Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

02/14/2007: "Ramde Sea Shepherd-schip een Japanse walvisvaarder?"

Volgens De Volkskrant (en mogelijk andere media) ramde het Sea Shepherd-schip de Robert Hunter afgelopen maandag (12 februari) de Japanse walvisvaarder de Kaiko Maru op volle zee.
media_070211_Kaiko_Maru_bow_Farley (57k image)
De Kaiko Maru (op de voorgrond) nadert de Farley Mowat (zwart)

Op de bewuste maandag zelf maakte Sea Shepherd juist melding van het feit dat de Japanners degenen waren die het schip van Sea Shepherd ramden. Kortom, wie ramde wie?
Klik op meer.

Volgens Sea Shepherd onderschepte op maandag 12 februari hun schip de Robert Hunter het Japanse walvisschip Kaiko Maru dat achter een school walvissen aanjoeg. De Robert Hunter kwam tussenbeide en voer vlak voor de Kaiko Maru langs, waardoor de walvissen konden ontsnappen.

De Kaiko Maru kwam vervolgens naast de Robert Hunter varen, maakte een scherpe wending en duwde op die manier het schip van Sea Shepherd het ijs in. De romp van de Robert Hunter werd daarbij beschadigd. Er zit nu een groot gat aan de voorkant in de romp boven het hoofddek. Door de klap tegen het ijs is er ook schade onder de waterlijn ontstaan in de buurt van de machinekamer.

Beide schepen voeren vervolgens het ijs in en probeerden daarna de ijsmassa weer uit te varen, toen de Kaiko Maru opeens achteruit kwam en de achtersteven van de Robert Hunter ramde. Door deze botsing werd de romp van het schip over een meter opengereten.

Nadat hij de Robert Hunter twee keer had geraakt vuurde de Kaiko Maru een noodsignaal af. Zowel de Robert Hunter als de Farley Mowat beantwoordde dit noodsignaal, maar de Kaiko Maru wilde niet aangeven in welke problemen het schip was geraakt. De reddingsbrigade van Nieuw Zeeland meldde aan de beide schepen van Sea Shepherd dat de Kaiko Maru had aangegeven dat het schip zich in ‘ernstig en acuut gevaar’ bevond.

Kapitein Paul Watson verzekerde de reddingsbrigade dat hij de walvisjager niet heeft bedreigd en dat het walvisschip juist zelf schade heeft aangericht. Het Instituut voor Onderzoek naar Walvisachtigen, het Japanse overheidsinstituut dat eigenaar is van de walvisschepen, heeft de Robert Hunter ervan beschuldigd de Kaiko Maru te hebben geramd.

Sea Shepherd gelooft dat de PR-organisatie, die door de Japanse walvisjagers is ingehuurd, het hele verhaal de wereld heeft ingeholpen om de walvisjagers als slachtoffers af te schilderen. Het lijkt er dus op dat De Volkskrant in dit stukje propaganda is getuind, de machtige in het conflict heeft immers altijd een streepje voor.

De botsing is echter volledig gefilmd door de bemanning van de Robert Hunter. Bovendien stelt Sea Shepherd er geen enkel probleem mee te hebben om toe te geven een schip, dat bezig is met illegale walvisjachtactiviteiten, te hebben geramd, als dat werkelijk zou zijn gebeurd.

"Wij hebben altijd de volledige verantwoordelijkheid genomen voor onze acties. In dit geval wijst Sea Shepherd de beschuldigingen van de Japanners, dat zij het andere schip hebben geramd, echter categorisch van de hand."

Greenpeace die met het schip Esperanza onderweg is naar de Japanse walvisvloot in de Zuidelijke Oceaan meldt dat het Japanse walvis-zoekschip ‘gevangen’ zou hebben gezeten in het pakijs. Met aan de ene kant het pakijs en aan de andere kant de twee Sea Shepherd schepen zou het schip niet weg hebben kunnen komen. Op de Kaiko Maru zouden er problemen zijn met de schroef.

De Esperanza reageerde op de noodoproep van de Japanners. Vanuit het Nieuw Zeelandse Marine Rescue Centre kwam het verzoek aan Greenpeace om zich niet met deze zaak te bemoeien. Greenpeace voldeed aan dit verzoek en gaf aan binnen marifoonbereik te blijven in geval er hulp nodig zou zijn geweest.

Eerder verspreiden de Japanners al de claim dat twee walvisjagers op vrijdag 9 februari gewond waren geraakt tijdens een confrontatie met activisten van Sea Shepherd toen zes liter boterzuur op het dek van de Nisshin Maru werd gegooid. Volgens de woordvoerder van het Japanse Visserijagentschap, Hideki Moronuki, raakten de twee Japanse bemanningsleden gewond doordat één van hen werd geraakt door een lege zuurcontainer en de andere zuur in zijn ogen kreeg.

"Onzin", aldus campagneleider, voorzitter en oprichter van Sea Shepherd Paul Watson. ”Mijn bemanning heeft niemand verwond”, aldus kapitein Watson. “Dit is alleen maar een manier om de publieke sympathie te winnen voor mensen die zelf wreed en meedogenloos walvissen afslachten.”

Vanwege de stank kon die ochtend volgens Sea Shepherd niet gewerkt worden op deze varende fabriek waar de walvissen geslacht worden. Activisten slaagden er tevens in om afvoerpijpen waarmee het bloed van de beesten in zee wordt geloosd dicht te nieten. Daardoor kwam het walvisbloed opnieuw aan boord van het schip. Sea Shepherd gebruikt hiervoor speciale 'nietjes' die dwars door staal kunnen schieten!

De twee Sea Shepherd schepen Farley Mowat en Robert Hunter hebben vijf weken gezocht naar de Japanse walvisvloot voor ze deze op 9 februari vond. Sea Shepherd is in de Antarctische wateren om de bedreigde walvissen te beschermen tegen de Japanse vloot welke van plan is meer dan 900 walvissen - waaronder 935 dwergvinvissen en 10 gewone vinvissen - illegaal af te slachten in het Antarctische Walvisreservaat.

1 Reactie


Goed werk

zei: pieter hoff op 17/02/2007 om: 23:11u


Powered by Greymatter