Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

08/13/2008: "Arbeit Macht Frei 19: En nu nog… vrijheid voor IEDEREEN!"

SLOOP DE BAJES!

Joke Kaviaar is afgelopen weekend na 5 en een halve week vrijgelaten uit Nieuwersluis. Dit is het laatste deel in de reeks Arbeit Macht Frei. Een extra lang deel, met inleiding die nog even teruggaat naar het begin, en beschrijving van de laatste dagen.

machineXIII_the_wheels_of_justice (155k image)

Klik op 'meer'

Vooraf…. “Arbeit macht frei” als titel, en de keus van de werkstrafweigering.

De reden dat ik voor deze titel koos is de aard van de werkstraf als sanctiemiddel: het doen van werkstraf wordt afgedwongen met de dreiging van gevangenisstraf. Dat maakt arbeid - ongeacht waaruit deze bestaat – dwangarbeid., volgens het principe “arbeit macht frei”.
Het is letterlijk zoals ik in het eerste deel schreef: “Arbeid maakt werkelijk vrij, zo lees ik bovenaan de binnenkant van het foldertje, wanneer ik het opensla: “Ik hoef niet de cel in” staat er.” Wel dus!

Het gaat mij er niet om de vórm waarin deze arbeidsdwang is gegoten te vergelijken met de werkkampen in WOII. De werkstraffen in Nederland anno 2008 zijn daarmee niet vergelijkbaar en deze vergelijking is ook mijn intentie niet.
Het gaat om het principe van dwang. Daarom vind ik het gebruik van de uitdrukking “arbeit macht frei” om dit te laten zien, juist. Wie werkt, zal vrij zijn, is de moraal. In de bajes kwam ik dat ook weer tegen, letterlijk: wie werkt is de werkuren de cel uit. (dat is ‘vrijheid’ in de bajes: als je niet in je cel zit).

Wie niet werkt, blijft ‘achter de deur’. Overigens is in Nieuwersluis werken in principe niet verplicht, omdat er - op twee afdelingen na - overal een HvB regime heerst. Afgestraften en mensen in voorarrest zit echter wel in ALLE afdelingen door elkaar. Schotloze detentie noemen ze dat. (uitleg van cursieve termen onderaan).

Hoe de werkstraf wordt ervaren door mensen die het wel doen, daar kan ik niet over meepraten. Wat ik wel weet: in Nieuwersluis ben ik enkele mensen tegen gekomen die net als ik principieel geweigerd hadden. Zij waren geen politiek activisten, maar hun beweegredenen kwamen overeen met de mijne. Maar laat dit duidelijk zijn: niemand van de weigeraars maakte met het weigeren van de werkstraf de KEUS om in de bak te belanden. Het is geen keus, het is chantage. Overigens waren er ook meerdere vrouwen in Nieuwersluis die in de bajes niet wilden werken: “Ik ben hun slaafje niet.”

Ik voor mezelf kan slechts zeggen dat ik de consequenties van wat wèl een keus was; namelijk me niet te laten chanteren, heb overzien zoals de consequenties van elke keuze voor verzet en protest. Het heeft allemaal dezelfde reden, namelijk de repressie niet te accepteren.
De strijd ‘buiten’ gevoerd, kán niet anders dan in het aangezicht van de daarop volgende repressie, geweld, arrestatie, vervolging, veroordeling - en daaruit voortvloeiend ook: in de bajes - voortgezet worden. Dát was en is mijn keus.

Voorlopig ben ik weer ‘buiten’. Maar wat is mijn vrijheid waard, zonder die van een ander?


Nieuwersluis, vrijdag 8 augustus 2008; ’s avonds:

“Sloop de bajes!”. Zo luidt de subtitel van deze laatste ‘Arbeit macht Frei’. Tijdens mijn laatste dag in Nieuwersluis ben ik vast symbolisch begonnen. Een week lang opgekropte woede over het kapot maken van mensen, één meisje in het bijzonder, lag hieraan ten grondslag. Nóg heb ik me ingehouden, niet uit vrees voor wat míj nog aangedaan kon worden, maar uit vrees een reactie uit te lokken waar anderen mee zouden blijven zitten.
In mijn vorige verslag schreef ik over een meisje dat in haar polsen had gesneden. Zij was daarop door vijf man naar de iso gesleept, midden in de nacht. Vandaag hoorde ik meer…

Ze wilde niet in een tweepersoonscel. (Wéér die verrekte dwang om met z’n tweeën in een hok te gaan zitten!) Er werd gedreigd met iso. Toen is ze toch maar gegaan. Terwijl ze ‘verhuisde’ van de ‘time-out cel’ beneden, waar ze vijf dagen ‘op rapport’ had doorgebracht (waarom ze rapport had weet ik niet, maar ze had ook iets gedaan om te zorgen dat ze rapport kreeg en dus alleen zou blijven zitten) naar de tweepersoonscel boven waar ze eigenlijk niet in wilde, werd ze geholpen door haar vriendin, mijn ‘buurvrouw’, N. (om privacyredenen noem ik liever geen namen), met het naar boven brengen van haar spullen. Ik heb haar toen even gezien en kort gesproken. Een heel jong meisje. ‘Ze heeft al veel meegemaakt’ vertelde N.

Het leek op dat moment goed te gaan met haar, maar schijn bedriegt. Die nacht van maandag op dinsdag trok ze het niet. Ze heeft haar polsen doorgesneden. Hoe ze dat gedaan heeft weet ik niet (ik stel mij zo voor met het mes waarmee je brood smeert, dat niet erg scherp is, maar waarmee anders?), maar er zou bloed aan de muur gezeten hebben. Haar celgenote alarmeerde de piwi’s. Die kwamen. Ze flipte toen ze kwamen, en wilde natuurlijk niet meewerken om naar de iso te gaan.
Toen is ze - vermoedelijk door het IBT - er uit gehaald en naar de iso versleept, onder luid protest. Ik zal het huilen van N. die volgende morgen nooit vergeten. Hartverscheurend hard. De isoleercellen grenzen aan de luchtplaats. Ik kon me niet aan de gedachte onttrekken dat het meisje in de iso het huilen van haar vriendin misschien gehoord heeft, ook al zit de iso potdicht.

Iedereen had het erover, de spanning was voelbaar, maar niet bij iedereen even zichtbaar. Zoals ik eerder schreef, ik was opgefokt. Zo opgefokt, dat ik een andere bevriende vrouw heb gevraagd wat rondjes met me te lopen. “Laat die piwi’s uit mijn buurt blijven, ik dóe ze wat als ze me nu lastig vallen. Echt, die Jan krijgt een blauw oog,”
“Hij is het niet waard,” zei ze, en “Jij gaat straks naar buiten, zorg dat je niet in de problemen komt, wees onze ogen en oren en vertel daarbuiten wat hierbinnen gebeurt. Als je in de iso zit, kun je dat niet doen.”
Met de gedachte daaraan heb ik mezelf tot vanmiddag ingehouden.

Het heeft geen zin om je woede te koelen op ze, niet als je de enige bent die er kwaad genoeg voor is. Het heeft ook geen zin om te proberen op zo’n moment iets van de grond te krijgen van protest. Mensen zijn óf aangeslagen, óf lopen te speculeren, óf proberen zich niet druk te maken omdat ze al lang geleerd hebben dat ze machteloos zijn. Eén van de vrouwen ging op de grond zitten, kruiste haar benen en sloot haar ogen. “Ik sluit me ervoor af. Ik heb al zoveel gezien (ze heeft een paar jaar in het buitenland gezeten en zit hier de rest van haar straf uit). Ik kan het niet meer bij mezelf toelaten,”

Dat was dinsdag. Op woensdag was de sfeer nog steeds, of moet ik zeggen ‘alwéér’ erg gespannen. Er werden sinds de dag ervoor grondige celdoorzoekingen gedaan in afwezigheid van mensen. Gisteren bij mijn buurvrouw, N., de vriendin van het meisje in de iso. Ze hadden een tekening van de bajes bij haar gevonden, maar ze wist van niks, en ze was al overstuur. “Lag ineens bij het eten in mijn cel! Ik heb ‘t uitgelegd. Gelukkig geloofden ze me,” De opluchting is van haar gezicht af te lezen.
Waren ze nu op zoek naar meer tekeningen, of waren de doorzoekingen routine? Waarnaar ze ook op zoek waren, er zou van alles gevonden kunnen worden dus zoiets fluistert zich de luchtplaats over: “Celinspecties, grondig!” – “Bij iederéén?” – “Wat zoeken ze?”

Ik dacht aan mijn vorige keer hier, de reden waarom ik in de BZA afdeling was gezet. Bij mij zouden ze vast en zeker de boel overhoop halen, al slagen ze er goed in dat te verbergen. “Maar je ziet het tóch,” vertelde iemand, “Dingen liggen dan net even iets anders, bij mij zijn ze ook al geweest. Niets gevonden.”
We luchtten, liepen rondjes. Ik keek naar mijn raam. De gordijnen waren dicht.
“Ze zijn nu bij mij bezig, de gordijnen waren open!”
“Oei! Zullen ze wat vinden? Ze vinden álles, hoor!”
Ik haalde mijn schouders op. Op zo’n vraag antwoord geven….?

Na afloop kon ik opgelucht ademhalen. Ze hebben niets gevonden behalve een zak vol lege aluminiumfolie koffiezakjes. In beslaggenomen, staat er op een briefje, vanwege “het niet mogen opsparen van zaken die in verband gebracht kunnen worden met het gebruik van contrabande”. Er lagen wat enveloppen anders. Ik zag aan scheefhangende en halfomgedraaide tekeningen op mijn prikbord dat ze zelfs op de achtergrond daarvan hadden gekeken. Ze zochten inderdaad tekeningen. De celdoorzoekingen bleven die dag nog doorgaan, maar ze doen het zo stilletjes.. niemand ziet het gebeuren.

Gisteravond, donderdagavond, is het meisje uit de iso gekomen. Ik dacht eigenlijk dat ze er nog tot vanmiddag zou zitten. Al die dagen was de spanning en het verdriet bij N. merkbaar. Die moet nog 2 jaar. Zo zitten er hier wel meer. Langer zelfs nog. Ik bewonder haar optimisme, haar over het algemeen vrolijke stemming, ze houd de moed er goed in, echt, respect. De laatste dagen merk ik aan haar dat ze er kapot van is. Ze had het meisje in bescherming willen nemen, het meisje wilde ook graag beneden komen te zitten zodat ze elkaar veel (relatief begrip hier) zouden zien en spreken. Maar 5 dagen afzondering, dan 3 dagen iso, dat schiet niet op. Zo kán N. haar ook niet helpen. Helaas zijn er zoveel in die bajes die hulp nodig hebben, en die niet krijgen, die er maar zitten te wachten en te wachten, bijvoorbeeld op plaatsing in een kliniek. Medische dienst, psychologen en psychiaters, ze doen niks. Mensen worden alleen maar aan het lijntje gehouden.

Vanmorgen zat ik te tekenen. Plotseling hoorde ik aan de andere kant van de deur: “We komen je halen. We gaan je naar beneden brengen”. Dit keer was ik alert. Ik sprong op en luisterde aan de kier onder de deur. Ik hoorde een stem zachtjes iets terugzeggen, voetstappen. Snel rende ik naar mijn raam en blikte naar buiten, over de luchtplaats, want ik weet: ze moeten van dit gebouw Q (voor Quebec) over de luchtplaats naar P (voor Papa), waar de iso in het souterrain is.

Toen zag ik ze lopen. 6 man of zelfs meer met een klein meisje met een hoofddoekje op, in de boeien. Bij de personeelsingang gingen ze naar binnen. Ik wist genoeg.
Godverdomme, godverdomme, godverdomme! Ze was er dus weer uit en nu direct weer erin! Wat háát ik dat! Wat háát ik deze verdomde plek, die verdomde bajes!

MachineVIII_in_solitary (99k image)

Tijdens het luchten hoorde ik wat er nu gebeurd was. Toen het meisje vanuit de iso opnieuw in de tweepersoonscel was teruggezet, flipte ze weer. Ze heeft een asbak tegen de deur gegooid (dit gaat dan over zo’n licht aluminium dingetje tegen een stalen deur): terug naar de iso.

Ditmaal niet voor straf (‘disciplinaire straf’) maar als maatregel, vertelde N. vanmiddag (vrijdagmiddag). “Ze gaan elke dag kijken hoe ze zich gedraagt. Als zíj vinden dat ze zich niet goed gedraagt, blijft ze daar. Ik heb gevraagd of ik met haar mag praten, of ik naar haar toe mag. Maar daarover moet de directeur beslissen en die is er maandag pas weer.”

De iso als dwangmiddel voor gedragsverandering. Het is om te kotsen! Wat is goed gedrag? Wat is goed gedrag in een kale cel met een scheurhemd aan, een matras, op je blote voeten? Wat is goed? En wie bepaalt dat? Mag je zingen? Mag je rondjes lopen? Moet je netjes ‘dank u wel, meneer’ zeggen en ‘goedemorgen’? Moet je platgeslagen de hele dag op bed blijven liggen voordat wordt geoordeeld: ‘ze gedraagt zich goed’??

Tijdens de recreatie zag ik het rode kaartje met opschrift “iso-iso-iso” en een afbeelding van een figuurtje achter tralies op de deur van de voor het meisje bedoelde tweepersoonscel hangen. Ik dacht aan afgelopen zondag, toen ik het rapport kaartje op de deur van de piwi’s had gehangen. Ditmaal zou ik iets anders doen. Ditmaal haalde ik het kaartje van de deur en ben ermee naar ‘mijn’ cel gelopen. Daar heb ik het mes gepakt en het stevig geplastificeerde kaartje in drie stukken gesneden. Vervolgens gooide ik de drie stukken demonstratief op de ping-pong tafel. Daar lagen ze, opvallend rood en kapot gemaakt. Een verscheurd stukje repressie. Een symbolische kleine actie.

Al spoedig kwamen andere vrouwen eromheen staan. Ik legde hen uit waarom ik dat gedaan had. En we spraken over de dwang om in een tweepersoonscel te gaan. En ik hoorde nog meer verhalen over wat er allemaal mis is in Nieuwersluis (“dit is echt zo’n klotebajes!”), en over de wanhoop van het meisje, over mogelijkheid en onmogelijkheid van protest en van vormen van verzet.

“Dit is mijn protest,” zei ik “En als ze komen vragen wie het heeft gedaan, zal ik ze zeggen dat ik het heb gedaan, en waarom.” Ik wilde voorkomen dat anderen de schuld zouden krijgen. Niet op dat moment, maar later ook niet.

Einde recreatie. Een warm en krachtig afscheid, omhelzingen, de vuisten tegen elkaar. “Sterkte” – “Hou je taai”. Zo vreselijk om al die vrouwen daar achter te moeten laten!

Het was de piwi’s nog niet opgevallen, dat iso kaartje in gerafelde stukken op de ping-pong tafel, dus pakte ik de stukken en duwde het in de hand van de piwi die de deur achter me dicht kwam doen.
“Ik heb wat voor je… hier,”
Verbaasde blik.
“Waar heb je dat vandaan?”
“Van boven. Van die cel daar.”
Ik wees op de stukken. “Dat heb ík gedaan,”
“Waarom dan?”
“Omdat jullie dat meisje in de iso gegooid hebben. Schandalig-”
“Oh..” Deur dicht.
Daarna niets. Helemaal niets. Niet eens rapport, al is het maar voor de vorm, want morgen sta ik buiten tenslotte.

Had ik niet morgen weggegaan, dan had ik hetzelfde gedaan. Ik heb nog getwijfeld omdat het misschien als laffe actie zou worden gezien, maar doorslag gaf de noodzaak om op die manier, hoe klein en symbolisch ook, protest te laten horen en zien. Gelukkig heb ik het gedaan, het leverde op het laatste moment nog een paar laatste goede gesprekken op, met mooie, sterke en lieve vrouwen, waarvan ik sommigen nog niet eens veel gesproken had, maar nu wel.

Het heeft de tongen losgemaakt, het heeft bewakers en directie geconfronteerd met een stem die zegt: “Dit pik ik niet, kom maar op!” Dezelfde stem die ik steeds heb laten horen, naar ik hoop met enig resultaat, op wat voor manier dan ook. Vanmiddag met tranen achter mijn ogen, omdat ik al die tijd de strijd met ze aan wilde gaan en zij het niet durfden. Omdat ze al die tijd wèl onder mijn ogen ándere vrouwen chanteerden en dreigden en dwongen, de slappelingen, de schijters, de staatsterroristen:

Ze pakken de zwaksten het hardste, voor de sterksten zijn ze bang terwijl ze toch zo goed bewapend zijn, het hele machtsapparaat achter zich hebben staan. Waar waren ze bang voor? Voor mij? Voor een ‘achterban’? Voor acties, voor publiciteit? Waarvoor? Lafbekken, dát zijn jullie!

Deze middag, voordat ik mijn kleine actie deed, sprak ik met een vrouw die net een paar dagen op de afdeling is. Ze vertelde:

“Ik zat al vijf maanden in een tweepersoonscel in gebouw Romeo. Na drie maanden heb je recht op een cel alleen, voor drie maanden, dus ik ging erom vragen. ‘Daar beginnen we niet aan’ zeiden ze. Toen heb ik stennis geschopt. Ik werd overgeplaatst naar een andere afdeling, kreeg daar een cel alleen. Daar heb ik twee weken gezeten. Toen kwam de overstroming van de Romeo. We werden allemaal overgeplaatst naar gebouw Papa. Daar zat ik vijf dagen twee op een cel, met een bed en een matras op de grond. Ik had het matras op de grond. Vervolgens een week op wat eigenlijk de inkomsten afdeling is, weer alleen. Nu ben ik naar hier (QA) overgeplaatst en zit ik wéér dubbel! Die cel is niet eens geschikt gemaakt! Alleen een tweepersoonsbed, geen extra bergruimte, één tv. Ik heb al een tijdje geleden een consult aangevraagd bij de arts om een medische contra-indicatie te krijgen om alleen te kunnen zitten. Maar je moet eerst langs de verpleegster, en die verwijst niet door. Ik kóm niet eens bij die dokter!”

Zaterdagmorgen 9 augustus 2008, ’s ochtends:

08:15 uur. Luchten. Ik hoor de deuren van de andere vrouwen opengaan, het geroezemoes op de afdeling. Mijn deur blijft dicht. Ik lucht straks écht… ‘buiten’. Ik denk aan de vrouwen van wie ik gisteren niet meer goed afscheid heb kunnen nemen. Ineens zag ik ze niet meer, zaten ze al ‘achter de deur’. Zie ik ze straks nog? Zal ik nog langs de luchtplaats lopen waar zij in de rij voor de telefooncel staan om te kunnen bellen, 3 à 4 minuten per persoon, haastig? Waar ze rondjes lopen, altijd dezelfde kant op? Of ergens zitten te praten?

Ik kijk uit het raam. De vrouw die ik ‘zomer – herfst – winter – lente’ leerde, staat tegen het hek. Ze ziet me en zwaait en lacht naar me. Het voelt eventjes net alsof ik weer rapport heb. Ik, achter het raam, kijkend naar het luchten van de andere vrouwen, waar ik niet aan kan deelnemen.
“Als je gaat, kun je mij dan in je handbagage meenemen?” vroeg iemand me gisteren. Een melancholieke lach. “Als je je heel klein kunt maken, stop ik je in mijn broekzak,”
Kon dat maar. Ik heb heel veel zakken.

08.50 uur. De deur gaat open. Ik kan gaan. Mijn spullen in een lichtblauwe plastic zak, zo loop ik langs de luchtplaats. Een snelle groet aan iedereen, handen aanraken door het hek, nogmaals een “Hou je taai”, een “Sterkte”, een “Succes”. De piwi’s zeggen dat het op moet houden, “Doorlopen. Genoeg nu.” Mij kunnen ze niet meer deren, maar de vrouwen op de luchtplaats wel. Ik doe nog snel een laatste groet aan mijn nu voormalige buurvrouw, vraag haar de groeten over te brengen aan het meisje dat nu in de iso zit, voor als ze er uit komt. Hoe lang zal dat nog duren? Hoe lang zal het alles nog duren? Ik laat de luchtplaats achter me, de getraliede gebouwen. Hoe lang nog voor mensen zullen inzien hoe zinloos het is, en hoe barbaars, hoe mensen kapot worden gemaakt door hen op te sluiten achter wat voor humaan zich voordoende hekken en muren dan ook?

Joke Kaviaar, 9 augustus 2008
Contact: info@jokekaviaar.nl
Websites: www.jokekaviaar.nl
www.vrijheidvanbeweging.nl

Verklaring van de cursief gedrukte begrippen:

HvB regime: Huis van bewaring regime. In HvB zitten mensen in voorarrest. In HvB is het regime/dagprogramma soberder, er zal i.t.t. gevangenisregime geen programma zijn gericht op studie, werk, reïntegratie enzovoorts. Werken kan vaak wel, al kan er een wachtlijst zijn, maar is niet verplicht. HvB regime is anders dan gevangenisregime, voor veroordeelden, afgestraften. In gevangenis regime is werken verplicht. Weigering wordt gestraft. (meestal met afzondering op eigen cel, maar kan ook iso zijn). Regimes in detentiecentra voor mensen zonder papieren lijken sterk op HvB regime; vaak nóg soberder, en géén werk.

Schotloze detentie: Uit de ‘huisregels van de P.I.V. Nieuwersluis’:
“Binnen de PIV Nieuwersluis wordt geen onderscheid gemaakt tussen huis van bewaring en gevangenis. Er wordt gewerkt met interne differentiaties en regimes die van elkaar verschillen in vrijheden, programma en verantwoordelijkheden. Dit alles in het kader van een landelijk experiment, schotloze detentie. In welk regime iemand wordt geplaatst is afhankelijk van:
- het gedrag van de gedetineerde
- de behoeften van de gedetineerde
- de mogelijkheden en noodzaak om deel te nemen aan reïntegratieprojecten
Op grond van uw gedrag kunt u binnen de PIV Nieuwersluis ook teruggeplaatst worden naar een regime met minder vrijheden.”
Prachtig taalgebruik, niet?
In Nieuwersluis wordt veel geklaagd over die ‘schotloze detentie’. Er zijn twee afdelingen waarin het regime lijkt op een gevangenisregime; QB ( ‘standaard-plus afdeling’) en B (M.I., maatschappelijke integratie, de meest ‘vrije’ afdeling). Op deze afdelingen is werk verplicht. Veel vrouwen die langgestraft zijn willen naar die afdeling(en), maar daar kom je niet zomaar. Je moet allereerst op andere afdelingen al gewerkt hebben en bereid zijn om aan allerlei programma’s deel te nemen. De klachten gaan vooral over oneerlijkheid die gepaard gaat met de keuze voor wie er wel of niet komt. Sommigen wachten er lang op en zien steeds mensen die later binnen kwamen er eerst naartoe gaan. Ze begrijpen niet wat ze nou moeten doen om er te kunnen komen. De criteria zijn kennelijk uiterst subjectief. Zo kunnen langgestraften dus lang in het regime van een ‘standaard-afdeling’ zoals QA, waar ik zat, blijven zitten, met weinig mogelijkheden, en veel uren achter de deur. ‘Standaard’ is in wezen HvB regime.

Op rapport: Als je iets hebt gedaan dat de bewakers niet aan staat, kun je ‘S.V.’ krijgen: Schriftelijk Verslag. Oftewel: rapport. Afhankelijk van de reden van het rapport, kunnen ze je gelijk ‘achter de deur’ zetten, in afwachting van de beslissing van de directeur. Die legt dan na je te hebben ‘gehoord’ (stelt niks voor) een disciplinaire straf op. Deze kan bestaan uit afzondering in je eigen cel. Dan zit je 23 u. per dag achter de deur, zonder contact met anderen, en moet je alleen luchten in een luchtkooi of luchtbox. Dan “zit je op rapport”, ”heb je rapport”. Onderdeel van deze straf is het afnemen van de TV.

Time-out cel: Rapport voor dubbel zitters. Wie in een meerpersoonscel zit en rapport krijgt, heeft nog altijd het gezelschap van een of meer celgeno(o)t(en), en dus ook de beschikking over TV. Daarom zit de dubbelzitter het rapport in de time-out cel (een eenpersoonscel zonder TV, die voor dit doel is gereserveerd) uit. Persoonlijke spullen, zoals boeken, schrijfgerei etc. mogen worden meegenomen.

Piwi’s: bajes slang voor P.I.W.’ers, oftewel penitentiair inrichtingswerkers. Ik heb hen in mijn stukken veelal bewakers genoemd. Dit kan verwarring geven, want in de bajes lopen ook Bewa’s rond, bewakers. Deze hebben een andere, mindere, opleiding. Worden in de bajes vaak mislukte politieagenten genoemd. I.t.t. tot piwi’s zijn bewa’s geüniformeerd als lijkend op politie. Ze dragen ook handboeien, de piwi’s niet. De bewa’s werken niet op de afdelingen en zijn er vooral voor ordebewaking en –handhaving en beveiliging. Je kunt ze tegen komen op de luchtplaats, in de bezoekzaal, en ze doen de visitatie na het bezoek. Visitatie is meestal steekproefsgewijs, maar mij moesten ze hebben.. ik moest elke keer uit de kleren.


Powered by Greymatter