Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

02/14/2010: "EEN MERKWAARDIGE PEDAGOOG"

Giraffe (73k image)

Als in Nederlandse libertaire kringen het onderwerp ‘opvoeding en onderwijs’ aan de orde komt, vallen al snellen namen als Ferrer, Goodman, en Illich, maar nooit zal men die van Henri Roorda horen klinken. Dat zal in de rest van de wereld het zelfde zijn, op Franstalig Zwitserland na. In Franse libertaire kringen lijkt men daar verandering in te willen brengen.

Klik op meer.


Henri Roorda (1870-1925) is de zoon van de Nederlander Sicco Roorda van Eysinga, ambtenaar in Nederlands-Indië. Op enig moment heeft hij het voor de Nederlandse regering volledig verbruid met zijn antikolonialistische getuigenissen. Hij wordt uit het koloniaal gebied verbannen. Vervolgens gaat hij in vrijwillig bannelingschap in België alwaar Henri in 1870 in Brussel wordt geboren.

Vanaf 1872 verblijft het gezin Roorda in de omgeving van het meer van Genève. Na een verhuizing in dezelfde buurt wonen zij vanaf 1881 naast de familie Reclus, die uit Frankrijk is verbannen. Af en toe brengt Domela Nieuwenhuis hen en de familie Reclus een bezoek. Henri, die nog bij Élisé Recus op de knie heeft gezeten, krijgt zo het anarchisme in verschillende facetten met de paplepel in...

Henri studeert wiskunde en gaat daarin ook lesgeven. Hij ontwikkelt zijn eigen libertaire ideeën over onderwijs en publiceert daarover regelmatig, zowel in diverse libertaire Franse tijdschriften van zijn tijd als verwerkt hij zijn ideeën in diverse brochures. Het is precies die kant van Henri Roorda, die de interesse heeft gewekt van Hugues Lenoir, een Franse docent en onderzoeker ‘opleidingswetenschap’ aan de universiteit Parijs-Nanterre.

Lenoir heeft zich tot doel gesteld Henri Roorda in de rij van de grote libertaire pedagogen te plaatsen. Zijn reden: het werk van deze vernieuwende, maar merkwaardige pedagoog is hoogst actueel en onontbeerlijk ten behoeve van de broodnodige ‘onderwijsvernieuwing’. Om daaraan bij te dragen heeft hij de brochure geschreven, getiteld ‘Henri Roorda ou le zèbre pédagogue’.

In die brochure treft men ook een nawoord aan van Marianne Enckell. De laatste was eveneens betrokken bij het samenstellen van een expositie van werk van Henri Roorda, zomer 2009 in het historisch museum van Lausanne, onder de titel: ‘Henri Roorda, un drôle de zèbre’. Marianne Enckell plaatst Henri’s werk en opvattingen in een breed perspectief (zie over de Henri Roorda expositie ook hier).

Een ‘zèbre pédagogue’. Een ‘zèbre’ is een zebra, maar ook een ‘heerschap’. ‘Drôle de zèbre’ wordt dan ‘vreemd heerschap’. In combinatie met pedagoog maak ik daar van: een ‘merkwaardige pedagoog’. Je mag Roorda wel zo noemen. Schrijft hij immers niet een brochure onder de titel ‘De pedagoog houdt niet van kinderen’. Lenoir laat zien dat Henri juist wel van kinderen houdt en precies om die reden niet van de ‘school’ als instituut. Dat instituut moet namelijk volgzaamheid bij kinderen kweken, volgzame geesten vormen en makkelijk te besturen burgers opleveren. Dat is Roorda een gruwel. Hij wil dat kritische, autonome geesten zich ontplooien en voor die ontplooiing moeten kinderen op weggeholpen worden. Kinderen moeten leren denken, discussiëren, zich vragen weten te stellen...

In een aantal hoofdstukken behandelt Lenoir dan wat hij bij Roorda aantreft: ‘anarchistische kritiek op de school’, ‘een libertaire pedagogie’, ‘de uitstraling van de pedagoog’. Uiteraard is er een literatuurlijst opgenomen. Het geheel is bovendien verluchtigd met beeldmateriaal (foto’s, omslagen van brochures).

De tekst van Lenoir leert dat Henri Roorda is te zien als een voorloper van latere bekende pedagogen. Roorda zelf heeft natuurlijk ook zijn achtergrond. Daar is de erkende anarchistische invloed van zijn milieu (opvattingen van bijvoorbeeld Proudhon en Bakoenin over ‘onderwijs’ zijn hem niet vreemd). Maar expliciet verwijst hij zelf naar Rousseau (1712-1778) en ook naar Pestalozzi (1748-1827). Als voorlopers erkent hij eveneens Franse denkers als Rabelais en Montaigne. Verder is op te merken dat hij is getreden in het voetspoor van Francisco Ferrer (de Spaanse oprichter van de ‘Moderne school’; in 1909 gefusilleerd in opdracht van het Spaanse regime). Zo heeft Roorda mede bemoeienis met de ‘School van Ferrer’ te Lausanne.

Lenoir geeft aan hoe Roorda’s optiek op de school zo past in wat later als ‘totalitaire organisatie’ in Foucaults ‘Surveiller et punir’ verschijnt. Verder laat Lenoir zien dat je bij Henri Roorda pedagogische gedachten aantreft, die men later onderkent in het werk van onder meer Carl Rogers (1902-1987), Célestin Freinet (1896-1966), Paolo Freire (1921-1997), Ivan Illich (1926-2002). Lenoir heeft met dit geheel een mooi portret van die libertaire ‘zèbre pédagogue’ gemaakt.

Henri Roorda is naast libertaire pedagoog ook antimilitarist en ‘humorist’. Dat laatste wil niet zeggen dat hij niet gesomberd heeft. Integendeel. Op enig moment vindt hij het mooi zat en schiet zich een kogel door het hoofd. Daarbij laat hij een boekje achter onder de titel ‘Mijn zelfmoord’. Het is een bekentenis over zijn mislukte persoonlijke leven, maar het is ook, aldus Marianne Enckell in haar nawoord, een verdediging en illustratie van het recht van ieder om een eind aan zijn of haar leven te maken als men denkt dat de tijd daar is...

LENOIR, Hugues, Henri Roorda ou le zèbre pédagogue, uitgegeven door Éditions du Monde libertaire, Paris, 2009; 73 blz., prijs € 5.


Powered by Greymatter