Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/12/2008: "Arbeit macht frei 6: juridisch getouwtrek"

Op 5 juni diende de behandeling van mijn bezwaarschrift tegen het omzetten van een niet uitgevoerde werkstraf van zestig uur naar dertig dagen ‘zitten’. Ik had, ervan uitgaande dat het geen zin zou hebben, toch een bezwaarschrift ingediend. Dit met de achterliggende gedachte dat het wel aardig zou zijn als zich nog eens een rechter over de zaak zou moeten buigen, met de hamvraag: is een werkstraf dwangarbeid?

nieuwersluisloenne (73k image)
Groeten uit mooi Nieuwersluis: het station

Klik op meer

Voorafgaand aan de zitting belde mijn advocaat, Mr. Hemelaar, met de officier van justitie. Dit was dezelfde als degene die destijds in de rechtszaak maar liefst een werkstraf van tachtig uur had geëist, plus een maand voorwaardelijk.

Ik stel me voor, aan de hand van wat mijn advocaat vertelde, dat het telefoongesprek tussen de OvJ en mijn advocaat ongeveer als volgt verliep:

“Mevrouw de officier, mijn cliënt wil wel komen, maar die wil niet opgepakt worden. Wilt u een toezegging doen dat dit niet gebeurt?”

“Daar doe ik geen toezegging over,”

“Maar door het risico van aanhouding wordt het recht geschonden van mijn cliënt op vrije toegang tot de rechter. Tijdens deze zitting wordt juist het bezwaar tegen het bevel tenuitvoerlegging behandeld.”

“Ik doe er geen toezegging over. Het is die mevrouw K., zegt u? Wie kent haar niet op Schiphol? Die ketent zich steeds aan de hekken vast.”

“Dus u doet geen toezegging?”

“Dat soort toezeggingen doe ik nooit. Het is voor haar eigen risico of ze komt,” (geheimzinnig toontje).

Daarna belde en mailde mijn advocaat me: “Ik heb uitgebreid huiswerk gemaakt. (…) Je kunt voor de zekerheid beter niet komen… en de zitting is ook niet openbaar.”

Gelukkig had ik al mijn (politieke en principiële) argumenten al in het bezwaarschrift verwerkt. Mijn brief aan de reclassering, die ik had beëindigd met het dringende verzoek deze brief naar de OvJ mee te sturen, was nooit bij de OvJ aangekomen. Mijn advocaat stuurde deze haar alsnog. En, vertelde hij, hij zou nog eens verder kijken, en namens mij het woord gaan voeren. En: “Ik ga in de jurisprudentie graven, en kijken of ik nog wat kan vinden”.

Kijk. Dat vind ik nu zo leuk aan advocaten. Ze gaan tóch van alles proberen, hoe kansloos de zaak ook lijkt. Ik stel mij de man voorovergebogen over zijn wetboeken voor, handenwrijvend en grinnikend, hoe hij het zijn opponenten in de rechtzaal weer zo moeilijk mogelijk gaat maken. Het moet gezegd: hij bewerkstelligde al eens eerder een vrijspraak voor me, op bijzonder geestige en louter juridische gronden; van die dingen waar ik nooit op zou zijn gekomen. Het scheelde weer een dag of twee zitten.

“Ik doe er alles aan om je zoveel mogelijk uit de bak te houden!” zei hij, voor hij de hoorn ophing.

Direct na de zitting belde hij. We hadden daags ervoor meermalen contact gehad over ‘de’ zaak, en: hij hád wat gevonden! Namelijk een ‘memorie van achtergrond’ over het fenomeen werkstraf. Wat had hij gevonden?!

“Eigenlijk moeten ze vragen of je bereid bent een taakstraf te doen,”

“Dat is niet gevraagd. Het wordt geëist en opgelegd. Ik heb er nog twee, van elk twintig uur. Dat is nog eens twee keer tien dagen zitten dan!”

“Ha!”

“Maar ik heb het ook niet gezégd, niet in deze zaak,”

“Ze hadden het moeten vrágen, en als je dan niet wilt..”

“Dan..?”

“Ja, dan moeten ze dus met een gevangenisstraf komen,”

“Ja, maar die wil ik óók niet!”

“Punt is, dat is dan minder dan het aantal dagen na een omzetting taakstraf die je moet zitten, dan zou het in plaats van dertig dagen twee of drie wéken zijn geweest, dat scheelt toch weer,”

Ja, dat is zo.

Het schijnt dat de rechter wel oren had naar het argument. Het is één keer eerder voorgekomen dat uit de behandeling van een bezwaarschrift tegen omzetting kwam dat het minder werd. Persoonlijk geloof ik er niet zo in dat het gaat lukken, maar dat maakt niet uit. Zolang de advocaat erin gelooft: laat ie het proberen, dat is zijn taak.

“Ik sta volledig achter je. Je zou helemáál niet gestraft moeten worden, en dat heb ik ook gezegd tegen de rechter!”

Straf? Nee. Ik, en zovele anderen niet. Geen enkele straf.

De rechter vroeg nog naar persoonlijke omstandigheden. Die gaan geen rechter wat aan, vind ik altijd, en ik reageer er nooit op. Wat had nu de advocaat in mijn afwezigheid bedacht?

“Als mijn cliënt dertig dagen moet zitten, krijg ik het druk. Hoe langer, hoe drukker. Ze is nogal principieel, weet u. Dat worden een zware dertig dagen. De vorige keer had ze ook al problemen met de directeur van Nieuwersluis die haar geschriften in beslag wilde nemen. Alleen daarom al, edelachtbare, zou het wel wat minder mogen zijn, het liefst helemaal niets. Legt u maar in het geheel geen straf op. Dat is wat mijn cliënt wil!”

De advocaat ontlokte met deze opmerkingen een glimlach aan de rechter. Als ik erbij was geweest, zou ik vast ook in mijn vuistje hebben gelachen om de vindingrijkheid van mijn advocaat.

Uitspraak op 19 juni, om 9 uur ’s morgens. Mogelijk zit ik dan al ergens. Zwolle, voor de tweede keer? Nieuwersluis, terug naar de strijd met de directeur? Of elders? Wie zal het zeggen? Wat maakt het uit? Maar het is wel interessant om de uitslag van het bezwaar te weten:

Mócht de rechter besluiten dat mij gevraagd had moeten worden naar mijn bereidheid een werkstraf te doen…. Mócht de rechter dan vinden dat inderdaad een gevangenisstraf had moeten worden opgelegd, en dat deze dan minder zou zijn geweest. Mócht hij dat allemaal vinden en DUS tot de conclusie komen dat dertig dagen er een flink aantal minder zouden moeten zijn…

Dán is dat interessant voor alle navolgende principiële werkstraf weigeraars, want het is juist die bijzonder ongunstige rekensom van twee uur werkstraf of één dag zitten, die mensen tot het doen van de werkstraf beweegt!

Dit is nu juist waarom ik zelf denk dat – ondanks de ijver en het optimisme van advocaat Mr. Hemelaar – dertig dagen dertig dagen zullen blijven. De rechter zal wel waken voor jurisprudentie en zeggen, zoals hij al in de zitting zei: “We kunnen hier niet de strafzaak gaan over doen”.

Inmiddels ligt er een klacht bij de Nationale Ombudsman tegen de bajes van Nieuwersluis. Twee vanuit Nieuwersluis naar mijn advocaat gestuurde brieven, naar aanleiding van de intimidatiepoging van de directeur, zijn namelijk nooit aangekomen. Die slingeren vast nog ergens in Nieuwersluis rond.

Natuurlijk wordt dat ontkend: “Alle advocatenpost is verzonden!” staat er handgeschreven op een geel post-it briefje. Het briefje was geplakt op mijn aan Nieuwersluis verzonden klachtbrief over de verdwenen post. Deze was aldus aan mij teruggestuurd. Dat noemen ze dan klachtafhandeling daar…

Tot slot: onlangs kwam de Raad voor de Strafrechttoepassing en de Jeugdbescherming met een kritisch rapport over tweepersoonscellen in Nederland. Daartoe zouden mensen niet mogen worden gedwongen, aldus de Raad. Dat heb ik zelf vorig jaar in Zwolle al gezien: weigering = isoleercel. Dat is nog niet veranderd, het rapport van de Raad ten spijt. In Nieuwersluis hebben ze vijf tweepersoonscellen op de inkomsten afdeling: 22 uur per dag gedwongen samen achter de deur in een cel die niet groter is dan eentje voor één persoon.

Opstanden en onrust in de Nederlandse bajessen nemen toe. In de Bijlmerbajes leidde een protestactie van gevangenen die na het luchten weigerden om naar hun cel terug te gaan tot sancties, overplaatsingen en het inzetten van de bajesknokploeg: het Intern Bijstands Team (IBT).

“Dat gebeurt zo vaak en is niets bijzonders dus daar ga ik niet op reageren,” zegt Hans Janssens, woordvoerder van de dienst justitiële inrichtingen (DJI).

Het is maar even dat je het weet!

Gegroet, vol strijdlust,

Joke Kaviaar,

11 juni 2008


Powered by Greymatter