’ maakt dat men gaat zoeken naar de ‘grote veroorzaker’, bijvoorbeeld God, zodat men buiten de werkelijkheid komt te staan. Daarom vindt men bij hem geen ‘atheïsme’ (ontkennen van het bestaan van god) maar antitheïsme (het afwijzen van god, alsof we die nodig zouden hebben).

De wil (van de mens) wordt geacht een bijdrage te leveren in maatschappelijke processen. De ‘vooruitgang’ is niets anders dan de kracht van het leven. In zijn afwijzing van het determinisme en fatalisme wijst hij erop dat we niet in staat zijn om de ‘oorzaak’ te kennen, evenmin zoiets als het ‘doel’ van het leven of het bestaan van de mensheid. Wat hem interesseert is de ‘route’, en die moeten wij toch echt zelf uitzetten…

Vervolgens besteedt Jourdain in het tweede hoofdstuk de betekenis van de ‘samengestelde krachten’ (het ‘collectieve’) in de maatschappij wanneer mensen samenwerken. En ook als ze dat niet bewust doen, vindt er toch iets ‘collectiefs’ plaats. Proudhon dan: ‘Wie zou durven zeggen: ik produceer alleen wat ik consumeer, ik heb verder niemand nodig. Desbetreffende zou niet ver komen. In gezamenlijkheid weten mensen op te brengen wat er ter consumptie voor iedereen voorhanden is’.

In deze context vindt de discussie over ‘collectieve kracht’ plaats en wordt het interessant te zien welke organisatiebeginselen bijdragen aan de uitvoering van gerechtigheid. Dat komt in het derde, tevens laatste hoofdstuk aan de orde onder de vlag van het ‘integrale federalisme’, een federalisme op alle vlakken van de maatschappij toegepast.

Langs deze weg heeft Jourdain een nuttige dwarsdoorsnede gegeven van het denken van Proudhon met het oog op ‘gerechtigheid’. Ik zit nu alleen nog met één probleem, en dat is de titel van het boek: ‘Een libertair socialisme’. De behandeling daarvan ben ik nergens tegengekomen. Vermoedelijk heeft Jourdain dit telkens in gedachte gehad als inherent aan ‘gerechtigheid’. Overigens maakt dit het bestuderen van deze tekst niet minder waard.

JOURDAIN, Edouard, Proudhon. Un socialisme libertaire, uitgegeven door Éditions Michalon, Paris, 2009, 111 blz., prijs 10 euro.


Powered by Greymatter