Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

07/04/2008: "Arbeit macht frei deel 8"

auschwitz (47k image)

Sinds 2 juli 2008 zit Joke Kaviaar 30 dagen vast, voorlopig in Kamp Zeist, vanwege haar weigering om een werkstraf van 60 uur te doen. De werkstraf was opgelegd voor twee blokkade acties van de uitzetbajes Schiphol Oost. De Vrije publiceert haar verslagen uit de bajes.
Dit is: Arbeit macht Frei, deel 8, arrestatie – geschreven vanuit bureau Zaandijk



ARBEIT MACHT FREI deel 8, arrestatie


Zaandam,

Het was de vroege morgen van 2 juli. Op mijn fiets, met bij me een tas met onder andere spandoeken, persverklaringen, een exemplaar van het rapport van Amnesty (the detention of irregular migrants and aylum-seekers), reed ik het industriegebied Achtersluispolder in. Daar liggen de bajesboten, Zaanse Schande.
Ik was er bijna, nog geen 500 meter nog. Een auto kwam van achterop.
“Daar zul je ze hebben!”, dacht ik nog, “verdomme!”.
De auto – inderdaad een smeriswagen – reed langs me en stopte voor me, het rode ‘politie – stop’ lichtte op.
Zó dichtbij!

Voor de zekerheid had ik toch maar mijn rijbewijs meegenomen. Dan kon mijn actieplan in elk geval niet door id weigeren de mist in gaan. Ze vroegen er inderdaad om, ik liet het zien. Maar helaas, ze wilden méér.
‘Mogen we even in je tas kijken?’ vroeg de jonge blondine.
“Nee”.
“We willen tóch even in je tas kijken”
“Nee, dat wil ik niet”
“Waarom niet?”
“Dat is privé”
Maar het kwam erop neer dat ’t moest.
Dat betekende dan ook: einde verhaal. Ik kon net zo goed tot het uiterste weigeren, uit principe.

Ik stapte dus op mijn trappers, keerde mijn fiets en zei dat ze de inhoud van mijn tas niet te zien kregen.
De mannelijke collega van de blondine, een flinke vent, was intussen ook uitgestapt. Hij greep me bij mijn handen en stuur. Kort duw- en trekwerk.
Hij gooide me met fiets en al tegen de grond, greep mijn linkerarm, trok eraan en draaide deze, duwde me tegen hun wagen aan, en hield de arm verdraaid in gestrekte toestand naast me.

Ik besloot nu eens direct te roepen dat ik een schouderblessure heb (hoewel die rechts erger is, tengevolge van een eerdere – ook al Zaanse – arrestatie). Zou het helpen? Nee hoor. Scherpe pijn in mijn schouder.
Herhaaldelijk riep ik dat ‘t pijn deed. Hij trok zich er niets van aan. Integendeel, hij gebruikte het om mijn medewerking af te dwingen.
“Ga je meewerken?” herhaalde hij.
Zelfs toen ik tenslotte een wat benepen “ja!” liet horen, hield hij zo vast.
Pas toen de blondine met de boeien kwam en deze door het tweetal werden omgedaan, eindigde deze kwelling. Althans, het ergste. (achteraf: vooral blauwe plekken).

Nog 3 auto’s kwamen. Zouden ze de hele nacht op me gejaagd hebben? Vanaf het moment dat ze me in mijn auto met een ladder hadden zien rijden, en even later zónder?

De hamvraag: “Wáár is de ladder?”

Nu doorzochten ze op straat alsnog tegen mijn zin de tas en de fietstassen. Of ik wilde zéggen wat er in zat.
“Ik zei toch al dat dat jullie niks aangaat?!”

Eerder die avond waren ze me al achterna gekomen omdat ze een antwoord op DE vraag wilden. Eerst wist ik niet zeker of dit zo was, en reed om dit uit te vinden een lusje door het centrum van Zaandam. De wagen bleef me volgen.
Na enige tijd werd ik gestopt: twee wagens. Papieren controleren. Blaastest. Met zaklamp in de auto schijnen.
“Wáár is de ladder?”.
Ook híer had ik al op geantwoord dat het ze niks aanging.
“Dumpen is strafbaar” – “ik dump toch zeker geen ladder! Ga maar kijken, je vindt hem niet”. Ze begonnen over inbraken in het industriegebeid waar de boten liggen, en “met al die veelplegers, zoals jij” moest er goed opgelet worden.
Tot mijn verbazing lieten ze me doorrijden na dit alles. Maar…

Nu reden ze nog steeds achter me aan. Één reed tenslotte door; de ander bleef tot bij mijn woonplaats volgen. In mijn woonplaats heeft de voorste nog gekeken of ik thuis was gekomen.

De nacht, tot even na drieën, is het een kat- en muisspel geweest met de Zaanse smeris en dit eindige – hoe kan het ook anders? – op bureau Zaandijk, alwaar ik van één van de arrestantenbewakers zojuist mijn eigen blocnote heb losgepeuterd, maar belangrijker nog: een potlood van hem.

Eerst werd gezegd: dat kan niet (je zou hen ermee kunnen verwonden).
“Maar ik moet mijn rechtszaak voorbereiden voor morgen, was een doorslaggevend argument.

De beschuldiging luidde: ‘niet voldoen aan bevel’.
Over zoiets gaat die rechtszaak van morgen ook al.
Tijdens het verhoor kwamen ze met die dertig dagen op de proppen. Ik zag het papier al op tafel liggen. Het werd erbij gepakt, en ik zei: “Ik wéét waarmee je nu gaat komen”, om ze net even voor te zijn.

Jammer, een bijzonder ongelukkige pech door die eerste patrouille die de ladder zag, me daarna weer kwijtraakte, maar later zonder ladder terugzag, dat deze dag vele uren te vroeg eindigde met een enkele reis Zaandijk. Het had zo mooi kunnen zijn!

Maar wáár is nu toch die ladder. Is het dezelfde die ze ergens gevonden en in beslag genomen zeggen te hebben?

JK 2-7-08 c1 Zaandijk

Voor eerdere ‘Arbeit macht frei’ verslagen, kijk op Arbeit macht frei.



Powered by Greymatter