Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

11/25/2009: "SOCIAAL ?"

Asociaal (25k image)

Een politieke organisatie als de neoliberale, kapitalistische staat is gebaseerd op fundamentele tegenstellingen. Dit levert een permanente strijd op om de bezetting van de meest voordelige posities. Toch wordt ook deze configuratie door de verdedigers van die politieke organisatie ‘sociaal’ genoemd. Anderen betogen vervolgens dat het ‘sociale’ dient als sluier om het ‘asociale’ te verbergen.

Klik op meer.


De term ‘sociaal’ is meerzinnig. Hij wordt regelmatig gebruikt tezamen met een ander woord, zoals in ‘sociaal contract’. Als ‘sociaal’ naar een bepaalde toestand verwijst, heeft men vaak ‘tussenmenselijke betrekkingen’ op het oog. Om sociaal gedrag te vertonen moet men voldoen aan gedragingen die op wederkerige bevestiging zijn gebaseerd. Het tegendeel van dat gedrag heet dan ‘asociaal’.

Het elkaar beconcurreren tot het faillissement of de dood erop volgt is dus ‘sociaal’, want het behoort tot het ‘normale’ gedrag binnen het kader van de neoliberale kapitalistische staatsorganisatie. Dit is als in de natuurtoestand: de mens een mens een wolf, schrijft de Engelse filosoof Thomas Hobbes (1588-1679). Daarom is er een ‘sociaal contract’ nodig om die toestand te legaliseren... Of begrijp ik het nu verkeerd?

Hoe dan ook, de zaken blijven voor grote groepen mensen zo slecht gaan, dat zich al vroeg in de 19de eeuw de ‘sociale kwestie’ aandient. Daarmee wordt onder meer verwezen naar de erbarmelijke woon- en werkomstandigheden van de arbeidende bevolking, de vrouwen- en kinderarbeid.

De strijd die losbarst om de ‘sociale kwestie’ op te lossen doet mede de arbeidsbeweging ontstaan. Het burgerdom ziet zich bedreigd. Geen nood. De kerk en de staat gaan hulp bieden. Zo kent het Duitsland van toen bijvoorbeeld een ‘IJzeren Kanselier’, Bismarck. Deze kondigt een eerste versie sociale wetgeving af: een van overheidswege verplicht collectief stelsel van sociale verzekeringen.

De aartsconservatief Bismarck laat in de troonrede van 1881 van de Duitse keizer deze verklaren dat de opzet ervan is: de verzoening van de arbeiders met de burgerlijk-kapitalistische maatschappij. De sociale wetgeving wordt dus uit tactisch-politieke overwegingen gepresenteerd om daarmee het opkomend socialisme de wind uit de zeilen te nemen. Daarbij komt ook de hulp van de sociaal-democratische partijen. Domela reageert op die hulp met zijn boek ‘Het socialisme in gevaar’. Hij blijft een van de roependen in de woestijn. En zo is het tot heden aan toe gebleven. Het is allemaal bekend.

Ook is bekend dat de pauselijke encycliek ‘Rerum Novarum’ (1891) de oplossing van de sociale kwestie via het socialisme als verwerpelijk beschouwt. Het natuurrechtelijke karakter van de private eigendom moet worden gerespecteerd, leert de kerk. Wel moeten Kerk en Staat, samen met de belanghebbenden, deelnemen in het oplossen van de ‘sociale kwestie’. De tripartiete, corporatistische configuratie die hier achter gloort (zoals in clubs waarin werkgevers- en werknemersorganisaties en de ‘overheid’ paritair vertegenwoordigd zijn), heeft zich in Nederland genesteld in het zogeheten ‘poldermodel’.

Hoewel de situatie in het noordwestelijk deel van deze wereld niet meer zo erbarmelijk is als in de 19de eeuw (anders dan in grote delen elders in deze wereld), is de sociale kwestie nog steeds niet in socialistische zin opgelost (‘socialistisch’ hier niet bedoeld als ‘reëel bestaand socialisme’ maar in de zin van anarcho-socialisme).

Er heeft zich dan ook een ‘précariaat’ ontwikkeld (mensen permanent in onzekerheid, in kwetsbare posities verkerend). In het kader van het poldermodel wordt erover nagedacht deze situatie te verankeren in een ‘nieuw sociaal contract’ (zie de tekst op de site van ‘deOnderlinge’: www.deonderlinge.eu/ ). Dit betekent dat de sociale kwestie NIET in socialistische zin wordt opgelost, hooguit draaglijk gemaakt.

De situatie is in Frankrijk niet anders. Franck Fischbach, een docent filosofie aan de universiteit van Nice, heeft over veel van de vraagstukken die met de ‘sociale kwestie’ samenhangen, nagedacht. Vervolgens heeft hij daar een boek overgeschreven, getiteld ‘Manifeste pour une philosophie sociale’ (Manifest voor een sociale filosofie).

Hij stelt vragen als: Mag de sociale wereld worden gedacht vanuit het belang van de overheersten? Hoe kan men in de filosofie uitdrukking geven aan de strijd en het verzet van hen die gehouden worden tot ‘sociaal verwaarloosbaar’, tot de ‘minderen’? Dit soort vragen zijn praktisch verboden geweest in het veld van de filosofie gedurende de afgelopen twintig jaar, laat Fischbach weten. Met zijn boek wil hij dat ‘verbod’ opheffen, zo lijkt het.

Hij verdedigt een sociale filosofie die een type kritiek weet te mobiliseren, die begint bij de erkenning van de verwaarloosden en soortgelijken, die zelf kunnen bepalen ‘wat er niet gaat’. De juiste zienswijze binnen de sociale filosofie is de zienswijze van de ‘overheersten’, dat wil zeggen, verduidelijkt Fischbach, de zienswijze van de minstenvoorrechten, de minstbedeelden in de bestaande sociale orde. Dit moet leiden tot een opnieuw politiseren van het ‘sociale’ en tot verandering van het sociale op een nieuwe grondslag, zo stelt hij voor.

In een korte schets zet hij uiteen hoe de ‘hervormingspolitiek’ van de afgelopen twintig jaar een geheel van contra-hervormingen is geweest, dat er toe heeft geleid dat wat het ‘sociale’ in de sociale rechtsstaat uitmaakte, is geamputeerd. Er is overgebleven een ‘liberale geweldsstaat’, die tot doel heeft de banken te redden. Door allerlei zaken die tot het ‘sociale’ behoren te liquideren, wordt er zekerheid voor de rijken geschapen en worden de armen het ‘précariaat’ ingedrongen. We zijn als het ware terug bij af. Het is daarom ook dat in de sociale filosofie het concept ‘kritiek’ weer een centrale rol moet gaan spelen.

Fischbach heeft in zijn boek veel literatuur van filosofische en sociologische auteurs besproken om zijn positie binnen de sociale filosofie duidelijk te maken. Kennelijk is het zijn bedoeling het hele boek als een manifest op te vatten, want een ‘manifest’ treft men er niet in aan...

FISCHBACH, Franck, Manifeste pour une philosophie sociale, uitgegeven door: La Découverte, Paris, 2009, 164 blz., prijs € 16.


Powered by Greymatter