Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/30/2007: "Radencommunist Cajo Brendel overleden"

Op 25 juni is op 91-jarige leeftijd Cajo Brendel overleden. Hij was Nederlands bekendste en langst levende radencommunist.
CajoBrendel01 (8k image)
De sympathieke en degelijke analyticus verkeerde de laatste jaren in behoeftige omstandigheden
Klik op meer.

Cajo Brendel (1915 - 2007) hing de opvatting van de Duitse communist Otto Rühle aan die rond 1920 naar aanleiding van de Russische Revolutie de stelling poneerde dat de revolutie geen partijzaak was. Behalve dat anarchisten als Anton Constandse deze stelling onderschreven gold dit ook voor de zogeheten radencommunisten, de communisten die geen partijdictatuur (ontaardend in stalinisme) wensten maar machtsvorming van onderop propageerden. macht die belichaamd werd in de raden van arbeiders en soldaten die in Rusland de revolutie doorvoerden.

Brendel raakte al op jonge leeftijd betrokken bij de Nederlandse radencommunisten. Hij onderhield in de jaren dertig nauwe kontakten met de - lijnrecht tegenover het bolsjewisme en officieel partijcommunisme staande - Groep van Internationale Communisten (GIC). Deze radencommunisten werkten wel samen met anarchisten zoals in de Pinkstermobilisaties die in Noord-Holland plaatsvonden. Geestverwanten van hem waren de Nederlandse marxisten Anton Pannekoek en Herman Gorter.

Na de oorlog maakte hij gedurende dertien jaar deel uit van de redactie van het veertiendaagse orgaan Spartacus. Vanaf 1965 behoorde hij tot de medewerkers van het maandblad Daad en Gedachte, dat gewijd was aan de problemen van de zelfstandige arbeidersstrijd en uitblonk in degelijke sociaal-economische analyses zoals we dat van marxisten gewend waren. Het blad stierf in de jaren negentig een stille dood.

Cajo Brendel groeide op in een naar zijn zeggen "kleinburgerlijke familie" in Den Haag. Tijdens de krisis van de jaren '30 ging hij zich interesseren voor maatschappelijke vraagstukken. Hij las Marx, verdiepte zich in tal van boeken op ekonomies en histories gebied, in het bijzonder die boeken die over de geschiedenis van de arbeidersbeweging handelden en was op 19-jarige leeftijd een overtuigd marxist.
Eenmaal van school af bezocht hij in Den Haag nu en dan politieke bijeenkomsten, o.a. van de communistische partij. Daar werd hij voor het eerst geconfronteerd met radencommunisten.

Brendel: "Na de bijeenkomst werd ik opgewacht door twee arbeiders, een metaalbewerker en een zuivelarbeider. Ze waren, zeiden ze, het niet eens met de opvattingen die ik bij de discussie naar voren had gebracht, maar ze waren niettemin géén volgelingen van Wijnkoop. Het waren radencommunisten, waarvan ik toen nog nooit had gehoord. Ze wilden graag met me discussiëren. Dat was in mei 1934. Ik woonde toen nog bij mijn ouders, de twee radencommunisten ieder in een andere Haagse arbeiderswijk. Iedere avond na het eten maakte ik de wandeling van ruim een half uur naar de woning van een van hen. Een onvergetelijke zomer lang voerden we heftige gesprekken. Het was een bewogen tijd. In Duitsland had Hitler de macht gegrepen, in Oostenrijk was er sprake geweest van een mislukte gewapende opstand van de sociaal-demokratie tegen de regering-Dolfusz, in de Amsterdamse Jordaan kwamen in juli de werklozen in opstand tegen de steunverlaging, in Frankrijk werd een zogenaamd 'volksfront' van links gevormd. We schonken aan dat alles niet minder aandacht dan aan fundamentele kwesties als het verschil tussen kapitalisme en kommunisme, tussen partijdiktatuur en arbeidersmacht."

Brendel had in die dagen sympathieën voor Trotski en verdedigde min of meer diens opvattingen, zoals neergelegd in de diverse brochures waarmee de oude bolsjewiek op de actuele gebeurtenissen reageerde. Zijn voornaamste gesprekspartner was een arbeider van middelbare leeftijd, strijdbaar van jongs af aan en zéér belezen. Hij kwam met sterke argumenten en vertelde Brendel telkens weer wáár hij het bewijs kon vinden voor de juistheid van wat hij zei. Brendel gaf zich niet aanstonds gewonnen. Maar in september van dat jaar 1934 was hij radenkommunist.

Gedurende een aantal jaren gaf de Haagse groep waarmee hij toen samenwerkte een gestencild blaadje uit, dat Proletarische Beschouwingen heette. Van oktober 1938 tot eind augustus 1939, Brendel woonde toen niet meer in Den Haag, verzorgde hij een wekelijkse rubriek in het anarchistische blad De Vrije Socialist, waarin hij als marxist allerlei gebeurtenissen analyseerde.

Sinds 1952 werkte Brendel mee aan het blad Spartacus van de gelijknamige groep, die in de oorlogsjaren ontstaan was en gevormd werd door mensen die uit de voormalige GIC kwamen en uit linkse sociaal-democraten en ex-trotskisten. In de loop van 1964 deden zich in de Spartacusbond principiële meningsverschillen voor, precies langs de scheidslijn tussen de oude, oorspronkelijke 'bloedgroepen'. Een van de twistpunten was de vraag of de sociaal-demokratie al dan niet 'socialistisch' kon worden genoemd. De oud-GIC-ers meenden van niet. Het eind van het liedje was een scheuring, doordat de oud-GIC-ers tenslotte werden geroyeerd. Van toen af gaven deze het blad Daad en Gedachte uit.

Zelf ontmoette ik Cajo in 1986 op de Internationale Anarchistische Bijeenkomst (IAB) in Appelscha waar we samen over 'organisatie' spraken. Hij was toen al een oude baas maar wel van het slag waar je als jong broekie geen afstand tot voelde en die jou serieus nam al kwam je net kijken.

Begin jaren negentig zochten we hem eens thuis op omdat hij van een collectie bladen afwilde die het Nijmeegse Antimilitaristisch Buro wel wilde hebben. Zijn tot de nok toe gevulde en strak geordende studiekamer maakte toen indruk op me. Wist je meteen wat de bron was van die grote kennis, en degelijke analyses. Met Cajo Brendel is een scherpzinnig mens heengegaan.




1 Reactie


En een van de beste kameraden die er rondliepen.
Ter gelegenheid van ik meen de dertigste verjaardag van Daad en Gedachte (het zou niet zo lang daarna helaas ophouden) hebben we hem in ons radioprogramma gehad - en veel van wat hij zei komt mij schier dagelijks voor de geest.
"Verkeerde in behoeftige omstandigheden" - het ziekenfondsie van de verzorgingsstaat, om radencommuninst Gerard van den Berg te citeren, werkt niet en werkte zeker niet voor hem. Dit stemt mij droeviger dan zijn overlijdensbericht, al had ik hem nog wel eens willen spreken.

zei: Prul op 30/06/2007 om: 12:32u


Powered by Greymatter