Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

05/08/2009: "ANARCHIST TOT IN DE KIST"

ROORD (38k image)

Een ‘vreemd heerschap’, een ‘drôle de zèbre’ (letterlijk: ‘gekke zebra’), die Henri Roorda. Hij formuleert humoristische beelden, zoals ‘de zwaluw vliegt met de snelheid van een zebra, die trouwens zelden vliegt’. Henri Roorda een vergeten man, wiskundeleraar, anarchist, libertair pedagoog.

Klik op meer.



Het Historisch Museum te Lausanne (Zwitserland) zal aan Henri Roorda van Eysinga een tentoonstelling wijden. Die gaat lopen van 13 mei tot 28 juni 2009. Dat lijkt ver van huis voor een Hollander, maar dat is gezichtsbedrog. Ik schets eerst iets over de culturele kring waarin Henri opgroeit. Daarna kom ik op hem terug.

Voor het verhaal over de culturele kring, moet ik beginnen bij de vader van Henri, Sicco Roorda van Eysinga (1825-1887). Deze zal als officier van de genie in 1844 naar Nederlandsch-Indië gaan (het huidige Indonesië). Na een aantal jaren neemt hij ontslag om vervolgens als ingenieur bij de voorbereidingen van een nieuw kanaal in Indië werkzaam te zijn. Daar is hij getuige van de ellende van de plaatselijke bevolking. Hij vraagt aandacht voor de dreigende hongersnood. In een artikel beschuldigt hij een bankier van omkoperij.

De autoriteiten vinden dat bij elkaar genoeg om hem te veroordelen tot verbanning uit Indië, zodat hij naar Nederland moet terugkeren. Over de erbarmelijke toestanden schrijft hij het gedicht ‘Vloekzang’ dat Multatuli in zijn vierde druk van de Max Havelaar (1875) opneemt. Het contact tussen beiden, mede ontstaan via de toenmalige vrijdenkersbeweging, is al eerder gelegd en zij raken tot het eind van hun leven bevriend.

Sicco Roorda vertrekt uit Nederland en verblijft enige tijd in Brussel. Daar wordt Henri in 1870 geboren. Vervolgens vertrekt het hele gezin naar het Zwitserse Clarens (1881). Zwitserland is in de tijd na het neerslaan van de Parijse Commune in 1871 het land van opvang van vluchtelingen en bannelingen. Onder hen bevinden zich de anarchistische gebroeders Elie en Elisée Reclus. Sicco komt naast hen te wonen en leert hen en andere anarchisten en socialisten kennen. Veelal gaat het om bezoekers van de Reclus, onder wie Kropotkin.

In 1878 is Sicco al in contact gekomen met Domela Nieuwenhuis, met wie hij eveneens bevriend raakt. De onthullingen van Sicco over de misstanden in Indié en de misdragingen van koning Willem III worden in het blad van Domela, ‘Recht voor Allen’, gepubliceerd. Veel ervan wordt vervolgens gebundeld en verschijnt als brochure, getiteld ‘Uit het leven van Koning Gorilla’ (Amsterdam, 1887).

Het is in dit Hollandse ‘nest’ van vrijdenkers dat Henri Roorda opgroeit. In tegenstelling tot een gebruikelijker gang van zaken, ontwikkelt Henri zich in het spoor van zijn vader. “Ik ben groot geworden op de knieën van Elisée Reclus”, zegt hij een keer. In feite zijn het dezelfde mentoren (Reclus en Domela Nieuwenhuis) die zijn vader zowel als Henri in het anarchisme inwijden, schrijft Gilles Losseroy in zijn bijdrage getiteld ‘Roorda, anarchisten van vader op zoon’ (opgenomen in de catalogus voor de genoemde expositie).

De Franstalig opgevoede Henri Roorda krijgt een theoretische scholing en wordt uiteindelijk docent wiskunde. Hij is mathematicus en humorist tegelijk. Hij ontwikkelt methodes voor het wiskundeonderwijs die uitgegeven worden. Ook publiceert hij libertair getinte artikelen en brochures over didactiek. De titel van een van zijn brochures spreekt boekdelen: ‘De pedagoog houdt niet van kinderen’ (1917). Daarin zet hij zijn afkeer tegen het klassieke schoolsysteem uiteen. Eerder al heeft hij geschreven over ‘De school en het bij brengen van volgzaamheid’ (1898) en ‘De school en de nutteloze kennis’ (1908). Dat gaat over het soort onderwijs dat op de openbare school juist aan arbeiderskinderen wordt verzorgd.

Deze schoolvorm rekent volgens Henri Roorda die kinderen tot de goede leerlingen, die niet naar buiten kijken (in ‘De effecten van de moderne opvoeding’; 1902). Hij wil juist met de kinderen naar buiten; hij wil dat het kind in de positie van onderzoeker, van uitvinder, van ontwerper wordt gebracht, in plaats van het passief kennis te laten opnemen. Het is met andere woorden niet vreemd dat Henri zich kan vinden in de onderwijsideeën van de Spaanse libertaire schoolvernieuwer Francisco Ferrer (1859-1909) en dat hij medewerker wordt van de ‘School van Ferrer’ te Lausanne, gedurende de periode 1910-1919.

In zijn brochure ‘Libertaire opvoeding’ zal Domela Nieuwenhuis mede in discussie gaan met Henri Roorda over enkele van diens opvoedingsopvattingen. Elisée Reclus zal hem vragen om aan de Université Nouvelle te Brussel les te komen geven. Die universiteit is door Reclus en zijn Brusselse vrienden opgezet. Hoewel Henri Roorda zich erop heeft voorbereid om die stap te zetten, is dat plan uiteindelijk niet tot uitvoering gekomen.

Henri Roorda kent men ook als antimilitarist. In dat geval doet hij in zijn ‘Het einde van de oorlog’ een opmerkelijk voorstel om het voeren van oorlog te bestrijden. Hij voert daar een zekere Van Tock op, professor in Gezond Verstand aan de Universiteit van Rotterdam. Die heeft een middel bedacht om voorgoed een eind aan oorlog te maken: alle landen moeten een wettelijke dienstplicht invoeren voor burgers tenminste ouder dan 45 jaar. Alleen zij zullen het recht hebben om, in geval van oorlog, wapens te dragen. Het is immers natuurlijker om in de tweede helft van het leven te sterven dan in de eerste helft...

Ik zou hier allemaal niet opgekomen zijn als Marianne Enckell geen artikel over Henri Roorda had geschreven in het Franse anarchistische weekblad Le Monde libertaire (16-22 april 2009, nr. 1552) onder de titel ‘Drôle de zèbre’.

Marianne Enckell, bekend van het Centre International de Recherche sur l’Anarchisme (CIRA) te Lausanne, is samen met de in die plaats gevestigde ‘Vereniging van Vrienden van Henri Roorda’ inhoudelijk betrokken geweest bij het inrichten van de expositie rond en over Henri Roorda. In het kader van die expositie is er ook een dag voorbereid rond het thema ‘Des anarchistes au bord du Léman, 1875-1925. Des Reclus aux Roorda’ (op zondag 7 juni 2009 in de ‘School van Ferrer’ te Lausanne; voor meer informatie zie de site van het Historisch Museum te Lausanne: http://www.lausanne.ch/view.asp?docId=30795&domId=62798&language=F ).

Wat maakt in dit geval het jaar 1925 zo bijzonder? Het is het jaar dat Henri Roorda zelfmoord pleegt door zich een kogel door het hart te schieten. Vooraf (uiteraard!) heeft hij een brochure geschreven onder de titel ‘Mon suicide’ (uitgekomen in 1926) en ondermeer in het Nederlands vertaald: ‘Mijn zelfmoord’ (Nijmegen, 1998; met een nawoord van André de Raaij). Henri voert daarin allerlei argumenten aan waarom hij tot zijn daad zal komen.

Die argumenten liggen zowel op sociaal als op persoonlijk vlak. “Ik hou van het leven, maar om van het schouwspel te genieten heb je een goede plaats nodig”, sombert hij. Ook zegt hij: “Ik ben niet op aarde gekomen om in een wereld te leven waarin men zijn jeugd moet opofferen ter voorbereiding van de ouderdom”. In 1925 kiest hij ervoor zich terug te trekken uit ‘deze lugubere komedie die het leven is’. Overigens houdt Henri ondermeer van goede maar dure Bourgogne wijnen. De kosten van zijn levensstijl overstijgen die van zijn salaris als docent. Dit maakt dat hij permanent in geldnood verkeert, hetgeen hem gaat tegenstaan...

Ten behoeve van de expositie over Henri Roorda is door het Historisch Museum van Lausanne een catalogus uitgegeven, fraai verzorgd en met afbeeldingen en foto’s verrijkt. Daarin zijn mede opgenomen de bijdragen van de sprekers van een studiebijeenkomst over de verschillende facetten uit het leven en werken van Henri Roorda, gehouden in 2008. Daaruit heb ik hier veel informatie geput.

HENRI ROORDA ET L’HUMOUR ZEBRE, pédagogue libertaire, chroniqueur facétieux, (catalogue de l’exposition), uitgeverij Editions Humus, Lausanne, 2009, 142 blz., prijs 25 Zwitserse francs.

1 Reactie


De/een persoonlijke tragiek van Roorda was dat hij - hoogbegaafd en al - oppasser moest spelen over leerlingen die in het algemeen hun geestelijke vermogens al aan de drank waren kwijtgeraakt voordat hij ze in de klas kreeg. En hij kon nooit financieel rondkomen.

Een vergeten man zou ik hem niet noemen - in Nederland misschien, maar niet in Suisse Romande en zelfs niet midden op de Atlantische Oceaan.

zei: AdR op 17/05/2009 om: 14:38u


Powered by Greymatter