Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/18/2007: "PARLEMENTAIRE DOMOCRATIE"

img016 (27k image)

Is het parlementarisme in gesteld om het bereiken van democratie onmogelijk te maken?
Klik op meer.


De negentiende eeuwse vroeg-socialist Saint-Simon (1780-1825) heeft eens opgemerkt: De wereld zou zich op een dag kunnen bevrijden van alle parlementariërs zonder iets wezenlijks te verliezen; ze zou er zelfs iets bij winnen, namelijk een nieuw sociaal leven.

Louis Janover, die in de jaren vijftig tot een groep surrealisten behoorde en als marxoloog inmiddels vele kritische essays op zijn naam heeft staan, verwijst in zijn nieuwe tekst gretig naar de uitspraak Saint-Simon.

De tekst van Janover is dan ook te beschouwen als een veldtocht tegen het parlementarisme. Ze is getiteld: De democratie als science-fiction van de politiek. Met gevoel voor pathos haalt hij ook de leus aan die voorkwam in de Franse krant Les Révolutions de Paris (uitgegeven tussen 1789 en 1794):

DE GROTEN LIJKEN ALLEEN ZO GROOT

OMDAT WIJ OP ONZE KNIEËEN LIGGEN.

STA OP !


Het punt dat Janover wil scoren in zijn onderhavige publicatie is het volgende. De wereld waarin wij leven wordt in de greep gehouden door nog steeds onopgeloste economische tegenstellingen. Die tegenstellingen heten al sinds jaar en dag fundamenteel. Samengebald gaat het om de tegenstelling Kapitaal / Arbeid.

Wisselend naar gelang de periode waarin we leven heeft zich de terminologie wel aangepast, maar de tegenstelling is gebleven. In die tegenstelling komt links om of rechts om de dominantie-problematiek terug, waartegen telkens allerhande bevrijdingsacties zijn gevoerd. Hef de economische tegenstelling op en een deel van de dominantie-problematiek behoort tot het verleden. Ook heeft men andersom geredeneerd: laat lijken alsof je een deel van de dominantie-problematiek oplost, zodanig dat de economische tegenstelling onaangetast blijft. Voorbeelden van het laatste?

Het arbeidscontract veronderstelt een juridisch gelijke positie van werknemer / werkgever, namelijk als contractanten. Een deel van de dominantie-problematiek lijkt opgelost te zijn. Met het arbeidscontract vervolgens in de hand, begeeft de werknemer zich in de dominantie-kring van de werkgever. De werknemer blijkt toch nog de ondergeschikte, die hij altijd al was! Ander voorbeeld.

De strijd om het algemeen kiesrecht is ook een emancipatoire strijd van de arbeidersbeweging geweest, bijvoorbeeld een die gericht was tegen het censuskiesrecht. Via de strijd om en rond de stembus zou de strijd tegen het kapitaal te winnen moeten zijn: er zijn immers in aantallen genomen meer arbeiders dan bazen…

De strijd om het algemeen kiesrecht is echter een strijd om een plaats te verwerven binnen het parlementarisme, binnen de vertegenwoordigende democratie. Wie binnen dat systeem wil meedoen, moet zich aan dat systeem aanpassen. Het vereist dus de aanvaarding van de uitgangspunten van dat systeem.

Het betreffende politieke systeem was en is opgezet om het bestaan van het actuele economische systeem veilig te stellen. Dit betekent dat de dominantie-problematiek die met dit economische systeem is gegeven, niet wordt aangetast. In een politiek systeem van directe democratie (bijvoorbeeld een stelsel waarnaar binnen het anarcho-syndicalisme wordt gestreefd) zou het bestaande kapitalistische stelsel onderuit worden gehaald.

Het is langs deze weg dat Janover het volgende constateert. De vertegenwoordigende democratie is opgezet voor parlementariërs en zij heeft als historische functie te voorkomen dat men tot verwerkelijking van directe democratie overgaat.

De parlementaire democratie verandert niet de heersende tirannie, zij is de tirannie maximaal verfijnt. Het laat economisch bepaalde overheersing bestaan en maakt dat opstand daartegen wordt verwerkt via onder meer het kiesrecht. Dat laatste wordt dan vertaald in een terminologie, die een strijdvaardige uitstraling heeft: stembusSTRIJD. In die strijd kan een grote dosis agressie als maatschappelijk ongevaarlijk worden geabsorbeerd.

Dit verhaal wordt niet voor het eerst verteld; het punt werd al eerder door anderen gescoord. Bij Janover vindt men het verhaal terug mede verpakt tussen vele citaten uit teksten van Marx en gedoopt in zijn chagrijn richting oud-communisten (Kremlin aanhangers), trotskisten en afvallige strijdbare geesten uit de tijd van mei 68 (opstand studenten en arbeiders in 1968 vooral geconcentreerd in Parijs). Een aantal van die laatsten bevindt zich inmiddels al lang in het rechtse politieke kamp. Het levert meteen een aanwijzing op voor het grote absorptievermogen van de parlementaire democratie: dempen van revolutionaire gezindheid.

Louis Janover, La Démocratie comme science-fiction de la politique, Éditions Sulliver, Arles, 2007, 131 blz.


Powered by Greymatter