Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

06/28/2006: "IndiŽ-weigeraars op Veteranendag"

Morgen op 29 juni is Den Haag het toneel van de door de regering ingestelde Veteranendag, een soort eerbetoon aan al die militairen die namens ons land in actieve dienst hebben opgetreden.
TroepenTerug (23k image)
Het Haags Vredes Platform mag op het Malieveld waar de dag gehouden wordt, niet demonsteren, maar laat wel de andere kant van de oorlog zien door aandacht te vragen voor de zogeheten IndiŽ-weigeraars. Deze dienstweigeraars weigerden aan het einde van de jaren 40 te vechten in het voormalige Nederlands-IndiŽ waar de strijd om onafhankelijkheid was ingezet.
Klik op meer.

Je kunt je afvragen waarom de regering tot de jaarlijkse instelling van een Veteranendag besloten heeft. Waarschijnlijk vanwege het aantal Veteranen met al die zogenaamde vredesmissies die telkens op drama's uitlopen. Militaire successen zijn het beslist niet geweest want ons land leidt al eeuwenlang louter nederlagen als het om echte oorlogen gaat waar het werkelijk los gaat. Het rampjaar 1672, de Franse bezetting rond 1800, de verloren slag om BelgiŽ, de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog om over Sebreniza maar helemaal te zwijgen. Nee, als oorlogvoerende natie zijn we een complete mislukking.

Het is daarom een goede zet van het Haags Vredes Platform om tegenover deze militaire propaganda (het leger is en blijft een moordbedrijf) de dienstweigering centraal te stellen. Vandaag (28 juni) staat in de Volkskrant een interview met IndiŽ-weigeraar Jan Maassen die zal spreken op de Veteranendag en zal pleiten voor eerherstel voor de 10.000 weigeraars die er zijn geweest. Hijzelf zat drie en een half jaar gevangen voor deze moedige daad: "Ik wilde niet vechten voor een volk dat vrij wilde en hoorde te zijn". De meesten weigerden omdat ze tegen het kolonialisme waren. In kamp Vught zat hij vast met SS-ers die beter werden behandeld dan de dienstweigeraars.

Wat de weigeraars van toen steekt is dat Nederland inmiddels de datum erkend heeft wanneer de onafhankelijkheid in IndonesiŽ werd uitgeroepen: 15 augustus 1945. De uitzending van de Nederlandse militairen is daarmee indirect veroordeeld als zijnde onterecht, maar van eerherstel voor de dienstweigeraars is het nooit gekomen omdat ze de jongens die wel zijn gegaan niet voor het hoofd willen stoten...

In de jaren '46-'49 werden in totaal 111.653 Nederlandse dienstplichtige militairen naar IndonesiŽ verscheept. Dienstplichtigen die niet wensten te worden uitgezonden, werden onder druk gezet om alsnog te gaan. Als ze daar niet aan toegaven, werden ze streng gestraft.

Deze uitzending van dienstplichtigen naar IndonesiŽ was, naar de mening van sommigen, in strijd met de grondwet. Volgens artikel 192 van de grondwet konden dienstplichtigen niet dan met hun toestemming naar overzeese gebiedsdelen worden uitgezonden. De regering oordeelde echter anders en beriep zich op de noodwetgeving uit de Duitse oorlogstijd, die volgens haar nog van kracht was. Tien procent kwam niet opdagen.

De dienstplichtigen kregen na een opleiding van zes maanden tien dagen inschepingsverlof om afscheid te kunnen nemen van de familieleden. De meeste deserteurs maakten van deze periode gebruik om onder te duiken. Van de Eerste Divisie, die uit 20.000 manschappen bestond, kwam tien procent niet opdagen. Ook bij de volgende divisies die moesten opkomen bleef een groep soldaten weg.
Het probleem was groot genoeg om de overheid tot handelen aan te zetten.

Het beleid was bedoeld om deserteurs op te sporen, te berechten en zo mogelijk alsnog over te halen naar IndonesiŽ te gaan. De deserteurs werden opgespoord en gearresteerd door de Koninklijke Marechaussee, in samenwerking met gemeente- en rijkspolitie. Naast de directe opsporingsactiviteiten werden allerlei administratieve mogelijkheden gebruikt om de deserteurs het leven moeilijker te maken. Zo werden distributiebonnen ingehouden en kostwinnersvergoedingen stopgezet. Ook het verlenen van hulp aan onderduikers werd strafbaar. De opsporing van deserteurs duurde tot in 1958!

De groep van de IndiŽ-weigeraars kan in twee subgroepen onderverdeeld worden. De eerste, kleinere groep zijn de principiŽle dienstweigeraars die niet werden erkend. De tweede, veel grotere groep zijn dienstplichtigen die, na opkomst, dienst in IndonesiŽ weigerden en daarom moesten onderduiken.
Al deze mensen werden van desertie beschuldigd. Hun desertie werd in verband gebracht met IndonesiŽ, hoewel bij sommigen dat misschien geen rol speelde. Zij werden 'IndonesiŽ-deserteurs' genoemd, een term die later werd afgewisseld door 'IndonesiŽ- weigeraars', waaruit een belangrijk verschil in benadering blijkt.

Een opvallend aspect in de periode van de politionele acties was de grote stijging van het aantal beroepen op de dienstweigerwet. Deze stijging was zo groot dat de ministerie van Oorlog meende dat het hier om misbruik van deze wet ging. De dienstweigerwet was een aantrekkelijke mogelijkheid om een uitzending naar IndonesiŽ te voorkomen en deze mogelijkheid werd graag aangegrepen, wat de stijging in deze periode verklaart.

Dit maakt het echter moeilijk om een onderscheid te maken tussen de 'echte' principiŽle weigeraars, die uit principes wapens niet wilden opnemen, en de mensen die in principe wel bereid waren de dienst te verrichten, maar niet in IndonesiŽ. De erkende principiŽle dienstweigeraars werden voor de duur van drie jaar te werk gesteld in verschillende kampen. De niet- erkende principiŽle dienstweigeraars hadden de keuze zich bereid te verklaren normaal dienst te verrichten (wat een uitzending naar IndonesiŽ zou betekenen) of, indien zij dit weigerden, door de krijgsraad berecht te worden.

De deserteurs die werden gearresteerd, werden vanaf oktober '46 overgebracht naar het Depot Nazending Nederlandsch-IndiŽ te Schoonhoven. In kamp Schoonhoven was in het eerste halfjaar sprake van een liberaal bewind. Men probeerde weigeraars over te halen zich alsnog 'IndiŽbereid' te verklaren, wat ook in grote aantallen lukte. De overigen kwamen voor de krijgsraad. Na maart 1947 werd voor een andere behandeling van de IndonesiŽ- weigeraars gekozen. Voortaan werden ze allemaal berecht, ook als ze alsnog bereid waren hun dienst te doen.

In de periode die aan de berechting vooraf ging, werd alles gedaan om ze alsnog 'IndiŽbereid' te verklaren. In kamp Schoonhoven kregen ze een volledige medische herkeuring en een beoordeling door de militaire psychiater, geestelijke verzorger en de commandant. De IndonesiŽ-weigeraars werden op verschillende manieren onder druk gezet. Er werd gedreigd met lange gevangenisstraffen en er werd een moeilijke militaire training opgezet. Ook moesten ze vaak door de straten van Schoonhoven marcheren, wat als een soort vernedering was bedoeld. Dit alles werd gedaan in de hoop de mensen zover te krijgen zich bereid te verklaren naar IndonesiŽ te vertrekken. Wat ook gebeurde, maar niet bij iedereen.

Vanaf november 1947 werd een speciale Kamer van de Krijgsraad te Velde West opgericht, die zich bezighield met behandeling van de IndonesiŽ-weigeringszaken. Deze Kamer bevond zich in Rotterdam, waar kamp Schoonhoven in de buurt lag. De krijgsraad beoordeelde rapporten van de psychiater en de commandant van kamp Schoonhoven. De berechting gebeurde in een hoog tempo. Soms werden er per dag twintig tot dertig weigeraars berecht. Dit betekende ook dat de weigeraars hun motieven vaak niet konden toelichten. Ook het berekenen van de strafmaat was niet altijd duidelijk. Voor een hetzelfde vergrijp werden straffen uitgesproken die aanzienlijk in duur verschilden.

Bij de bepaling van de op te leggen straf hield men er rekening mee dat de weigeraars niet eerder op vrije voeten mochten komen dan dat de soldaten uit IndonesiŽ kwamen. Mensen die in hun weigering bleven volharden, konden op een extra zware straf rekenen. Mensen die alsnog bereid waren naar IndonesiŽ te vertrekken, hoefden na de terugkomst hun straf niet uit te zitten.

In 1948 vierde koningin Wilhelmina haar vijftigjarig regeringsjubileum. In verband met dit jubileum kwamen alle gevangen in aanmerking voor gratie. Voor de IndiŽ-weigeraars lag dat iets moeilijker. Zij moesten een verklaring tekenen dat ze na het uitzetten van hun straf toch de volledige diensttijd van tweeŽneenhalf jaar zouden vervullen. In de tussentijd werden ook de SS'ers vrijgelaten, zonder dat daar voorwaarden aan werden verbonden. Toen hierover aan de ministers vragen werden gesteld, was hun antwoord dat deze twee groepen verschillend van karakter waren.

In de eerste tijd werden de IndonesiŽ-weigeraars ondergebracht tussen criminelen en oorlogsmisdadigers. Pas na verloop van tijd werd een speciaal beleid voor ze ontwikkeld. Ze werden samengebracht in afzonderlijke strafgevangenissen, onder andere Bankenbosch (vanaf sept '46) of Fort Spijkerboor (vanaf okt '49). Later werd het ook mogelijk te worden overgeplaatst (op eigen verzoek) naar strafgevangenis 'de Mijnstreek'. Hier moesten de weigeraars tegen betaling in de mijnen werken, vaak samen of zelfs onder leiding van de SS'ers.

3 Reacties


Als ik mij niet vergis ligt het boekje van Henny Zwart met interviews met "Indiëweigeraars" nog bij De Slegte dezer dagen. (Er waren er die niet gingen). Jaren na de bezetting hebben nog mensen ondergedoken gezeten in Nederland omdat ze niet mee wilden werken aan een andere bezetting!

Citaat uit bovenstaande:
"als oorlogvoerende natie zijn we een complete mislukking."
Dat is dus nog maar de vraag. Zonder Nederlands oorlogvoerend kolonialisme had dit Indonesië - zelf een leger met een land in plaats van omgekeerd - niet eens bestaan! Jaja, daar werd iets grootsch verricht... Daar kan men op Lombok en in Atjeh enzovoort van meepraten.

zei: Prul op 29/06/2006 om: 09:38u

Zie voor het verslag van de dag: http://vredessite.nl/nieuws/2006/hvp2906.html

zei: Arend op 30/06/2006 om: 22:53u

Moeilijk te krijgen, maar toch het lezen waard is een kort artikel in een uitgave van Andere Tijden deel 2 onder reactie van Ad van Liempt met de titel "De meedogenloze aanpak van Indie-weigeraars blz 77 t/m 86. Voor het schrijven van dit stuk is ook het boek van Henny Zwart gebruikt.
Bij het artikel is de tenenkrommende foto toegevoegd van exercerende dienstweigeraars in de straten van schoonhoven.

Link naar de site van andere tijden vind je hieronder:
http://geschiedenis.vpro.nl/programmas/2899536/afleveringen/3388141/items/3389706/

zei: Bas de Groot op 01/07/2006 om: 23:39u


Powered by Greymatter