Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

01/16/2008: "Michael Bakoenin (1814-1876)"

OOK JONG GEWEEST
Angaut (8k image)
Net als met andere grote persoonlijkheden heeft Bakoenin mensen aangetrokken en afgestoten. De een vindt hem de grootste politiek filosoof van de 19de eeuw. De ander noemt hem een apocalyptische mysticus. Is dat tot heden zo gebleven?
Klik op meer.

Wat valt er nog over de negentiende eeuwse revolutionair en anarchist Michael Bakoenin te zeggen, na alle studies en biografieën die over hem in de loop van vele jaren zijn verschenen? En waarom zouden we nog over zijn ideeën spreken? Is het niet allemaal verouderd? Of wordt het niet zo iets als het bestuderen van de geschriften van een ‘kerkvader’? Het zal allemaal wel. Ik passeer de vragen echter en daarmee ook de mogelijke antwoorden erop.

Er bestaan namelijk alleen de antwoorden die je zelf geeft. Het is bovendien niet de vraag wat iemand toen vond, maar wat je er nu zelf mee doet. Het hangt dan van je eigen lerend vermogen af of het een adequaat onderdeel gaat vormen van je levensproject. Dat maakt het fundamentele verschil uit van een volgeling en een autonoom individu. De volgeling is onderdeel van het project van een andere persoon (de leider) of van een instituut (de Kerk, de Partij). Het god noch meester (ni dieu ni maître) drukt het verschil kernachtig uit.

Het lezen van iemands geschriften kan er toe bijdragen dat eigen inzichten scherper gesteld kunnen worden. De auteurs uit de anarchistische hoek zijn vogels van heel verschillende pluimage. Daarin ligt de reden dat het in die kring nooit tot een eenheidsworst van opvatting en handeling is geworden. Het is dus mogelijk om tegelijkertijd grote verschillen te zien (in persoon; in de wijze waarop men idealen denkt te verwezenlijken) en eenheid in grondstelling (bijvoorbeeld het anti-etatisme).

Kennelijk heeft iemand een tijdje terug een artikel voor de Groene Amsterdammer (3 juli 2007) op dit stramien geschreven. Hij heeft in dit geval Kropotkin en Bakoenin naast elkaar gezet (lees ik in DE AS nr. 169/170, p. 99). Over `Bakoenin wordt door de schrijver in de Groene gezegd, dat hij een apocalyptische mysticus is, die door oceanen van bloed en vuur wilde waden en de gehele Westerse cultuur in de fik wilde steken. Dat is nogal wat.

Inderdaad heeft Bakoenin de Franse revolutie (de ‘Franse weg’) aan de Duitse cultuurkring wat de Reactie (de ‘Duitse weg’) betreft, ten voorbeeld gesteld. Bakoenin bestrijdt dus de Duitse reactie vanuit het Franse elan. Veel later is hij vol lof over de Commune van Parijs. Maakt de Franse revolutie en de Commune van Parijs geen deel uit van de Westerse cultuur? Beantwoordt men die vraag positief, dan wil Bakoenin dus NIET heel de Westerse cultuur in de fik steken.

Als Bakoenin het over het afschaffen van het erfrecht heeft, dan blijkt hij geen principieel tegenstander van successievelijke hervormingen te zijn. Door vreedzame hervorming, zo stelt hij zich voor, kan in 20 ŕ 30 jaar het erfrecht zijn afgeschaft. De revolutionaire methode levert wel een kortere weg op dan successievelijke hervormingen, maar revolutie maken kan nooit een doel op zichzelf zijn, meent hij. Wat nu waden door ‘bloed en vuur’! Bakoenin moet kennelijk als terrorist worden neergezet om daarmee diens anarchisme te diskwalificeren.

Daarentegen heeft, anders dan de scribent in de Groene Amsterdammer. de jonge Franse sociale wetenschapper, Jean-Christophe Angaut, zijn best gedaan op het afleveren van een staaltje ‘close reading’ van enkele jeugdgeschriften van Bakoenin. Voor mij is Angaut geslaagd.

Heel minutieus heeft hij twee artikelen, te weten ‘De Reactie in Duitsland’ (1842) en ‘Het communisme’ (1843) en twee brieven aan Arnold Ruge (1843) doorgewerkt. Natuurlijk is de vraag te stellen wat het werk van Angaut ons te bieden heeft. Ik denk dat hij terecht opmerkt dat de door hem behandelde teksten, zeker in Frankrijk, weinig bestudeerd zijn. Het zelfde geldt voor meerdere teksten uit de voor-anarchistische periode van Bakoenin.

De teksten bestrijken Bakoenins links-hegeliaanse periode. En ja, in zijn tekst ‘De Reactie in Duitsland’ spreekt Bakoenin over een Apocalyps, een politieke Apocalyps, waarin een nieuwe maatschappij op de ruïnes van de oude maatschappij zal verschijnen. Angaut wijst daar nog eens op door ook de slotzin van dat artikel te bespreken. Het is de fameuze en veel misbruikte zin: de lust tot destructie is tegelijk een creatieve lust. In het afbreken hoort dus de opbouw al te zitten. Het woord ‘tegelijkertijd’ is hier van cruciale betekenis.

Angaut heeft de vier hierboven genoemde teksten van Bakoenin thematisch gewijs behandeld. Na een korte inleiding bespreekt hij de ‘Franse weg’ (de revolutie) en de ‘Duitse weg’ (de Reactie), zoals door de jonge Bakoenin in zijn De Reactie in Duitsland onderkend. Daarna wordt in de door Angaut onderzochte teksten aangegeven waaruit die ‘wegen’ onder meer bestaan. Vervolgens bespreekt hij het democratisch beginsel in het denken van de jonge Bakoenin. Hij gaat in op het ‘positieve ‘ en het ‘negatieve’ in de maatschappij en dat weer in relatie tot een dialectiek van het conflict tussen het positieve en het negatieve. Ook vinden we bij Angaut terug ‘de geschiedenis van de realisatie van de vrijheid’ en hoe de jonge Bakoenin dit in zijn teksten heeft verwerkt. Ik geef toe, wat men tegenkomt is loodzwaar en niet allemaal even gemakkelijk te volgen. Je moet er dus de tijd voor nemen om te begrijpen wat je leest.

Anderen zijn zo klaar. Die leggen dan ook al gauw verbanden die beledigend zijn. Zo waagt onze auteur van het artikel uit de Groene Amsterdammer het om Bakoenin niet alleen in verband te brengen met veel bloed en een ongelofelijke vorm van cultuurschennis, een schennis die juist bedreven is vanuit vijandige ideologieën (USSR-communisme, fascisme) ten opzichte van het anarchisme, maar bovendien schuift hij hem via een omweg een jihad, een heilige islamitische oorlog, in de schoenen. Gaat het bij dat laatste niet om elementen als ‘volgelingenschap’ van en ‘hemelse beloften’ aan uitvoerders van die jihad? Zijn dat geen elementen die volkomen vreemd zijn aan Bakoeninistische ideeën over het autonome individu en diens atheďstische instelling?

Een studie als die van Angaut kan ertoe bijdragen om een verwrongen beeld recht te zetten. Maar dan moet die wel worden bestudeerd. Wie als vooropgezet doel heeft het anarchisme of een bepaalde anarchistische auteur, zoals Bakoenin, in een kwade reuk te zetten, zal die moeite niet nemen. Het zij zo.

ANGAUT, Jean-Christophe, Bakounine jeune hégélien, La philosophie et son dehors, (Bakoenin als jong hegeliaan, De filosofie en zijn omgeving), uitgeverij ENS, Lyon, 2007, 168 blz., prijs € 18.


Powered by Greymatter