Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/23/2010: "FEMINISME IN DISKUSSIE"

Eva (42k image)


Het proces van de sociale en economische gelijkstelling van de vrouw aan de man kent een doorlopend debat. Staat dat gelijk aan de wil tot vrouwenemancipatie? Is het een debat dat ook nog in libertaire kringen gevoerd moet worden?

Klik op meer.


Het halfjaarlijkse Franse tijdschrift voor anarchisme studies, REFRACTIONS, wijdt haar voorjaarsnummer van 2010 aan de verschillende soorten feminisme en brengt deze in relatie tot het anarchisme. Daarbij wordt door een aantal auteurs aandacht geschonken aan wat op dit moment over de feministische positiebepaling in libertaire kringen aan de orde wordt gesteld. Voor sommigen in dit nummer van Réfractions is het ondermeer de vraag of er nieuwe gedachten zijn over actuele vormen van overheersing en of het waard is die te analyseren. Uitkomsten van die verschillende gedachtegangen worden vervolgens mede geconfronteerd met verschillende theoretische anarchistische en feministische emancipatievormen.

Om alles te snappen wat aan de orde wordt gesteld, moet je wel onderdeel zijn van dit lopende debat. Dat ben ik niet. Dit betekent dat mij een en ander ontgaat. Zo zijn er in dit nummer verschillende discussies met Franse activistes opgenomen die zinvol mogen zijn, maar dan buiten mij om. Wat ik hier op merk geldt zeker niet voor de volgende twee bijdragen. De ene van Anne Steiner, de ander van Irène Pereira.

Steiner schrijft over de emancipatie van de vrouwen in Franse individualistische kringen tijdens de ‘Belle Epoque’ (p. 19-29). De maatschappij wordt in die kringen als patriarchaal gekritiseerd; het huwelijk en seksuele onderdrukking worden afgewezen. Maar wil je het verschijnsel overheersing in zijn algemeenheid aanpakken, dan moet je (ook) de school en het onderwijs hervormen om dociliteit af te leren en om een kritische instelling en onderzoekend gedrag te ontwikkelen. In bedoelde kringen is er in die tijd ook een begin meegemaakt, door de inrichting van een bijzondere type schoolsysteem. Het is duidelijk dat Steiner weet waarover ze schrijft. En ze doet dat op een begrijpelijke manier. Het zelfde geldt voor Pereira.

Haar beschouwing gaat over ‘Het zijn van anarchiste en feministe in de wereld van vandaag’ (p. 63-72). Zij behandelt de drie feministische ‘golven’ vanaf de jaren zestig, waarbij de herhaling van zetten opvalt ten aanzien van wat reeds tijdens de ‘Belle Epoque’ aan de orde wordt gesteld en in de praktijk is gebracht. Vervolgens gaat ze in op het anarchisme en een aantal feministische controverses. Een daarvan is de macho houding in anarchistische organisaties. Dat laatste wordt als een van de redenen gezien waarom in dat soort organisaties vrouwen onder vertegenwoordigd zijn.

Samen met Simon Luck heeft Pereira daar onderzoek naar gedaan, waarvan een verwerking te vinden is in hun artikel getiteld ‘In de anarchistische organisaties, het voorbeeld van de “Alternative libertaire” en de “Féderation anarchiste”’ (p. 97-105). De ondervertegenwoordiging van vrouwen in die organisaties wordt in verband gebracht met het type militantisme in die organisaties. Dat is namelijk verbonden met masculinisme en de waardering voor fysieke confrontatie. Dit laatste wordt weer terug gevonden in enkele elementen van de anarchistische ‘cultuur’ die samenhangen met ‘arbeiderisme’ en het radicale antifascisme.

Bij dit alles heb ik sterk de neiging aan te raden om het devies van Bob Dylan te volgen, door hem gegeven tijdens zijn ‘masterclass’ Tell Ol’ Bill Sessions. Op track 2 hoor je hem zeggen: ‘Let’s forget all the turnarounds’. We beginnen gewoon opnieuw. Daarvoor is in Réfractions ook aandacht, waar eraan herinnerd wordt wat Bakoenin naar voren brengt, let wel rond 1870.

Als hij zich tot Italiaanse proletariërs richt (in 1871), signaleert hij enkele fundamentele kwesties. Hij zegt in dat verband: ook zijn wij tegenstanders van het patriarchale en juridische gezag van echtgenoten over hun vrouwen, van ouders over hun kinderen. Waarom? Wel: de geschiedenis leert ons dat het despotisme in het gezin het zaad van het despotisme van de staat is.

Vervolgens komt men in zijn ‘Statelijkheid en Anarchie’ (1873) een verwerking hiervan tegen. Wat maakt dat het (in dit geval Russische) volk zich onderdanig gedraagt? Daarvoor zijn drie grondtrekken aan te wijzen:
1. familiaal patriarchaat;
2. absorptie van het individu in de kleine sociale orde (bedoeld is de Russische mir);
3. het vertrouwen in de tsaar.
De tweede en derde grondtrek wijst hij als het natuurlijke effect van de eerste aan.

Het despotisme van de echtgenoot, de vader en vervolgens de oudste broer van het gezin, het familiale despotisme dus, herhaalt zich in de sociale onderworpenheid aan de kleine gemeenschap en vervolgens in de tsaristische slavernij. Bakoenin heeft dus al gewezen op het bestaan van een bijzondere circulariteit van de reproductie van ‘overheersing’ in de maatschappij.

Mannen en vrouwen leven in die maatschappij en zij hebben die ‘reproductie’ geïnternaliseerd. Die zelfde maatschappij is hiërarchisch ingericht en repressief. Om als mens daar tegen in opstand te komen, legt Bakoenin in zijn ‘God en de Staat’ uit, moet men vanwege de internalisatie op zijn minst ook tegen een deel van zichzelf in opstand komen. Hier vinden we de kern van de problematiek op één pagina samengevat (p. 17).

In dit nummer treft men verder nog een discussie aan rond het thema ‘Het anarchisme tussen liberalisme en het machiavelliaanse moment’. Het artikel is van de hand van Diego Paredes en enkele redacteuren van Réfractions leveren daar ieder afzonderlijk hun commentaar op. Verder veel boekbesprekingen.

REFRACTIONS, Recherches et expressions anarchistes, nr. 24, mei 2010, 176 blz. Prijs 12 euro.

3 Reacties


Wat ik mis in bovenstaande zijn de ontwikkelingen in wtenschap die het vrouwelijke en mannelijke
overbodig maken. De nieuwe mens is zo langzamerhand een feit bijna volledig in het laboratorium gemaakt.
Een draagmoeder zal over een tijdje ook niet meer nodig zijn. Daar bij wil ik ook wijzen op de rol van mannen die traditionele mannen beroepen vervulden. Die beroepen zijn aan het verdwijnen of al verdwenen. Werkeloos zitten ze thuis met een vrouw die niks meer in die man ziet want de enige rol die hij had die van kostwinner is er niet meer. Daarbij ook nog eens die mannen die
vrijwel nooit of zelden gewerkt hebben langdurig Bijstand afhankelijk zijn
onvrijwillig. Wat is hun mannelijkheid : Wat is hun rol. Ze kunnen niet de rol van kostwinner spelen hebben een lage maatschappelijke status.
Of ontlenen hun status aande straat cultuur geweld crime. Een negatieve rol. Voor een deel krijgen ze die rol opgedrongen. Om te overleven blijft ze vaak weinig andere keuze ook in Nederland zo langzamerhand. Daar bij blijft spelen zo als ik al eerder probeerde uit te leggen want ik ben geen expert zo wel het mannelijke als vrouwelijke overbodig lijkt te worden hoewel
vrouwen nog het best lijken aangepast voor de 21 eeuw en verder.

zei: Er valt wel meer over te zeggen. op 27/06/2010 om: 11:25u

Feminisme als een strijd voor gelijke waardering en voor gelijke rechten is in deze tijd aan verandering onderhevig.
Doordat steeds meer vrouwen hun eigen weg vervolgen en daardoor de man overbodig blijkt te worden, zal er toch nagedacht moeten worden of nu niet een emancipatie van de man moet plaats vinden, om zijn aanwezigheid zinvol te laten zijn in het leven.

En wat men nu ook waarneemt is dat feministen ten aanzien van vrouwen uit bv niet westerse culturen hun denkwijze bij die vrouwen opdringen. Neem bv de hoofdoekjes verbod, verbod op bepaalde volksrituelen, die belangrijk zijn voor de niet-westerse vrouwen, etc.
Feminisme is dan verworden tot modern kolonialisme en "witte" vrouwen onderdrukken nu de "getinte" vrouwen.
Zo is feminisme niets anders dan simpel racisme

zei: Harry op 28/06/2010 om: 12:10u

Natuurlijk is het bestaan van de man zinvol. De man is één van de twee geslachten waardoor menselijke voortplanting plaats kan vinden.

Gaan suggereren dat mannen niet meer nodig zijn omdat mensen in een laboratorium gemaakt kunnen worden, is dus feitelijk het bestaan van de mens als soort volkomen afhankelijk maken van de mogelijkheid hoogwaardige techniek te kunnen gebruiken. Dat heet een achterlijke visie op de mens en z'n potentie op voortbestaan hebben!

Daarnaast: mannen en vrouwen zijn gelijkwaardig, maar totaal niet gelijkaardig.
Dat is niet alleen fysiek zo, maar ook mentaal, intellectueel, geestelijk en psychisch.

Oftewel: geleuter allemaal.

zei: Hans Langbroek op 30/06/2010 om: 18:25u


Powered by Greymatter