Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

04/01/2010: "REVOLUTIONAIR ANARCHO-SYNDICALISME"

aanschaffen in Gent, bediscussiëren in Appelscha

Syndicat (68k image)

De maatschappij, dat wil zeggen de sociaal-economische organisatie ervan en de sociaal-economische processen daarin, is al een hele tijd aan fundamentele herziening toe. Dat mag ‘revolutionair’ heten. De herziening zal een anarcho-syndicalistisch ‘project’ zijn.

Klik op meer.


De vakbond en de gecombineerde vakverenigingen, zoals het FNV, zijn allang vergeten waarvoor ze indertijd zijn opgericht. Of misschien toch ook niet. Want ze moesten toen al de sociaal-democratie ondersteunen. En de sociaal-democratische partij was ook al aan het vergeten waar het socialisme voor stond.

Vorig jaar nog hoor ik de heftige FNV topmevrouw roepen dat ‘we’ het niet zullen pikken dat de AOW-leeftijd van 65 naar 67 jaar wordt verhoogd, zeker niet onder haar leiding… De PvdA had echter begrip voor de ingreep in die sociale voorziening. Die heftige FNV topmevrouw is dus muisstil geworden.

Een dergelijk ideologisch afglijdingsproces heeft zich ook in de Franse vakbeweging en socialistische partij voltrokken. Dit vormt deels de politieke context van het boek ‘L’Anarcho-syndicalisme et l’organisation de la classe ouvrière’ (Het anarcho-syndicalisme et de organisatie van de arbeidersklasse), geschreven en samengesteld door de Franse anarchist René Berthier. Deze is zelf deelgenoot ter anarchistische zijde van het politieke proces in de afgelopen halve eeuw. Zo is hij betrokken geweest bij de oprichting van een anarcho-syndicalistisch verbond, kort na ‘mei 68’. Hij is nog steeds actief voor de anarchistische beweging.

De startpositie voor de samenstelling van zijn boek ligt voor Berthier bij het ‘Charte d’Amiens’ uit 1906. Dit betreft een soort beginselverklaring van het anarcho-syndicalisme binnen het kader van de ‘Confédération générale du travail’ (CGT). Die verklaring kent twee kerndoelen: (1) de verdediging van verworven rechten en (2) de strijd tot omvorming van de maatschappij in volkomen onafhankelijkheid van politieke partijen en de staat.

Tussen beide wereldoorlogen ontwikkelt het anarcho-syndicalisme zich verder, terwijl het na de tweede wereldoorlog inzakt. Berthier beschrijft kort de gang van zaken in Frankrijk, mede in relatie met de gebeurtenissen in Rusland en Spanje. De kern van zijn boek vormt evenwel de erin opgenomen tekst van een brochure (van 64 pagina’s) gepubliceerd in 1976 door de ‘Alliance syndicaliste révolutionnaire et anarcho-syndicaliste’. Dit verbond heeft ruim tien jaar bestaan (tussen ‘mei 68’ en het opheffingsjaar 1981). De brochure is toentertijd gepubliceerd om militanten en sympathisanten een tekst met een meervoudig doel te bezorgen: de geschiedenis van het anarcho-syndicalisme tot dan wordt gecombineerd met uitleg omtrent de belangrijkste thema’s ervan. Dan verstrijken er weer heel wat jaren.

In maart 2006 worden enkele studiedagen georganiseerd over het hierboven genoemde ‘Charte d’Amiens’. Tijdens die studiedagen plaatst Berthier de brochure uit 1976 in de politieke context waarin deze werd gepresenteerd. Die interventies voegt hij er nu in zijn boek aan toe. Tevens vermeerdert hij die teksten daarin met een aantal relevante bijlagen, met enkele tekstgedeelten die theoretische thema’s binnen het anarcho-syndicalisme behandelen en met de inleiding van Pierre Monatte tijdens het internationale anarchistische congres te Amsterdam in 1907.

Samengevat vindt men in het boek dus beschreven: de anarcho-syndicalistische organisatie van de arbeidersklasse, de strategie van de organisatie, het ‘libertaire project’ (waaronder zoal begrepen de verhouding individu / maatschappij, het federalisme en socialistisch zelfbestuur), praktische overwegingen met betrekking tot ‘actie’.

Wat ik hierbij mis is een discussie over het concept ‘arbeidersklasse’. Ik kan anno 2010 met dit begrip niet uit de weg. Wie laat zich nog aanspreken onder die titel? Dat is voor mij bijvoorbeeld anders als het gaat over ‘socialisering’ van de productiemiddelen. Socialisering in anarcho-syndicalistische zin kan heel goed praktische betekenis krijgen: het tegendeel ervan, te weten ‘privatisering’, bleek ook mogelijk… Alleen leidde dit tot sociale en economische puinhopen, crisis en nog zo wat.

Kortom, los van de problematiek van de ‘arbeiderklasse’ valt er veel omtrent het ‘anarcho-syndicalisme’ op te steken. Daarom is de uitgave van een boek erover ook in onze tijd nuttig.

BERTHIER, René, L’Anarcho-syndicalisme et l’organisation de la classe ouvrière, Éditions du Monde liberaire, Paris, 2010, 196 blz., prijs 12 euro.

1 Reactie


De arbeidersklasse bestaat uit iedereen die genoodzaakt is zich in zijn levensonderhoud te voorzien door werk voor een baas of die niet anders kan werken dan door zich aan te passen aan de dictaten en zog. "concurrentieverhoudingen" van de markt. Dat is nog altijd de overgrote meerderheid van de mensheid in West Europa. Als we daarbij ook nog met de agrarische verhoudingen elders rekening houden of de slachtoffers daarvan, is het de meerderheid van de gehele wereld. Arbeid moet, maar de verdeling van de arbeid wordt niet door onszelf bepaald, maar door de schijnbaar anonieme werking van "de markt", waarop we geen zeggenschap hebben. Zou de arbeid door een andere organisatie van de maatschappij efficiënt over de wereld verdeeld worden, dan betekent dat voor iedereen met de huidige stand van de techniek maximaal een "twee uren dag" voor wie werken kan. De arbeidersklasse bestaat dus uit allen die direct belang hebben bij een dergelijke verdeling en die - als ze allemaal verenigd zijn - in staat zijn daarvoor veranderingen in de samenleving te verwezenlijken. Denk maar eens wat er gebeurt als de algemene werkstaking wordt georganiseerd...
En er zijn plekken op de wereld waar dit soort organisatievormen nu reeds urgente noodzaak zijn om te overleven.

zei: Jan Bervoets op 01/04/2010 om: 14:25u


Powered by Greymatter