Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

08/07/2008: "Systeem van ongelijkheden"

ongelijkheden (33k image)
Als het bestaan van allerlei ongelijkheden al moet worden geaccepteerd, dan is dat nog geen argument om het bestaan van alle vormen van ongelijkheid te rechtvaardigen.

Klik op meer.



Toch gebeurt dat wel vanuit de optiek van verschillende politieke tradities. Zo is er een traditie die ongelijkheid uit een bestaanswet afleidt. Deze traditie baseert zich in feite op een statische optiek van wat ons omringt en wel als volgt.

In de natuurlijke orde vinden we bijvoorbeeld het onderscheid tussen het biologisch mannelijke en vrouwelijke, zowel bij mens als dier. Deze biologische ongelijkheid moeten we accepteren als een feit. Tegelijk wordt dit feit naar een bovensociaal niveau geprojecteerd, welke projectie weer wordt teruggespiegeld. In die weerkaatsing worden allerlei niet-biologische ongelijkheden als onvermijdelijk gepresenteerd en als aanvaardbaar gerechtvaardigd. De ‘verhalen’ die in het kader van allerlei tradities met een statische optiek ten behoeve van die rechtvaardiging worden geconstrueerd, worden gehecht aan ‘de natuur’, aan ‘het wezenlijke’ of aan iets als van ‘heilige oorsprong’ (God heeft dan de ongelijkheid gewild).

Waar het in die traditie steeds weer om gaat, is aanvaardbaar te maken dat de ongelijkheid zijn bron vindt in iets dat buiten ons en dus ook buiten de maatschappij bestaat. De maatschappij is dus niet direct verantwoordelijk voor het bestaan van ongelijkheid. De maatschappij is als sociale orde slechts onderdeel of een verlengstuk van een ‘hogere’ orde. Daarmee is tevens het (onvermijdelijke) bestaan van hiërarchie gegeven.

Het zijn zulke ordes die voorwaarden creëren waarin ongelijkheid tussen mensen niet alleen als noodzakelijk verschijnt, maar ook als onontkoombaar, zoals rijk en arm. Immers, leert niet het gezegde dat wie voor een dubbeltje geboren is, nooit een kwartje wordt ...

Tegenover dit gezegde is het succesverhaal van de loopjongen te plaatsen, die het tot krantenmagnaat brengt. Dat is het beeld dat in de politieke traditie met een dynamische optiek past, de traditie van het (neo-) liberalisme. De ongelijkheid wordt in die traditie niet, zoals in de statische traditie, als principieel gezien. Het uitgangspunt is juist de formele gelijkheid tussen mensen. Die gelijkheid is onder meer terug te vinden in de gelijkheid van de burgers ten opzichte van de wet en in de juridische gelijkheid van private eigenaren in het marktgerichte denken.

Een ieder bevindt zich dus formeel in een gelijke uitgangspositie. Ongelijkheden treden op als een effect van meer of minder economisch doeltreffend handelen van mensen. Die hebben dan vervolgens de ongelijkheid aan zichzelf te wijten.

In deze (neo-) liberale traditie wordt het gelijkheidsstreven als verwerpelijke uniformiteit gezien en afgewezen als leidend tot ondoelmatig economisch handelen. Gelijkheidsstreven brengt de vrijheid om zeep ... Dit leidt bij tegenstanders van dit (neo-) liberalisme tot cynisme: wat betekent ‘vrijheid’ voor een langdurige werkloze of voor iemand die op dertig- of veertigjarige leeftijd overlijdt aan een bedrijfsongeval?

De Franse sociologen Alain Bihr en Roland Pfefferkron, de eerste verbonden aan de universiteit te Bésançon en de tweede aan die te Straatsburg, behandelen de bovenbedoelde tradities in hun boek getiteld Le système des inégalités (Systeem van ongelijkheden). Die behandeling levert hen de aanloop om eens uitgebreid op het ‘systeem’ van ongelijkheden in te gaan en om een kritiek op het bestaan ervan te geven.

Voor het systeembegrip sluiten zij aan bij dat van de grote Franse socioloog en filosoof Edgar Morin. Een ‘systeem’ wordt gezien als een complexe eenheid, geformeerd door de organisatie van relaties tussen een veelheid van elementen. Binnen een ‘systeem’ wordt een zekere samenhang en een vermogen tot zelfregulering aangenomen. Dit betekent onder meer dat er een vermogen is om de eigen orde in stand te houden, ook als zich van buitenaf veranderingen opdringen en opgenomen moeten worden.

Een systeem waarvan de samenstellende elementen ongelijkheden zijn, maakt dat er zich een structuur aftekent waarin deze ongelijkheden verschijnen als een coherent geheel van handelingstypen, inclusief het vermogen zich te reproduceren.

In hun sociaal-economische analyse van de Franse samenleving hebben Bihr en Pfefferkorn dit abstracte systeembegrip ‘gevuld’ met een veelheid van ongelijkheden, reden voor hen om te spreken over een systeem van ongelijkheden tussen sociale groepen mensen. Maar wat zij omtrent de Franse maatschappij beschrijven is echter zo over te planten in andere maatschappijen, menen zij. Het gaat immers om dezelfde structuren en dezelfde dynamiek, die ongelijkheden tussen bepaalde sociale groepen mensen laat ontstaan en voortduren.

Sociale ongelijkheid is in hun ogen het resultaat van een ongelijke verdeling, in rekenkundige zin, tussen de leden van de maatschappij, van de bronnen in die maatschappij. De ongelijke verdeling weet zich te herhalen vanwege de voor dit doel in stand gehouden structuren.

De ongelijkheid kan een gevoel van onrechtvaardigheid bij de leden van de maatschappij laten ontstaan. Als daar geen sprake van is, dan is er geen ongelijkheid ... Rond dit idee omtrent het gevoel van onrechtvaardigheid vindt het debat plaats over de legitimiteit van sociale ongelijkheid. Het is duidelijk dat de verschillende tradities als hierboven beschreven, gebruikt worden om ongelijkheid aanvaardbaar te doen zijn. Bihr en Pfefferkorn beijveren zich om hiertegen een kritische attitude te laten ontstaan. Die attitude moet leiden tot het mobiliseren van verzet tegen een gesegmenteerde, gehiërarchiseerde en conflictueuze maatschappij.

In hun boek dragen zij een grote hoeveelheid statistisch materiaal aan om het begrip ‘armoede’ als een systeem van ongelijkheid te laten verschijnen. Armoede wordt in dat geval niet alleen gedefinieerd in termen van gebrek aan middelen (bijstand, laag inkomen, onzeker arbeidsperspectief, etc.). Het gaat ook om gebrek aan vermogen om overigens handelend op te treden (geen of gering vermogen om institutionele of bureaucratische voorwaarden te bespelen; institutionele afhankelijkheid). En als derde factor noemen Bihr en Pfefferkorn een gebrek aan kennis (niet alleen aan schoolse kennis en schooldiploma’s, maar vooral ook een onvermogen om de ‘wereld’ om hen heen als een coherent, politiek, cultureel, geheel te begrijpen).

Armoede kent dus vele dimensies en ontwikkelt zich in de vorm van een cumulatief proces. Deze accumulatie van ‘handicaps’ resulteert in ongelijkheden, met een tendens tot wederzijdse versterking ervan. Geen of nauwelijks inkomen hebben, zal al snel gepaard gaan met een goedkope en daardoor slechte, overbevolkte huisvesting. Dat creëert een leefomstandigheid waarin concentratie van gedachte niet of nauwelijks mogelijk is, zodat (na-) scholing gefrustreerd wordt, in een omgeving waar ‘scholing’ toch al met onbegrip of argwaan wordt bekeken. Dit alles tezamen levert een ‘systeem van ongelijkheden’ op, zoals ook ‘rijkdom’ als systeem kan worden herkend in het spiegelbeeld van ‘armoede’.

Dit systeem van ongelijkheden heeft zich vanaf eind zeventiger jaren van de vorige eeuw, in Frankrijk, in een context van oplopende werkloosheid en onzekere arbeidstoekomst, meer en meer gemanifesteerd. Het verergert de sociaal-economische situatie het heftigst voor de onderste segmenten van de maatschappij, als het effect van neoliberale politieke impulsen van opvolgende regeringen (ongeacht hun politieke ‘kleur’).

De ongelijkheden zijn niet de automatische resultaten van een abstracte en blinde economische dynamiek, maar de resultaten van publiek (politiek) en privaat handelen, niet alleen in Frankrijk, ook elders in deze wereld, zoals de auteurs veronderstellen. En gelijk hebben ze. Zo heeft de ziektekostenverzekering in Frankrijk een andere naam dan in Nederland, maar het type veranderingen in beide systemen resulteert in het zelfde effect.

De omzetting van het solidariteitssysteem in een verzekeringssysteem, die zich volgens een salami-tactiek voltrekt, maakt dat alleen kapitaalkrachtigen zich gemakkelijker en beter kunnen bijverzekeren dan minvermogenden. Het proces vergroot dus de ongelijkheden. Dat is in Frankrijk ook letterlijk te zien: de minderdraagkrachtigen onthouden zich het eerst van tandartszorg, het aanschaffen van een andere bril, het consulteren van een specialist. Het zijn de voorbeelden die men in het Franse dagblad Le Monde (van 26 juli 2008) aantreft, in een artikel onder de welluidende kop ‘Sécurité sociale: le temps des inégalités’ (Sociale zekerheid: de tijd van ongelijkheden).

De veranderingen in het ‘zorgstelsel’ dringen dus richting vergroting van ongelijkheden. Die veranderingen worden in Frankrijk, zowel als in Nederland, gelegitimeerd met een beroep op het verminderen van de kosten of het wegwerken van een schuldenlast in de gezondheidszorg. Tevens wordt beloofd dat door die veranderingen de prijzen van medische producten en geleverde diensten omlaag zullen gaan. Hoe dat ook zij, het effect is evenwel dat miljoenen mensen medisch minder beschermd zijn! Het boek van Bihr en Pfefferkorn verschaft een analyse van het ‘systeem’ erachter.

BIHR, A. et R. PFEFFERKORN, Le système des inégalités, Éditions La Découverte, Paris, 2008, 122 blz. 122.

1 Reactie


first post

zei: sander op 25/08/2008 om: 14:27u


Powered by Greymatter