Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

02/04/2008: "Nationale identiteit en het verschil tussen Wij en Zij"

vrijeNT (77k image)
Het idee ‘nationale identiteit’ wordt regelmatig politiek gebruikt om immigranten te stigmatiseren en om een kunstmatige scheiding te construeren tussen ‘wij’ en ‘zij’. Dat vindt in Nederland plaats zowel als elders in deze wereld.
Klik op meer.

Elders in deze wereld? Laten we het niet verder zoeken dan Frankrijk. Daar zien we hoe Nicolas Sarkozy politiek gebruik maakt van het idee ‘nationale identiteit’. Deze doet dat om daarmee voldoende stemmen te verwerven voor zijn gooi naar het presidentschep van Frankrijk. Iedereen weet dat hij daarin is geslaagd. Tevens deed Sarkozy wat hij had aangekondigd. Hij stelde een ministerie van Immigratie en Nationale Identiteit in. Bij elkaar goed voor een boek over dat onderwerp van de Franse historicus Gérard Noiriel.

Noiriel is niet zo maar historicus. Hij is directeur van een universitair onderzoeksinstituut en voorzitter van het Comité van waakzaamheid met betrekking tot het publieke gebruik van de geschiedenis (zie hun site: http://cvuh.free.fr/ ). Tevens was hij tot voor kort lid van de Wetenschappelijke raad van het nationale centrum voor de geschiedenis van de immigratie.

Toen Sarkozy het ministerie van Immigratie en Nationale identiteit instelde, zegden Noiriel en zeven van zijn collega’s hun medewerking aan die wetenschappelijke raad op. In het hierboven bedoelde boek getiteld <<Ŕ quoi sert l’identité nationale>> (Waartoe dient de nationale identiteit) vindt men de argumentatie voor die opzegging.

Noiriel legt uit dat bij het gebruikmaken van de geschiedenis alles afhangt van de wijze waarop deze als wetenschap wordt bedreven. Daarbij is het goed het volgende onderscheid in de gaten te houden. Men kan de geschiedwetenschap gebruiken om te oordelen over bestaande actoren in de geschiedenis. Men kan het ook bedrijven om het verleden te begrijpen en te verklaren.

Historische kennis kan misschien helpen bepaalde zaken die in het heden spelen, beter te begrijpen. Maar het kan nooit als gezaghebbend argument dienen, om een bepaalde politieke visie als beter te legitimeren dan elke andere visie. Zo bestrijdt het bovengenoemde Comité van waakzaamheid heersende machten, die hun argumenten doen steunen op zoiets als ‘lessen uit de geschiedenis’.

In dit geval is Sarkozy in zijn aanloop naar het Franse presidentschap doelwit van analyses (en kritiek) wat betreft zijn voortdurende gebruik van het begrip ‘nationale identiteit’. Hoewel het boek zich concentreert op de Franse historische en actuele situatie, behandelt het een problematiek die boven-nationaal is. Men vindt zo voorbeelden die op de Nederlandse situatie van toepassing zijn.

Zo hoeft er maar iemand te roepen dat DE Nederlander niet bestaat of er staan legio anderen op hun achterste benen om het tegendeel met behulp van de ‘nationale identiteit’ te bewijzen. DE Nederlander (hij of zij) is een constructie, een waarbinnen bijvoorbeeld een koloniale geschiedenis wordt recht gepraat. Als het om een man gaat, is het een ‘jongen van stavast’, die buiten Nederland standrechtelijke executies uitvoert. Hij weet uit zijn hoofd de coupletten te zingen waarin Piet Hein zijn naam klein is, maar dat zijn daden groot zijn.

Een Nederlandse aanvulling op het boek van Noiriel is wat dat betreft te vinden in de brochure van De Fabel van de illegaal, getiteld <> (Gebladerte reeks 31). Daar leest men in verschillende bijdragen hoe in het politieke debat de ‘Nederlandse identiteit’ soortgelijk wordt ingezet als de ‘Franse identiteit’ in Frankrijk. Dat betekent dat men onmiddellijk begrijpt waarover Noiriel het heeft.

Noiriel loopt de historische momenten langs die aanleiding geven om de ‘natie’ als gedachte op te poetsen, om over de ‘ziel’ of het ‘nationale karakter’ te spreken. Hij geeft aan wanneer het woord ‘immigratie’ zich in het Franse taalgebruik nestelt. Vervolgens laat hij zien hoe de idee van de identiteit zich ontwikkelt tot een verschijnsel dat identificatie mogelijk maakt.

Na een bespreking van de historische gebeurtenissen om te verklaren waarom het nationalisme in Frankrijk in diskrediet raakte, pakt Noiriel de draad op bij de tachtiger jaren van de vorige eeuw. In dat tijdsgewricht vindt een opleving plaats van het gebruik van het verschijnsel ‘nationale identiteit’ (ondermeer als reactie op hetgeen ‘mei 68’ teweeg had gebracht).

Het wordt een thema exclusief van de rechterzijde van het politieke schouwspel. Het wordt uitgespeeld in wat Noiriel de ‘triomf van het informatiespektakel’ noemt. Het conglomeraat van de rechtse Figaro-mediagroep (waar tegenwoordig ook de populaire Franse tv-zender TF1 toe behoort), pompt een wij-gevoel de Franse samenleving in.

Het Franse ‘wij’ wordt inmiddels constant tegenover de ‘zij’ van de islam (Islamofobie) gesteld. Deze tegenstelling levert een flinke bijdrage aan het stigmatiseren van bijvoorbeeld de jongeren in de voorsteden van ondermeer Parijs. Hoe is het mogelijk zich als jongeren niet vernederd te voelen als elke avond op de televisie de sociale groep waarmee je je identificeert, uiterst negatief wordt gepresenteerd?

Ook dat is in de Nederlandse situatie herkenbaar. In de eerste aflevering van de, uitgesproken door de VARA opgezette, serie <> wordt met het stigma van de Noordafrikaanse jongere / terrorist gespeeld. Zo worden de kijkers er zelfs door de VARA vertrouwd mee gemaakt, dat het maar goed is dat er een antiterreurteam ronddwaalt, zich van methoden bedienend, die in ernstige mate strijdig zijn met wat rechtsstaat heet. Maar ja, je moet wat doen om kijkcijfers te fokken.

Ook Sarkozy heeft perfect begrepen hoe de bevolking zo te bespelen, dat uiteindelijk een meerderheid vindt dat jij, Sarkozy, het vaderland gaat redden. Noiriel laat zien hoe het uitspelen van de kaart ‘nationale identiteit’ Sarkozy de winst heeft kunnen bezorgen.

Natuurlijk zitten we dan al lang zelfs niet meer in een parlementaire democratie maar in een spektakel-democratie. Niet de politieke opinie maar de politieke emotie geeft de doorslag. Het ‘wij’ moet een warm gevoel schenken. ‘Zij’ moeten vrees (xenofobie) in boezemen. Peilingen zijn dan ook geen opiniepeilingen meer maar emotiepeilingen.

De originaliteit van Sarkozy bestaat er uit, aldus Noiriel, om de mogelijkheden die deze spektakelomstandigheid biedt, maximaal te benutten. Iemand in Nederland die over de zelfde soort intuďtie lijkt te beschikken als Sarkozy is Geert Wilders. Weken lang weet hij de media te bespelen en zo de huiskamers in te dringen, als een volleerd spektakelmanager.

Het gaat om andere verhoudingen dan in Frankrijk, maar Noiriel’s analyse is zo op de Nederlandse situatie los te laten. Frankrijk is daarmee een ‘casestudy’ van iets dat zich in meer Westerse maatschappijen voordoet. Daarmee is zijn boek het waard om ook buiten Frankrijk te worden gelezen.

NOIRIEL, Gérard, Ŕ quoi sert l’identité nationale, (Waartoe dient de nationale identiteit), uitgeverij Agone, Marseille, 2007, 152 p., prijs € 12.-- .


Powered by Greymatter