Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/14/2010: "AMERIKAANSE UTOPIEËN"

Utopie (58k image)


Amerika, dat wil zeggen de Verenigde Staten van Amerika (VS) kennen we de afgelopen vijftig jaar vooral van oorlogen: Vietnam, Irak, Afghanistan… en van verhalen over de CIA, de FBI. Maar laten we niet vergeten dat we het ook kennen van de dienstweigeraars, van de geschriften tegen Amerikaans imperialisme van de hand van libertairen als Paul Goodman en Noam Chomsky. Dat is de andere kant van ‘Amerika’. De Amerikaanse utopieën zitten aan die kant.

Klik op meer.


Amerikaanse utopieën. Net als veel andere zaken blijken ze deels geïmporteerd te zijn. Dat wordt ook duidelijk uit de studie van de libertaire auteur Ronald Creagh, die niet zo lang geleden nog een tekst publiceerde over de ‘Affaire Sacco en Vanzetti’ (2004). Creagh (1929), socioloog, historicus, oud-hoogleraar Amerikaanse cultuur aan de universiteit van Montpellier, is tevens redacteur van libertaire tijdschriften als ‘Réfractions’ en hij zette bijvoorbeeld ook op de immer nog te raadplegen site: ‘Recherches sur l’anarchisme’ (zie: http://raforum.info/ ).

In 1983 verschijnt van zijn hand ‘Laboratoires de l’utopie. Les communautés libertaires aux États-Units’. Het is onlangs uitgekomen in een vermeerderde en geactualiseerde versie. De titel is aangepast en luidt nu: ‘Utopies américaines. Expériences libertaires du XIXe siècle à nos jours’. Sloot het boek toen rond 1960 af, nu loopt het door tot in het heden. De opzet van het boek is als volgt.

Na een uitgebreide inleiding treft men in een aantal hoofdstukken de beschrijving aan van vele tientallen libertaire leefgemeenschappen, communes, collectieven. Creagh typeert ze als ‘microsociétés’, maar ook als ‘geleefde utopieën’. De behandeling ervan heeft hij in een aantal periodes verdeeld.

De eerste periode is die van 1800 – 1860. In dit tijdvak laat zich de invloed van twee grote Europese utopisten gelden, die van de Engelsman Robert Owen en de Fransman Charles Fourier. Zij vertegenwoordigen de ‘communistische’ lijn. Daarnaast is de ‘individualistische’ lijn van de Amerikaan Josiah Warren herkenbaar.

Als tweede periode neemt Creagh die van 1856 – 1914. Het levert communes en gemeenschappen op, ten tijde van de grote trek naar het Westen. Die dienen zich aan als ‘socialistisch’. De derde periode, die van 1915 – 1960, typeert Creagh als ‘anarchistisch’, waarbij collectieven zich onder meer gaan bezighouden met het opzetten van de ‘moderne school’, geïnspireerd door de Spanjaard Francisco Ferrer.

Vervolgens wordt de hippy-cultuur, de ‘flower-power’ beweging, het militantisme tegen de Vietnam-oorlog en de ermee samenhangende commune-beweging behandeld (periode ± 1960 - 1970). Tenslotte belandt Creagh in het heden, de periode na de Vietnam-oorlog, die een veelheid van libertair ingestelde leefgemeenschappen oplevert, van waaruit een grote diversiteit van activiteiten wordt ondernomen. Vanzelfsprekend vindt men hier onder meer uitwerkingen terug die samenhangen met de sociale ecologie zoals geïnitieerd door Murray Bookchin.

Na deze behandeling van de vele tientallen libertaire ‘communautés’ volgt een evaluatie. Tevens zijn toegevoegd een bibliografie gegroepeerd naar stromingen, een lijst met auteurs en militanten voorzien van biografische gegevens, een trefwoorden- en personenregister en een notenapparaat waarin ook naar talloze relevante sites wordt verwezen.

Het boek levert meer dan de geschiedenis van ‘micro-maatschappijen’ in de VS. Het is zo opgezet, dat er tevens een ander dan het gebruikelijke beeld van het begrip ‘utopie’ ontstaat. Het gebruikelijk beeld hangt samen met de literaire utopieën (zoals die van Plato, Thomas More, Willam Morris). Creagh spreekt daarentegen over ‘geleefde utopieën’.

Als de Engelsman Robert Owen (1771-1858) — industrieel, filantroop, stichter van het Engelse socialisme — in 1825 naar de VS gaat om er de woon- en werkgemeenschap New Harmony te stichten (1826), zijn er al stromingen werkzaam zoals die van de ‘vrije gedachte’, de quakers. Met zijn reële utopie voegt Owen daaraan een impuls toe. Het gaat om een verwante wijze van ‘sociabilité’: het leven in een egalitaire, communistische gemeenschap, die zich verenigt op algemeen menselijke grondslag.

Daarmee wijkt deze vorm van samenleven tegelijk af van twee andere bestaande vormen, te weten de collectivistisch en hiërarchisch ingestelde religieuze gemeenschap en de kapitalistische wijze van leven, die de alomtegenwoordige structuur van de Amerikaanse maatschappij zal worden.

Zoals opgemerkt doen de ‘geleefde utopieën’ zich in grote verscheidenheid voor. Ze variëren naar doel en omvang. Dat geeft ook de benamingen ervan weer. Zo wordt er gesproken van: ‘milieu de vie’, ‘milieu libre’, ‘collectif’, ‘commune’, ‘communauté’, maar ook van ‘coöperatie’, ‘écovillage’, ‘cohabitatie’. Vanuit het perspectief van Creagh’s beschouwing zijn ze alle synoniemen, want op te vatten als ‘micro-maatschappijen’. Veralgemeniseerd gaat het telkens om collectieve samenleving (en of samenwerken, zoals in de agricultuur) in een anarchistische omgeving (afwezigheid van een ‘patron’ of leidende piramidale organisatie). Het zijn ‘utopieën’, maar levende. En daar zit het verschil met het traditionele gebruik van dit begrip.

De utopie is tegelijk een besmet en een subversief begrip. Het is vanuit tenminste drie kanten besmet. Ten eerste zijn er de literaire utopieën, die naast een sterk autoritair karakter ook een hoog blauwdruk gehalte hebben. Binnen een anarchistisch kader worden die twee elementen nadrukkelijk verworpen. Dit maakt ook duidelijk waarom er binnen de sfeer van de ‘micromaatschappijen’ nauwelijks belangstelling is voor de literaire utopieën, stelt Creagh.

Vervolgens heeft ‘vriend’ Marx de ‘utopie’ de doodsteek gegeven door tegen het ‘utopisch project’ zijn zogeheten ‘wetenschappelijk socialisme’ te zetten. Vanuit een derde kant, die van de behoudende kaste, wordt nog wat zout in de wond gewreven. Als vanuit die kant met betrekking tot een bepaald voorstel het oordeel luidt: ‘Dat is utopie’, dan wordt bedoeld: ‘They don’t want to do it!’ (ik citeer hier Paul Goodman in het Engelse tijdschrift ‘Anarchy’, nr. 85, 1968). Waarom zou je toch zo’n besmet begrip willen gebruiken? Wel ‘utopie’ kent ook subversieve effecten. En daar is het Creagh om te doen.

De utopie werkt als een schakelaar, die aansluit op ‘emancipatie’. Dit maakt dat ‘idolen’ als staat, economie, markt, recht, hiërarchie, dat wil zeggen idolen die heilige sferen en onaantastbaar geachte domeinen creëren, onder spanning komen te staan. De emanciperende utopie wil absolute, transcendente, hiërarchisch opgelegde zaken, afschaffen. Creagh onderzoekt dus de ‘micromaatschappijen’ de ,’communautés’ die zich daar, al doende, mee hebben beziggehouden.

Het gaat dan ook niet om projecties in de toekomst. Het utopisme dat hij beschrijft richt zich juist op het heden. De utopist, individu of collectiviteit, is degene die de ramen open gooit om het volle zicht op zijn culturele en sociale omgeving te krijgen, om zo het onverwachte als drager van een oneindig aantal mogelijkheden te grijpen, merkt Creagh op.

Het subversieve karakter van de utopie laat zich aldus Creagh in vier kenmerken herkennen:
1. het aan de kaak stellen van het (actuele) sociale systeem;
2. het omverhalen van de fundamentele zekerheden binnen dat systeem;
3. het benutten van de scheppende kracht ervan;
4. het openbare van de oneindige mogelijkheden in het licht van ons eindige bestaan.

De periodisering die Creagh hanteert voor zijn beschrijving van de ‘communautés’, zoals hierboven reeds weergegeven, maakt dit duidelijk. Elke volgende maatschappelijke context kent weer erop reagerende ‘geleefde utopieën’. Als het afgelopen lijkt te zijn met de ‘communes’, komen ze even later in een andere gedaante terug. In die zin gaat het dus om hele series ‘intentionele gemeenschappen’, dat wil zeggen: ze zijn weloverwogen en vrij gekozen ingesteld.

Telkens weer zijn er Amerikanen, zegt Creagh, die zich afvragen wat vrijheid te betekenen heeft? Waarom zijn het steeds anderen die over mij beslissen? Is directe democratie op grote schaal mogelijk? Kan men mensen en sociale structuren veranderen? Is het project van de verandering van de wereld een illusie? Hoe zou je op dit alles een antwoord kunnen geven zonder enige ervaring?

Creagh heeft een deel van de geleefde ervaringen beschreven, ze gegroepeerd, ze becommentarieerd. We zien heel wat initiatiefnemers, auteurs, militanten van toen en nu aan ons voorbij trekken. Het verlossende woord wordt niet gesproken. Daarvoor moet men een ander boek raadplegen.

Wie echter zijn gedachten wil vormen over het hoe en met welke zin een micro-structuur van het libertaire type op te zetten, die doet er goed aan het boek van Creagh te raadplegen. Want waarom zou je niet profiteren van de ervaringen van anderen?

CREAGH, Ronald, Utopies américaines. Expériences libertaires du XIXe siècle à nos jours, uitgegeven door Agone, Marseille, 2009, 397 blz., prijs 24 euro.


Powered by Greymatter