Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

11/20/2006: "Onderwijs in Irak raakt in steeds dieper moeras"

De recente ontvoering van 150 wetenschappers in Irak vestigt de aandacht op de steeds grotere invloed die gewelddadige groepen in Irak hebben op het onderwijs in het land.
Iraknov14bag (17k image)
Typisch beeld voor Baghdad op 14 november, de dag dat de onderwijsmensen werden ontvoerd op klaarlichte dag
Slechts 30 procent van de Iraakse kinderen en jongeren gaat nog naar school, een dieptepunt sinds de Amerikaanse invasie in 2003.
Klik op meer.

Gewapende mannen in uniformen van de Iraakse politie ontvoerden afgelopen week 150 wetenschappers van het Ministerie van Hoger Onderwijs. Zeventig academici zijn inmiddels weer vrijgelaten, andere worden nog vermist. Academici en andere hogeropgeleiden zijn al langer doelwit van sektarisch geweld. Duizenden wetenschappers en onderzoekers zouden om die reden het land al ontvlucht zijn.

Een bestuurder van een grote universiteit in Bagdad, die anoniem wil blijven, zegt dat Iraakse universiteiten “hoofdkwartieren van milities en doodseskaders” zijn geworden. “Portretten van geestelijken en sektarische vlaggen zijn niet het enige probleem, geestelijken en hun aanhang bemoeien zich met alles”, zegt hij.

De bestuurder zegt elke dag voor zijn leven te vrezen. Religieuze leiders hebben de macht om docenten te ontslaan, studenten te schorsen, bepaalde teksten te verbieden en kledingvoorschriften te eisen, zegt hij. “En ze arresteren en vermoorden mensen die kritisch zijn of bij andere groeperingen horen. Onze regering lijkt dat allemaal goed te keuren. Van enige beveiliging van studenten of docenten, of maatregelen om de situatie te verbeteren, is geen sprake.”

Iraakse veiligheidstroepen zouden betrokken zijn bij de ontvoeringen, of op z’n minst niets gedaan hebben om ze te voorkomen. Algemeen wordt aangenomen dat de ontvoeringen het werk zijn van sektarische groeperingen. De soennitische minderheid houdt gewapende sji’itische groepen, die banden hebben met sji’itische politieke partijen, verantwoordelijk voor veel ontvoeringen. De sji’iten zwaaien ook de scepter op het ministerie van Binnenlandse Zaken. Aan het hoofd van het ministerie van Hoger Onderwijs staat momenteel een lid van het belangrijkste soennitische Arabische politieke blok.

De door de Verenigde Staten geleide invasie in Irak in 2003, de chaos daarna en het gebrekkige herstel van het onderwijssysteem zijn niet de enige oorzaak van de huidige situatie. Unesco rapporteerde voor de Golfoorlog van 1991 dat het Iraakse onderwijs tot de beste in de regio behoorde. Bijna iedereen kon lezen en schrijven en alle kinderen kregen basisonderwijs. Onder het regime van Saddam Hoessein (1979 – 2003) nam het aantal scholen toe omdat een leerplichtwet werd ingevoerd.

De Baathpartij bemoeide zich direct met de inhoud van het onderwijs. Om die reden steunden de meeste onderwijzers en bestuurders in de sector de regerende partij. Dat was bovendien de beste garantie voor baanzekerheid.

Na de Amerikaanse invasie werden veel docenten en bestuurders die lid waren van de Baathpartij, ontslagen, gearresteerd of vermoord door doodseskaders. Ze werden vervangen door nieuwelingen die de zegen hadden van de nieuwe regeringspartijen en meestal waren dat sji’itische fundamentalisten.

Deze ‘herinrichting’ van het onderwijs, de bezetting en de economische sancties, hebben eisen hun tol in het onderwijs. “De nieuwe docenten zijn geselecteerd omdat ze lid zijn van islamitische partijen die aan de macht zijn, of omdat smeergeld betaald hebben om een baan te krijgen”, zegt een onderwijsinspecteur in Bagdad, die eveneens anoniem wil blijven.

Hij heeft zijn baan nog omdat hij nooit lid is geweest van de Baathpartij. Nieuwe docenten brengen problemen met zich mee, omdat ze in sommige gevallen te oud zijn of omdat ze valse papieren over hun kwalificaties hebben overlegd, zegt hij. “Maar we konden ze de baan niet weigeren, omdat ze gesteund worden door partijen die milities hebben.”

Miljarden dollars die bestemd waren voor het herstel van door de VS gebombardeerde scholen, hebben niet tot daadwerkelijk reparatie geleid. Buitenlandse contractanten, zoals Bechtel Corporation, en hun onderaannemers, leverden slecht werk. Duizenden scholen in het land verkeren nog in vervallen toestand. Het meeste geld werd besteed het schilderen van de gebouwen en het leveren van goedkoop en weinig duurzaam meubilair en schoolmaterialen. “Het geld voor het herstel van de scholen is ergens in het traject tussen de regering en westerse contractanten verdwenen”, zegt Abdel Aziz, een onderwijsmanager.

Een ander probleem is het misbruik van schoolgebouwen in conflictgebieden als Ramadi en delen van Bagdad. Amerikaanse militairen gebruiken de gebouwen daar als gevechtsposten, vooral voor sluipschutters. Andere scholen worden door milities en doodseskaders in Bagdad en de zuidelijke provincies gebruikt.

Veiligheid is het grootste probleem in het onderwijs. Docenten en leerlingen durven soms nauwelijks van huis naar school te reizen. De abominabele economische situatie verergert de toestand. “Ik kan de kosten voor school niet betalen”, zegt Omar Jassim, vader van vier kinderen. “Ik heb geen werk en busabonnementen en schoolkleding zijn daarom voor mij te duur. De kinderen helpen nu thuis.” Veel andere families sporen hun kinderen aan om eenvoudige baantjes, zoals schoonmaker, te zoeken of ze sturen hun kinderen de straat op als bedelaars.

Vorige maand publiceerde het Iraakse Ministerie van Onderwijs statistieken waaruit bleek dat slechts 30 procent van de kinderen en jongeren naar school gaat. Dat is minder dan de helft van het aantal in het jaar daarvoor. Volgens de Britse organisatie Save the Children volgde toen 75 procent onderwijs. Het ministerie zegt dat 2006 wat betreft schoolgang het slechtste jaar was sinds de Amerikaanse invasie in 2003.

Bron: IPS-News


Powered by Greymatter