Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

12/19/2009: "GEOGRAFIE EN ANARCHIE"

Elisee (99k image)

Geografie en anarchie? Het is verbazingwekkend hoe die twee verschijnselen met elkaar kunnen samenhangen.

Klik op meer.


“Een weg weten te vinden in een onbekend gebied. Het doet iemands vrijheid groeien. Een kaart weten te lezen en daarmee zich weten de bevrijden van GPS, het betekent dat men in staat is tot zelforiëntatie. De ruimte in die zin beheersen, is zichzelf weten te beheersen. Een vrije geografie beoefenen, is de vrijheid van allen vertienvoudigen”. Deze filosofisch getinte afsluiting van het boek over leven en werken van de Franse geograaf en anarchist Élisée Reclus (1830-1905) is van de hand van de Fransman Philippe Pelletier.

Pelletier is zelf geograaf, docent en onderzoeker aan de universiteit Lyon-II. Hij houdt zich ondermeer bezig met de geschiedenis van de geografie en in het bijzonder met Reclus. Men blijft in ‘de familie’ want Reclus was weer bevriend met zijn tijdgenoot geograaf en anarchist Peter Kropotkin (1842-1921).

Het boek van Pelletier heeft natuurlijk een historisch karakter. Wat wil je anders als je schrijft over iemand die in de tweede helft van de 19de eeuw de bloei van zijn leven bereikt. Heeft zo iemand ons nog iets te zeggen? Kortom, zit er actualiteitswaarde in zijn denken en doen als geograaf en als anarchist? Pelletier, die zelf regelmatig over actuele onderwerpen in het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire publiceert, weet de actualiteitswaarde met bezieling over te brengen.

Zijn boek heeft hij in overzichtelijke eenheden in gedeeld. Na een schets van het leven van Reclus in samenhang met zijn werk als geograaf en libertaire activist, behandelt Pelletier een aantal relevante punten binnen de geografie, waarbij telkens het denken van Reclus wordt besproken in relatie tot collega tijdgenoten van hem. Tot de relevante punten behoren zoal de relatie tussen geografie en het politieke, de stad, Oost / West en de verschillende beschavingen, de ecologie. Daarna komt in de twee laatste hoofdstukken de geografie en anarchie uitgebreid aan de orde.

Bij de behandeling van die onderwerpen wordt duidelijk waar de verschillen tussen Reclus en zijn collega-geografen liggen. Zo bij het idee ‘grens’ en ‘natuurlijke grens’. Geografen van zijn tijd waren bereid in natuurlijke grenzen als een rivier of een bergketen de begrenzing van een gebied, van een land aan te nemen. Dus de ‘grens’ werd als een natuurlijk gegeven beschouwd. Zo niet door Reclus. Voor hem ging het om willekeur die samenhangt met politiek en veroveringsdrift. Hij bevestigt daar wat Proudhon al verkondigt: ‘ De grenzen van de staten zijn een creatie van de politiek, niet een voorzienigheid van de natuur’.

Pelletier laat vervolgens zien hoe sommige geografen de begrippen ‘Lebensraum’ en ‘Raumordnung’ gaan gebruiken en daarmee op nationaal-socialistisch gedachtegoed vooruitlopen. De geograaf W. Christaller gaat dat vervolgens voor het nationaal-socialisme ook theoretiseren. Hoe anders het pad van Reclus, die voor zijn ideeën als balling leeft in Engeland, Ierland, USA, Zwitserland en België, waar hij in 1905 overlijdt.

Als deelnemer, met zijn broer Elie, aan de Commune van Parijs (1871), wordt hij voor 10 jaar uit Frankrijk verbannen. Als geograaf geen vaste plek aan een Frans universitair instituut dus. Een van de redenen waarom zijn naam niet tot de ‘illusteren’ onder hen is gaan behoren. Maar zou hij dat gewild hebben? De knieval voor de macht die dan gemaakt moet worden, zal hij niet hebben willen maken. Anderen waren daartoe wel bereid.

Zo vergelijkt Pelletier Reclus met diens dertig jaar jongere tijdgenoot, de Engelse geograaf Mackinder. Zij samen en Kropotkin ontmoeten elkaar in de loop van de jaren 1880-1890 in Londen. Mackinder wordt de beroemde geopolitieke referentie, mede omdat hij redeneert met behulp van termen als ‘macht’ en ‘machtsvorming’. Hij richt zich op de politiek van het Britse rijk en hij wordt beloond met een politieke en diplomatieke carrière. Reclus daarentegen redeneert met behulp van termen als ‘beschaving’ om, als consequentie daarvan, te besluiten dat geen enkele beschaving op zichzelf superieur is (en dus ook niet de Engelse).

Je zou kunnen zeggen dat het werk van Mackinder door de Engelse gezagdragers wel en dat van Reclus niet als ‘maatschappelijk relevant’ werd beoordeeld... Als je cartografie bedrijft, wat teken je dan op? Reclus tekent op de kaart van India de plaatsen waar de Engelse troepen gelegerd zijn. Als hij tijd van leven had gehad zou hij voor Rusland de plaatsen van de ‘goulags’ hebben aangegeven. En Pelletier wijst er op dat hij heden ten dage zeker de uitzetcentra van vreemdelingen had ingetekend...

Pelletier heeft een mooi en rijk boek geschreven over Reclus, waarbij hij niet alleen de actualiteitswaarde aangeeft, maar ook welke elementen verouderd zijn of voor de hedendaagse beschouwer misschien wat moeilijk te verteren. Waar dat mogelijk is, laat hij zien bij wie een nadere uitwerking van elementen van zijn werk is terug te vinden, zoals bij de Amerikaanse anarchisten Paul Goodman (1911-1972) en Murray Bookchin (1921-2006) (milieuproblematiek, sociale ecologie).

Ook laat Pelletier zien hoe kort het geheugen onder wetenschappers is. Onder het voorwendsel dat er in het kader van het milieuvraagstuk een nieuwe stand van zaken bestaat, aarzelen in de afgelopen twintig jaar bepaalde geografen niet om te beweren dat de aandacht voor de ecologie in de geografie nieuw is. Op het vlak van het milieu doen ze alsof ze een nieuw studieobject hebben gevonden. ‘Alsof er over dat onderwerp niet al vele decennia lang wordt nagedacht door geografen’, schrijft Pelletier. (p.110)

Dit alles is overigens met liefde gedaan voor het vak geografie en voor de anarchie. Een mooi bewijs daarvan, en dat tot slot, is de verwijzing van Pelletier naar de opvatting van Reclus over het gebied van het individu. Daarvoor citeert hij Reclus die zegt, ‘dat er geen nationaliteit is en geen vaderland dan in politieke zin. Er zijn alleen plekken waar men geboren is. De mens, van welk ras of kleur, hij is in werkelijkheid de inheemse van het universum. Het recht om zich te vestigen komt hem overal toe’. Pelletier dan: “Indigène de l’univers”, quelle belle trouvaille qui résume l’idée géographique anarchiste!” . (p.189)

Het overkomt me niet vaak dat ik denk: ‘dit boek zou in het Nederlands vertaald moeten worden’. Dit boek verdient het.

PELLETIER, Philippe, Élisée Reclus, Géographie et anarchie, uitgegeven door: Les Éditions libertaires, Saint-Georges d’Oléron, 2009; 252 blz, prijs €12.


Powered by Greymatter