Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

11/16/2006: "Sociale Alliantie Presenteert nieuw manifest tegen de armoede"

De kern van het huidige beleid om armoede met werk te bestrijden loopt vast in de groei van het aantal werkende armen. Meer dan 235.000 huishoudens in Nederland hebben arbeid en armoede tegelijkertijd.
voedselpakket (24k image)
Elke week een pakketje van de Voedselbank
Dat is één van de conclusies uit het nieuwe manifest 'Meetellen en meedoen' van de Sociale Alliantie tegen de armoede dat gisteren werd gepresenteerd.
Klik op meer.

Veertig landelijke en provinciale organisaties, die samenwerken in de Sociale Alliantie, hebben het manifest Meetellen en meedoen opgesteld. Daarin worden voorstellen gedaan voor een armoedebeleid, dat inspeelt op nieuwe uitdagingen waarvoor de samenleving staat en dat bijdraagt aan een positieverbetering van grote groepen medeburgers die vanwege gebrek aan inkomen moeite hebben rond te komen en mee te doen in de samenleving. Daarbij geldt als motto: Een samenleving zonder armoede is rijker!

Het Manifest is gebaseerd op een viertal stellingen of uitgangspunten:

Armoedebeleid is onderdeel van de vernieuwing van de verzorgingsstaat
Het sociaal beleid van dit kabinet heeft de pretentie mensen te activeren tot meedoen, tot het nemen van eigen verantwoordelijkheid. Om dat te bereiken is een beleid gevoerd van verharding en dwang. Dat heeft geresulteerd in een verdere toename van de armoede. Een echt sociaal beleid dat positief inspeelt op nieuwe uitdagingen in de samenleving kan alleen gestalte krijgen als ook arme mensen meetellen, als juist de mensen die vaak geen sterke positie innemen op de markt ertoe doen in de samenleving. Pas dan is er sprake van een fatsoenlijke samenleving: een samenleving waarin mensen respect voor elkaar hebben, waarin geen plaats is voor vernedering, armoede, uitsluiting, verloedering en onveiligheid. Zo�n samenleving waarin mensen meetellen, is gerechtigd mensen aan te spreken om mee te doen en naar vermogen een bijdrage te leveren aan het goede samenleven.
Vanuit deze gedachte over meetellen en meedoen zet het manifest het thema bejegening centraal.

Werken moet lonen
De kern van het huidige beleid om armoede met werk te bestrijden loopt vast in de groei van het aantal werkende armen. Meer dan 235.000 huishoudens in Nederland hebben arbeid en armoede tegelijkertijd. Hun (tijdelijke) baan of hun bedrijvigheid als kleine zelfstandige levert hen geen leefbaar inkomen op. Die situatie wordt in stand gehouden en versterkt door een beleid van participatietaken waardoor mensen twee jaar of langer buiten de CAO om aan het werk worden gezet als tegenprestatie voor hun uitkering.
In plaats van dwang tot slecht betaalde armoebanen moet de overheid, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties de creativiteit opbrengen om banen te scheppen waarin mensen de mogelijkheden krijgen zich te ontplooien tegen een fatsoenlijk en leefbaar loon. Dergelijke participatiebanen kunnen ook liggen in de sfeer van de zorgeconomie, die door hun sociaal rendement ook voor de samenleving wel degelijk lonend kunnen zijn. Op die manier kan arbeid een medicijn zijn tegen armoede!

De garantie van een leefbaar inkomen
Aan mensen voor wie arbeid geen begaanbare weg is, moet de samenleving de solidariteit opbrengen van een nationaal gegarandeerd leefbaar inkomen zonder gemeentelijke lapmiddelen, die nu nog nodig zijn. Om voor iedereen tenminste de koopkracht te handhaven blijft het sociaal minimum gekoppeld aan de algemene en incidentele loonontwikkeling. Om in het verleden opgelopen achterstanden te compenseren wordt het sociaal minimum elk jaar extra verhoogd. Het uit elkaar groeien van inkomens wordt tegengegaan. Er vindt een inkomensherverdeling plaats via fiscale maatregelen met hogere tarieven voor de hogere inkomens of door aftrekposten alleen nog aftrekbaar te maken tegen ��n tarief. Dat laatste om te voorkomen dat mensen met een hoog inkomen meer voordeel hebben van aftrekposten dan mensen met een laag inkomen. Verder komt er een wet die de beloning van topambtenaren en andere dienstverleners in de (semi)publieke sector maximeert tot het salarisniveau van de minister-president.

Veilig wonen
Alle burgers, ook mensen met een laag inkomen, hebben recht op veilig wonen. Dat wil zeggen dat ze beschermd zijn tegen criminaliteit en verloedering en dat ze wonen in wijken waar ze zich vrij in de openbare ruimte kunnen bewegen. Veilig wonen wil ook zeggen dat mensen in buurten en in huizen wonen met een goed leefklimaat, waar ruimte is voor ontmoeting, creativiteit, sociale innovatie, kunst en cultuur. Dit doel kan niet tot stand worden gebracht in een snel verslechterend klimaat van wij-zij. Dit is een negatieve spiraal die moet worden doorbroken. Dat vergt een gericht beleid op meerdere terreinen met een accent op de sociaal-economische positie van achtergestelde groepen. Een van de belangrijkste invalshoeken daarbij is de buurt, de woonomgeving: achtergestelde buurten moeten een extra impuls krijgen, opdat mensen gezond en wel kunnen wonen.

Het Manifest is hier in z�n geheel te lezen.


Powered by Greymatter