Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

05/07/2006: "Twaalfde jaarboek anarchisme van De AS verschenen"

Afgelopen week verscheen dan eindelijk het twaalfde jaarboek anarchisme van het tijdschrift De AS.
Tolerantie (14k image)
Het boekje van bijna 100 pagina's bevat ondermeer een aantal artikelen over het anarchisme zelf.
Klik op meer.

Voordat ik zelf maar enige letter heb kunnen lezen, heeft Albert Ledder reeds een reactie geschreven naar aanleiding van het drietal artikelen in het jaarboek dat over het anarchisme zelf gaat.
Gedoeld wordt op de artikelen van:
Bas Moreel – HET ANARCHISME ALS KERK EN ZIJN ZEVEN DOGMAAS
André Bons – HET ANARCHISME ALS IETSISME – Een kritiek op Bas Moreel
Bert Altena – ALLE BEGIN IS MOEILIJK – Een inleiding in het anarchisme

Aangezien zijn bijdrage aan de discussie tal van interessante invalshoeken bevat, publiceren we zijn lang epistel integraal op De Vrije. Ga daar maar eens voor zitten dus!

Maar niet voordat we even melden dat het nummer, met onder andere de genoemde bovenstaande artikelen 9,50 euro kost en is te bestellen bij Wim de Lobel (wimdelobel@planet.nl. Een jaargang van het tijdschrift De AS kost per jaar in Nederland euro 16,90; buiten Nederland 22 euro. Het adres luidt: Postbus 43, 2750 AA Moerkapelle. Bestelling door storting op postgiro 4460315 van DE AS te Moerkapelle.


Zaai Toleratie nu!


Ik zal proberen in de omgekeerde volgorde als bovenvermeld staat de drie bijdragen uit het Twaalfde Jaarboek Anarchisme DE AS 152/153/154 te behandelen. Omdat ik de verkoop van het nummer wil stimuleren typ ik ze alle drie niet (maar De Vrije publiceerde reeds eerder de tekst van Bas Moreel!). Lees ze dus.

Ik denk dat je ‘ingevoerd wordt’ kan worden in het anarchisme door een anarchistisch pamflet of anarchistisch manifest; iets althans dat vooreerst makkelijk want aansprekend je aandacht trekt, kortom: dat ‘schrijven’ dat vanuit een algemene politieke belangstelling een anarchistische wijze van denken openbaart… liefst verbonden met een concreet politiek verlangen. Buurt- en wijkbladen lenen zich daarvoor uitstekend.

Wat is dan dat anarchistische, of zoals ik ze vaak betitel: anarchiserende erin?

Dat is de oproep tot directe actie, het zelfdoen in het kader van (en dat is natuurlijk niet normatief dan uitgewerkt) het anarchisme.

Als –isme moet dan nu de definitie volgen: anarchisme is een systeem of theorie van een samenleving zonder regering, waarin elk individu zich heeft geëmancipeerd ten opzichte van alle bestuur door een door een overheid. Anarchie is de toestand van een volk zonder regering.

Gemeld kan nog worden dat in algemene zin anarchie betekent politieke en sociale wanorde; wie het begrip anarchie in de politieke waarde uitdrukt spreekt dan ook van sociale of politieke anarchie. Zoals ook vaak een onderscheid wordt gemaakt tussen anarchistisch zijn als een manier van leven en het aanhangen van politieke theorie, zijnde hier het politiek anarchisme.

In de uitwerking van het politiek anarchisme verwijs ik naar Een theorie van rechtvaardigheid van de Amerikaanse filosoof John Rawls (1921-2002), een boek dat recht vertaald werd in het Nederlands op basis van zijn laatste bijgewerkte editie.

Of: Rawls van Percy Lehning, uit de serie Kopstukken Filosofie van uitgeverij Lemniscaat, die, tegelijkertijd met Rawls werk, dit jaar op de Nederlandse markt verscheen.

Men moet dan wel enige studie verrichten; politieke theorieën komen en gaan, ze moeten steeds ook geactualiseerd worden, vandaar dat de politieke filosofie daarbij zo’n belangrijke rol speelt.

{De politieke filosofie bestudeert zowel inhoudelijke kwesties als de daarbij gebruikte begrippen. De eerste zijn, evenals in de ethiek, de laatste tijd weer in de gunst gekomen. De fundamentele vragen zijn die naar autoriteit en soevereiniteit bij groepen mensen die niet aan verdergaande autoriteit zijn onderworpen (soevereine staten).}

Ik wil eerst nog even stil blijven staan bij de inhoud van de gangbare definitie van het anarchisme.

Systeem of theorie: twee begrippen waar een wereld van verschil tussen zit; ik heb het mij al makkelijk gemaakt door te verwijzen naar John Rawls en diens worsteling tussen bijvoorbeeld de begrippen individuele vrijheid/sociale gerechtigheid, die relatie dan weer omgewerkt in zowel, vanuit het algemene bekeken en theoretisch opgebouwd zijnde, het individu als, ook bekeken zijnde vanuit het individuele en theoretisch opgebouwd naar het collectief toe.

Omdat de grondslagdiscussie onvermijdelijk is – Bas hint daarop – eerst de leer van het zijnden (de entiteitenleer: hier breng ik het als één van de entiteitenleren), die overigens pas duurzaam uitgewerkt werd in de zeventiende eeuw in het Westen – altijd wordt dan genoemd (wie heeft het gelezen?) Metaphysica generalis of ontologia en metaphysica specialis van Johann Christian von Wolff (Duits filosoof, 1679-1754).

Zijn werk is trouwens zéér bepalend geweest voor de Duitse Verlichting; men beschouwt hem als een rationeel filosoof; hij postuleerde [als voorwaarde vooropstelde, met het doel opname te verkrijgen in een denkrangorde]het werk van Gottfried Wilhelm Leibnitz (1646-1716, het veelzijdige Duitse genie).

Met de laatste krijgt elkeen die wetenschapsfilosofie studeert te maken. Zijn filosofisch systeem vindt men in Discorus de métaphysique, voor bèta nog belangrijker is zijn Systema theologcum. Dat is het werk ook dat ‘een beetje atheïst(e)’ attaqueert; Leibnitz overbrugt zijns inziens de tegenstellingen binnen het christendom.

Mij gaat het dus diepgravend om de leer van het zijn, de zijnsleer – ik blijf voor de goede orde bij de Westerse filosofie – nu met het klassiek Griekse on; ‘het zijnde’, ‘logos’- wat ik hanteer in de betekenis (want ik blijf bij ‘het zijnde’ – de entiteit) van: ‘woord’ of ‘leer’, komt dan zogezegd ‘om de hoek kijken’. Ik doe er verder niet mee.

Dit zijnsgedoe was pure metafysica tot Von Wolff, doch dit ter zijde. Straks verwerk ik zijn ideeën van algemene metafysica, zij het ongemerkt- neem ik aan, in een ander verband.

Iedere klassieke geleerde man en vrouw lieten hun gedachten in de Oudheid wel gaan over ‘de laatste grondslagen van de werkelijkheid’.

Von Wolff dus maakte van algemene metafysica ontologie; speciale metafysica scheidde hij eruit af, die onverdeelde hij in de leer van de wereld (kosmologie), de leer van de ziel (psychologie) én de leer van God als het hoogste zijnde (natuurlijke theologie).

Dat hele werkelijkheidsbegrip, waarmee ieder dagelijks bezig is, is in zowel systeem als theorie ‘gevangen in’ het filosofische begrip het Latijnse res, dat weer staat voor ‘ding’ of ‘werkelijkheid’.

Realisme is overigens een verzamelnaam voor allerlei wijsgerige stromingen waarin ervan wordt uitgegaan dat er onafhankelijk van het menselijk bewustzijn, dat wil zeggen ‘objectief’, een werkelijkheid bestaat, die in de meeste van deze stromingen als voorwaarde voor het kennen en denken wordt beschouwd.

Mijn omtrekkende bewegingen ten opzichte van de definitie het anarchisme maken duidelijk dat grondslag inhoudt, ja moet inhouden: grondbeginselen, althans wil iemand niet in intellectueel drijfzand verzeild raken. Gelukkig is er res, zodat we net kunnen doen of we over stoffelijke zaken spreken, terwijl het ideeën (de [anarchistische] ideeëngeschiedenis van Bert) betreft. Niets aan de hand; totdat iemand (zoals Bas) verantwoording wil afgelegd zien.

Dan zeg ik (de rationalist in me) het eerste gekende object is: in het onmiddellijk (zij het geenszins volledig) geschouwde oneindige zijn: het menselijk verstand.

Realiteit is in het mensenverstand ‘opgenomen’- zie nog maar eens het teleacwerkboek uit 1972, dat bij de televisiecursus zat, en natuurlijk het boek zelf Analyseer-Deconditioneer Een inleiding tot de systematische filosofie van Fons Elders.

Eruit: Noodzakelijke waarheid: na zingeving, doel, oorzaak, gevolg, identiteit, intentie, aanwijzing, verklaring en implicatie….

Er zijn drie beginselen, die in elk denken worden verondersteld:

het beginsel van identiteit: A is A.
het beginsel van niet-tegenstrijdigheid: iets kan niet zowel A zijn, als niet-A.
het beginsel van uitgesloten derde: iets is of A of niet-A
Deze drie beginselen zijn tautologieën; deze drie beginselen zijn niet bewijsbaar, omdat elk bewijs hen veronderstelt.

Dit – zoals het heet praatje pot – voldoet nog altijd voor de gangbare dagelijkse communicatie. Hiervan nota. Wat niet wegneemt dat metatalen zeer noodzakelijk zijn.

Zoals gemeld realiteit is zodoende synoniem van werkelijkheid voorzover het voor het geheel van de bestaande dingen wordt gebruikt, waarbij echter de nadruk ligt op de inhoudelijke bepaaldheid van de wereld.

Bij de term werkelijkheid treedt meer de dynamische betekenis van de werkzaamheid die aan de dingen toekomst op de voorgrond.

Het begrip of object heet definiendum, de verklaring ervan het definiens.

In de theorie werken we met een stipulerende definitie; dus actueel, eenduidigheid is nagestreefd én persoonlijke voorkeur geëlimineerd (onder het motto ‘alles is politiek, maar politiek is niet alles’).

Men kan ook terugvallen op een lexicale definitie; dan kan men anarchisme bijvoorbeeld ophangen aan de anarchistische periode uit het leven van Bakoenin, enz., etc.

Dan kan er gestreefd worden naar precisie, wetenschappelijkheid, feitelijkheid dus… men noemt dit de preciserende definitie.

Dan hoort bij alle drie de nominale of woorddefinitie opgeld te doen.

In daar waar essentie onstoffelijk wordt, moet worden omdat iemand dat vindt (God is het begin van Alles) draait het dan om een reële of zaakdefinitie. Het verwijst dan naar datgene wat deze definitie in zich zelf is.

Dan zijn er connotatieve en denotatieve definities, genus proximum en differentie specifica; expliciete definitievormen en impliciete definities.

Stelling uit 1953 van E.W. Beth: een expliciet gedefinieerd begrip is automatisch impliciet gedefinieerd, het kan ook impliciet gedefinieerd begrip expliciet gedefinieerd worden.

Dan ‘samenleving zonder regering’; ik denk dat niet gauw bestreden zal worden dat een ieder – ter wille van de slagvaardigheid – ‘vertrouwen met delegeren. Dus de inhoud van de representatie staat in Nederland anno 2006 volop ter discussie, doch niet de representatie zelf. Kenmerkend voor het politiek anarchisme van Bakoenin was dat hij in de negentiende eeuw zowel structurele als incidentele elementen slimmer bleef combineren dan Marx- althans dat vind ik. Zo is ‘zijn’ [het anarchistische] idee van de federalistische economische opbouw in theorie afgezet tegen de theorie van de dictatuur van het proletariaat nog actueel in economisch zin gebleven; hebben ‘de’ voorspellingen van die rampscenario’s met die theorie van de dictatuur van het proletariaat zich goeddeels ook overal en altijd afgespeeld (zij het niet precies politiek hetzelfde – denk aan guerrillabeweging, waar de partij minder greep had, doch de uitwerking was zoals iemand als Bakoenin aangaf).

Wat betekent voor mij als politiek anarchist nu een samenleving zonder regering?

Politiek economisch het diamantmodel van M. Porter, waarin federatief economisch wordt samengewerkt: de centrale entiteit puur administratief is.

Hoe moet het dan met het staande geweldapparaat in de wereld?

Geen flauw idee; want als ik zich dat dit functioneel gedecentraliseerd moet worden, dan zeg ik weliswaar iets dan zinvol klinkt maar politiek actueel zinledig is.

Toch denk ik, dat met de ‘miniaturisering van het ultieme geweld’ transparantie dé politieke optie is, om een wederzijdse [omnipotente tegenwoordig] geseling (met sanctie: de letterlijke totale vernietiging grote delen van het leven op de aarde) in stand te houden, dus gangbaar te blijven leven.

{In de vijftiger jaren van de vorige eeuw schreef men dergelijke teksten ook, zonder dan het woord ‘miniaturisering’; ik zou wat namen van gerenommeerde kenners m/v van deze materie kunnen noemen, die publiekelijk stelden dat we de 21ste eeuw niet zouden halen. Gewezen werd dan ‘op het driftenpakket dat de denkende mens nu eenmaal is’. Moet ik die tekst herhalen? Waarom niet! Ik ken de toekomst immers niet. U? }

Trefwoord blijft voor mij in elke vorm van anarchisme het streven naar de emancipatie ten opzichte van alle besturen, bestuurders.

Niet dat ik zeg dat als ik bestuur het beter gaat- verre van; dat moet U – en ik vooral – niet willen. Of dat ik beweer dat men bij voorbaat nu niet politiek besturen/bureaucratisch beheren kan. Verre van, men doet dat gemiddeld mijns inziens niet slechter dan in het bedrijfsleven (wel eens gekeken wat daar zoal wordt financieel op rekening van de consument/belastingbetaler m/v afgeschreven Over perversiteit in de economie gesproken). Want dat dat ik in de Amsterdamse stadsdelen aan bestuurkracht en bestuursspontaniteit en bestuursinventiviteit zag en zie, en dat gelukkig door grote delen van de bewoners m/v zo wordt ervaren- is nu mijn indruk, dat bevestigt mij juist in mijn politiek-anarchistische veronderstelling, dat gemiddeld ontwikkelde mensen politieke ambities moeten hebben, omdat ze de afspiegeling zijn van het gemiddeld ontwikkelde electoraat in hun wijk en stadsdeel.

Daarnaast lopen er vele spontane initiatieven om de leefomgeving en het individuele lot van medebewoners te verbeteren.

Ook hier is transparantie in combinatie met de stand van de algehele techniek nodig om onze politieke democratie in Nederland verder qua feitelijke politieke betrokkenheid van de betrokkenen m/v, te doen toenemen.

Dus niet: - Wouter Bos – wij zijn politieke professionels, laat U het aan ons over.

Het is het primaat van de algemene politiek in de democratie die moet maken dat een ieder kans krijgt van zijn of haar passief kiesrecht gebruik te maken.

De professionals zitten (behoren te zitten) in de politieke en bestuursbureaucratie, die beide groepen die staan ter beschikking voor de gekozen, dus tijdelijk functionerende politieke volksvertegenwoordigers m/v.

De politieke droom is dan, dat de volksvertegenwoordiging op alle niveaus in allerlei politieke gremia zo fundamenteel structureel federatief is, dat gesproken kan worden van vormen van directe betrokkenheid; die toestand (een wensdenken heet dat tegenwoordig kennelijk) noem ik anarchie: ‘ een volk zonder regering’. Als de term niet zo beladen zou zijn, zou ik er dialectisch tegen aan willen kijken en ‘ervan maken’ en zeggen, ‘dat het volk de regering heeft aufgehoben tot volksregering’.

Ik doe Bert verder tekort, want ik zou nog wel op de door hem aangedragen publicaties willen ingaan; gezien mijn nog vele aantekeningen moet ik dat niet doen.

Daarbij volg ik hem, dus wat moet ik verder nog…. gaat U maar zelf het besprokene lezen. Wel nog iets over de psychologie van het erbij willen horen.

Zelf verwijs ik altijd naar Paul Eltzbachers Anarchisme Zeven anarchistische leerstellingen. Een analyse sinds Wim (De Lobel) de reprint in 2000 uitbracht.

Mij viel op dat juist tweede generatie ‘Nederlanders’ niet klagen over het Nederlands, want de uitgave van uitgever P.M. Wink, Amersfoort stamt uit 1903.

“Ik doe geen voorstellen, ik maak geen veronderstelling, ik zet uitéen”, spreekt ze aan; duidelijk dat dit voor mij het discutabele is van doctor Paul, maar islamitische vrienden m/v bezien zo de koran en andere voor hen belangrijke geschriften.

Ook steeds valt daar de nadruk op zelfontplooiing, zelf redbaar zijn (niet in de politiek conservatieve context, maar in een socialere) eigen relatie met Allah als het enige dat theologisch telt, kortom: de zelforganisatie (veelal niet individueel politiek bedrijvend, én theologisch naar ‘binnengekeerd’, slechts gericht op het eigene, waardoor geloofsafval als een ‘doodzonde’ blijft gezien worden. “Wie eenmaal de waarheid kent mag niet meer liegen”).

Mevrouw L. Cornelissen tekent in haar voorwoord uit het in 1900 in het Duits gepubliceerde boek aan, dat zowel Kropotkin als Tolstoi zich in zijn uitleg van hun anarchistische denken [van de jurist Paul] erkenden; zij bevestigden dit schriftelijk.

(De Inhoud ziet er als volgt uit: Voorwoord, Inleiding, Onze taak, Recht, Staat, Eigendom, De leer van Godwin, De leer van Proudhon, De leer van Stirner, De leer van Bakoenin, De leer van Kropotkin, De leer van Tucker, De leer van Tolstoi, De Anarchistische Leerstellingen, Het Anarchisme en zijn soorten, Slot)

Ik ervoer het als belangrijk om het gelukzalige als drijfveer en doel van alle handelen steeds in de richtsnoer (de regel – norma) van de genoemde denkers terug te vinden.

Soms was het anomistisch, soms nomistisch; niet-leidend dan wel leidend.

Geen spoor van rancune in de vorm van zich afzetten tegen alleen maar bepaalde individuen; nee, zoals gezegd, het eudemonische gevoel moest er al hier en nu zijn, meteen gewerkt worden aan de ontwikkeling ervan.

André (Bons) stelt mij voor een persoonlijk probleem, want als atheïst vind ik juist Ronald Plasterks ietsisme weinig zinvol- wel leuk! Staat tegenover ietsisme dan nietsisme?

Van mij mag iemand methodisch twijfelen, dus niets vreemd als iemand aan een bepaald idee begint te twijfelen, dat wil verlaten of herzien.

Juist de ‘openheid’ dat anarchisme moet zijn, dient juist vanuit dit –isme [stelsel] bij haar aanhang te leiden tot ‘gerespecteerd zijn omdat men als anarchist twijfelt om anarchisme aan te hangen.

Discussie gaat dan over de invulling van de vraag: wat verstond/verstaat men er onder…

Over het dogmatisme bij Bas(Moreel) meer, want grondbeginselen zijn essentieel; ze sluiten uit, dus sluiten niet in.

De gegeven anarchismedefinitie moet men accepteren; het is een toetssteen voor iemands anarchisme- en dat dan nog los van verdere praktische uitwerkingen, filosofische interpretaties en dito preciseringen.

Zoals bij elke groep mensen waar emancipatie toesloeg: twee mensen: drie meningen (of meer)…

[Politieke] tolerantie is dan: ondanks dat men fundamenteel verschilt met elkaar je zo iemand blijft respecteren; ik gebruik die term/dat woord, omdat kennelijk het door iedereen in mijn omgeving wordt begrepen.

Ik vind dat je niet ‘eerbiedig’ moet willen zijn- verbale confrontatie is prima, maar ‘netjes gedrag je je wel tegenover zo iemand, in de vorm zoals gebruikelijk was gemiddeld in de zestiger jaren in Nederland’: ‘gedachtegoed aanvallen, personen niet’.

Als iemand ‘netjes’ burgerlijk vindt, dan ben ik burgerlijk.

Maar goed ‘respect’; respect toon je voor iemand die anders is/denkt/doet met de idee (rationalisme) dat je hem of haar wel op andere gedachten zal brengen.

Daarom verschaf je zo iemand je traktaatje, je manifestje, je oproep; denk je dat het vanuit jouw situatie bezien een politiek hopeloos geval is, dan sla je hem of haar gewoon over.

Ik heb dus wel zendingsdrang.

André’s metafoor van in- en uitloop Kerk anarchisme, spreekt mij niet aan; je loopt niet makkelijk in en uit… indien je overtuigd/bekeerd bent, dan is het ‘hand aan de ploeg’. Je buurt, je werk: het is er, je ‘moet vanwege je politieke temperament’ in politieke discussies met hen die jou kennen, zoals je hen kent. Je kan proberen gezamenlijk iets politiek pragmatisch op te zetten.

Je kan ook – indien het er is – bij een actiegroep je aansluiten; dan ben je min of meer in eerste instantie anoniem, dus radicaler omdat het toch niet direct op jezelf terug zal slaan.

Politiek is ook geloof en intuïtie.

Waarom zouden – en dat nog wel bij voorbaat- zonder iemands werk te kennen/ te noemen, hoe arrogant!… - ietsisten geen verstand (‘nauwelijks kennis’) van religie hebben?

De ietsistische columniste/publiciste/ filosofe Désanne van Brederode is een van mijn favorieten- juist als atheïst bewonder ik haar, neem filosofische invalshoeken van haar over; André lees eens haar werk voor BRES (haar rubriek ‘Lichaam & Geest’), ik verwijs even naar ‘het gesprek’ met Bert Keizer [‘Het beste beeld van ziel is het lichaam’] met haar in het decem ‘05/jan ’06-nummer. Neem dan meteen maar mee wat de natuurkundige en ietsist Gerard ’t Hooft meldt over: kleinst en nog kleiner.

Is niet alles in de kern onzekerheid?; menige hedendaagse natuurkundige (wel of niet naturalistisch aangelegd) zal dat – ondanks de natuurwetten – direct beamen.

Zeker er is en blijft een anarchistische geschiedenis, die blijft ook alleszins het zorgvuldig (oog voor de filosofische nuances in de redelijkheid) bestuderen waard.

In hoeverre deze traditie voortgezet wordt?; ja, dat ligt aan diegenen die zich anarchist(e) noemen…

Het actuele discussie punt wordt steeds: wat is voor de Nederlandse (want hier beperk ik mij maar even toe) thans de goede zaak?

Dat is een individuele afweging; men dient immers als anarchist(e) geen partijbelang of een belang van een beweging waarvan de leden louter tot doel hebben gemaakt, zichzelf als lid in stand te houden.

Het gaat niet om een exclusief recht op het merk anarchisme; het is een manier van leven, wijze van denken die men beleven wil, en moet om anarchist(e) genoemd te kunnen worden.

Veelal zullen anderen hetzelfde denken/doen, zonder dat die die theoretisch politieke bagage hebben- zich aan jouw kennis ‘laven’, óf: vanuit een andere theorie, hetzelfde praktiseren.

In ieder geval is het niets met anarchisme (politiek in algemene zin) kunnen nooit aan de orde. Dat men op enig moment weigert er tijd voor vrij te maken, dat is weer een andere zaak. Of dat men ‘slapende’ is én – bijvoorbeeld door syndicale- of buurtacties ‘gewerkt’ wordt, is een reële mogelijkheid.

Nogmaals, juist het anarchisme – zie Paul Eltzbacher – is hier en nu; de aanhangers m/v ervan willen toch direct voor zichzelf [en daarmee vanzelf(?) meer economische dynamiek veroorzakend – comparatie] het goede leven zien te bereiken.

En geheel in die geest: daarvoor bestaan geen standaardrecepten. Ieder moet daarin vrij zijn; ‘hoe minder individueel opgelegde macht, hoe natuurlijker het broodnodige algemene gezag kan functioneren’.

Daarbij zijn het niet alleen de in het anarchisme geïnteresseerde lieden vanwege hun algemene ontwikkeling die anarchistische literuur lezen, ook de tegenstanders doen dat. Zoals wij anarchisten hun literatuur lezen, willen kunnen beoordelen. En zo beïnvloed je elkaar het meest.

Dan is er de anarchistische overtuiging, dat praktische kennis niet onder democratisch gezag (subordinatie) dient te komen van theoretische; ook het omgekeerde niet.

Ik weet niet hoe het André vergaat; ik ben altijd verbaasd hoeveel mensen zich anarchist(e) noemen die in allerlei parlementaire en buitenparlementaire groepen actief zijn.

Ook de internetreacties illustreren dat.

Soms heb ik de indruk dat het er ook veel meer zijn, dan de o zo bekende en gewaardeerde [door mij] jaren zestig van een zestiger die ik ben.

Waarom lijdt het anarchisme aan pleinvrees; in de gangbare standaardwerken in de wetenschap is veel politiek anarchisme terug te vinden.

Ik wil niet aan ‘het droppen van namen’ doen; doch elke keer als op mijn vraag na een nabespreking aan de bar van een door mij bewonderde deelspecialist(e) waarvan ik dacht dat die libertair denkt, het antwoord bevestigend klinkt, en ik dit aan mijn vriendin Rineke Fokker vertel, is haar standaardreactie: Albert wat is daar nou anarchistisch aan, daarom ben je toch niet verheugd! Waarop ik dan niets meer terug zeg, want ze raakte mij… terwijl toch voor mij het politieke anarchisme begon in de praktijk bij de analfabete ‘massa’ in de Franse Revolutie van 1789, zij (en hun geschoolde woordvoerders) die alle staatsgezag verwierpen: ‘de dolzinnigen’(les enragés).

Ik verlaat hier André om naar Bas te gaan.

Als iedereen van diezelfde grondslag uitging, dan discussieert men over hetzelfde.

Met de beste bedoelingen kan men zichzelf vernietigen; vanuit de grondslag (politieke theorie, het nog verder uitgewerkte, vastgestelde, oftewel: het stelsel/het systeem) kan men enigszins theoretisch vaststellen of men rationeel – bijvoorbeeld volgens de gangbare economische leerboeken – te maken heeft met positieve dan wel perverse solidariteit.

Hoe dat uitvalt is dus afhankelijk van de aanname (zeg maar voor het gemak) ‘de’ grondslag.

Ik ken heel wat kentheoretische discussies, juist ook binnen het politieke anarchisme vinden die blijvend plaats, omdat alles zo gericht is op ‘open einden’… het is niet een sluitend afdwingbaar theoretisch geheel dat moet zijn uitgevoerd van de … ja van wie?- misschien van jezelf!

Reëler is misschien wel, dat het politieke anarchisme opgegaan is – juist omdat er geen personele bewaking is van een theoretisch geheel – in allerlei wetenschappelijke deelspecialismen.

Maar wat maakt het uit. Is iets functioneel is mijn overtuiging, dan ontdekt men het wel; waarom zou ik de enige zijn die het ontdekte? (door Theo Harsman, die een paar straten verder woonde … in de buurt [Bos en Lommer, wijk Landlust], waar tussen de (partij)communisten en sociaaldemocraten nog heel wat libertaire sympathisanten en/of zich libertair noemende lieden woonden, dat bleek toen we er actie gingen voeren).

Nog even: het filosofisch onderzoek van de oorsprong, de problemen en de voorwaarden van, respectievelijk voor het verkrijgen van kennis, en de verwerking van die kennis, boeide mij én omdat op dit punt in het anarchisme sowieso niets was geclausuleerd sprak het mij aan.

Als exegeten pluisden we de teksten na; deelspecialisten hielpen ons erbij... om maar het libertair marxisme theoretisch van de grond te krijgen.

Terwijl dit op zich weer aanzette voor de in eerste instantie buurtgroep- later ook in allerlei actiegroepen werden die leden meestal actief [zonder enig bevel van hoger hand of strategisch plan]- tot praxis te bedrijven.

Wie het geld, de tijd én de kennis bezat kon en kan en zal mijns inziens te allen tijde zijn of haar hart op dit anarchistisch zoekgebied (in alle wetenschappen) kunnen ophalen, dus qua mentaliteit erin volledig kwijtraken- een oceaan aan anarchistische kennis ligt opgeslagen, valt na te pluizen.

Veelal impliciete kennis, dat wel… maar daarom kan die nog wel effectief zijn of worden.

Nooit kreeg ik de indruk dat ter wille van wie dan ook (want dan zou het bij ons gaan om een persoon die een ander – bijvoorbeeld een anarchistische kerkvader – beschermen wil, bewust en blijvend in de wetenschap onoorbaar gehandeld werd. En waarom ook? Daarvoor is toch onze politieke theorie gewoon al te abstract! Welk belang dient die hij of zij dan? Okay, irrationaliteit is zéér menselijk) de feitelijkheid in wetenschappelijke studies van anarchisten over anarchisten teloor ging.

En volgens mij weet Bas ook exact hoe het bijvoorbeeld met de moraliteit van Bakoenin zat.

Daarvoor hoefde hij toch niet de diplomatieke uitgaven van Archief Bakoenin af te wachten, in te zien!

Andere koek is het vluchtschrift, de boekerij, het beheren van uitgeverij voor actieve leden m/v van de anarchistische beweging.

Ten eerste, zal men dan afhankelijk zijn van de individuele kwaliteiten van de scribent(e); ten tweede, – en dat is zestiger jaren praat, maar toch!; dit in verband met controverse Bakoenin/Marx – welk doel dient een geschrift/studie?; ten derde, is het middel gelijk aan het doel?

Vooral bij dit laatste blijkt de praktijk erg weerbarstig. Toch weet elke anarchist(e) dat doel/middel verwisselbaar moeten kunnen zijn in het anarchistische denken.

‘Wij’, Bas, hebben toch onze anarchistische kerkvaders. Met alle respect voor Jezus of Mohammed of welke profeet ook uit de oudheid (nauwelijks controleerbaar) ik verkies Bakoenin (‘zijn’ politieke theorie).

Intrinsiek kwaad is in de politieke theorie niet courant; mensen maken de geschiedenis, zoals je weet. Wat de staat ook is als meest centrale entiteit: het zijn en blijven mensen die onder de noemer opereren; in onze Nederlandse politieke democratie maken we -de demos- door gebruik te maken van ons passief kiesrecht uiteindelijk zowel in eerste als in laatste instantie die staat zelf door haar te ‘bemensen’.

Wat die mensen, op politieke programma’s gekozen, innerlijk [tot het wezen van iets behorend) drijft: ik wil het politiek niet eens weten.

Sterker: als democraat behoor ik het niet te willen weten, omdat het niets met hun feitelijk politiek functioneren van doen hoeft te hebben.

Dit functioneren is in een rechtsstaat in feite juridisch bepaald ( of niet?, met ins en outs verder niet erop ingaan, Albert; doch daar alleen al is het papier uit hout in menig bos voor gesneuveld; ik bedoel dus deze aanhoudende zeer interessante nationale en internationale rechtsfilosofische betogen ) voor en door ons; die rechtsstaat bevolken we met het nodige ceremonieel en alle procedurele zaken accepteren ze die van hun passief kiesrecht gebruikmaken als gegevenheden.

Men kan niet verwachten – meen ik – dat in een toch hoe je het wendt of keert kleine Nederlandse anarchistische beweging, dat men er actief publicitair in uitgebreid zin stil blijft staan bij het lijden (herdenken) van niet-anarchisten.

Niet vanuit dogmatiek- die overtuiging heb ik, maar gewoon praktisch: het geld, de ruimte is schaars. Mogelijk valt het ook nog mee.

Ik vind trouwens dit argument erg ‘gezocht’; wel passend in de parallellie, doch niet fair.

Dan het kapitaal: Bakoenin, die Marx daarin volgde, was een bewonderaar van de ondernemingsgewijze productie. Beiden studeerden een en ander grondig; de recentste publicaties ontgingen hen niet.

Nu hoeft met geen al te feitelijke kennis van zaken te bezitten om kritiek te uiten, dat zou er belerend zijn; wel, moet men de rangorde in kennis ‘respecteren’.

Wie tegen het gangbare in gaat, die zal toch van enige certificatie blijk moeten geven; zeker geldt dit, voor zo iemand indien hij/zij niet als ‘dorpsidioot’ wil worden te kijk gezet.

Dan Jan Greven, altijd een prikkelende column in het dagblad Trouw vandaag de dag; deze theoloog [nog iemand de theo verdedigt; een werkelijke geleerde voor – en waarschijnlijk van - God dus] heeft de volgende door Bas opgevoerde uitspraak: Voor religie lijken me twee kenmerken essentieel: de claim van het eigen gelijk en gehoorzaamheid aan een boodschap waar de gelovige niet op zit te wachten.

Bas meldt dat hem het tweede ontgaat, terwijl mij dat vooral boeit: de gevraagde gehoorzaamheid van de gelovige aan/voor zijn geloof terwijl hij/zij elementen ervan verwerpt. Ik laat het verder; het gaat mij niet om allerlei theologische implicaties, hoe interessant ook.

Het eigen gelijk is voor mij iets vanzelfsprekends; ik verdedig niet waar ik niet achtersta.. Dat kunnen dus ook teksten zijn die door anarchisten geschreven zijn, of hun ideeën die mij mondeling bereiken.

Opvoeding en onderwijs zijn humanistische waarden, althans in de Westerse filosofie stelt men. dat zij ‘de humanisten’[ veelal nog gelovig] het waren – en voor het Westen is dat toch verifieerbaar gebleken – die algemene scholing voor getalenteerde lieden entameerden. De joodse en christelijke tradities voelden deze urgentie niet, waren bang dat vrij-zijn in opvoeding en scholing ook in hield, zou gaan inhouden, minder gehoorzaamheid… wat het ook deed.

Verder doelt Bas mogelijk op het ‘vals bewustzijn’; men is geconditioneerd als massa, zeg ‘het gemiddelde van het gemiddelde’, in het dienen van de baas, want hoe kan het anders? (ja, zelf baas worden- de Amerikaanse Droom. Doch hoeveel bazen zijn er economisch nodig).

Zeker is voor mij, dat als iedereen gecertificeerd ‘anarchist(e)’ is, is er altijd nog een tegenbeweging, die zal er zijn, die zal zich waarschijnlijk ook nog anarchistisch noemen. Die gok durf ik wel aan.

Er zijn natuurlijk vele pragmatische werkwijzen waardoor men enige persoonlijke nood ledigen kan.

Er zijn duizenden projecten die dit ten doel hebben; ik vond de Gramien Bank exemplarisch ervoor; zonder nu in de techniek te gaan, een half ei is te allen tijde toch beter dan een lege dop. De is altijd de kern van dat soort betogen. Jij, zal maar net het kind zijn, dat door de westerse voedseldropping van een niet gouvernementele organisatie (NGO) aan de hongerdood (tijdelijk?) zal ontsnappen…

Dan de dogmatiek. De zeven anarchistische dogmata van Bas, zogezegd. Dogmatiek is de leer van de dogma’s, de wetenschappelijke geloofsleer. Persoonlijk heb ik er niets op tegen dogmaticus genoemd te worden, want het uiteindelijke effect van overtuiging en/of dogma is hetzelfde: je blijft bij je standpunt.
Even daarvan uitgaand dan, dat dit zo is.

Fijnzinnige lieden merken dan op dat overtuiging stoffelijk is, dus makkelijker controleerbaar; doch bètawetenschappelijk aanpak van vandaag de dag heeft met die positie allang verlaten. Rechtzinnige lieden willen hun leerstuk, ja zelf hun geheel van geloofsartikelen (de geloofsleer) zien geaccepteerd te krijgen bij ‘de ander’.

Daar spelen grondbeginselen en alomvattende rol. Eigenlijk doe ik dat ook.

Strikt genomen zie ik die dogmata namelijk ook in het politieke anarchisme; bijvoorbeeld: ‘transparantie’ maakt volksdemocratie is voor mij een dogma… overigens net als in de kerkelijke dogmatiek zijn er dan altijd weer uitzonderingen en verbijzonderheden- men gedoogt.

Ik loop de zeven anarchistische leerstukken van Bas even door.

1) Van ieder naar vermogen, voor ieder naar behoefte.

Ongetwijfeld erg bijbels; vandaar de functie in de geschiedenis. Iedere middelbare scholier met enige economische kennis, problematiseert die stelling direct.


2) Zelforganisatie/zelfbestuur.

Ik ‘werd groot’ met de werken van de goeroe van het beheer Peter Drucker; diens werk zegt nog altijd veel over wat er nu aan de gang is in ‘organisatie-land’. Verder is het een speltheoretisch gebeuren, op basis van ratio/empirie.


3) Anarchisme en godsdienst kunnen niet samengaan, want godsdienst betekent onvoorwaardelijke onderwerping aan een tirannieke God en aan de wetten die godsdienstige leiders zeggen va die God te hebben ontvangen.

Er zijn toch anarchistische kerkvaders gelovig!; er zijn veel gelovige libertairen m/v. God kent men niet, want ‘de’ openbaringen zijn dusdanig slordig genoteerd, dat ze niet wetenschappelijk te ‘verwerken’ zijn óf moet ik zeggen bijna niet zijn... Want naast de canons – puur werk van gepersonifieerde lieden, bestaat er authentiek materiaal, dat in geheel andere richting wijst dan ‘kerkvaders’ voor wenselijk hielden.

Door het islamisme op straat, in mijn buurt, verdiepte ik mij meer en meer in een en ander; zo kwam ik tot de conclusie dat ook in het christendom qua grondbeginselen de ene aanname op de andere plaats moet vinden. Eerlijk gezegd verbaasde dat mij, want ik zat door Rineke heel lang op de ‘Harry Kuitert lijn’ qua filosofische belangstelling voor het christendom.

Zelf kan ik nog niet beoordelen of dat mij meer dan wel minder naar kerkelijk geschriften zal trekken- is waarschijnlijk ook afhankelijk wat zoal op ‘mijn weg zal komen’; wèl bestudeerde ik al The Dictionary of Gnosis and Western Esotericism op sociale bewegingen van onderaf. Die hele theologische (ketterse?) aanpak van mensen als Wouter J. Hanegraaff bevalt mij.

Trouwens ik raadpleeg www.goecities.com/christianarchy.

Bas, je bent zelf toch door jouw werk het levende tegenbewijs geworden van wat je in je stelling poneert!

In ieder geval lees ik jouw nieuwsbrief als anarchist aandachtig.

4a) Parlementen, gemeenteraden, bedrijfsraden enz zijn slechts fopmiddelen, die de burgers en werknemers een illusie van democratie en zeggenschap moeten geven.

Die mening had ik nooit; trouwens vele (anarcho)-syndicalisten met mij, zoals het zo mooi heet. Van de proletarische arbeidsbureaus, opgericht in 1888 door het kabinet Waldeck-Rousseau in Frankrijk, tot nu, er zijn altijd door de arbeiders allerlei vormen van bestuur in loondienst uitgeprobeerd- uitgevonden, wisten betrokkenen m/v hun loonbelangen te behartigen.

4b) Parlementen e.d. beslissen over het wel en wee van de burgers en werkers zonder de mening van die burgers en werkers te vragen en bevoordelen vaak bepaalde groepen en zichzelf ten koste van andere groepen of van de gemeenschap als geheel. Bij door volksvergadering gegeven opzegbaar dwingend mandaat zou dat anders zijn.

Net stelde ik al vast dat werknemersvertegenwoordiging in de Nederlandse rechtsstaat verankerd is. Hoe diep? Wat nieuwe mogelijkheden zijn? Ik heb geen glazen bol; daarbij zegt mijn waardesysteem dat dat vooral de mensen aangaat die ermee geconfronteerd worden.

Dat opzegbaarheid dwingend mandaat werkt als Haarlemmer olie, wie is daarvan overtuigd?

4c. Als je voor iemand stemt, geeft je je macht uit handen.

Ja dat is feitelijk. Alleen wat doe je politiek met die constatering?

Antwoord: niets.


5) Anarchisten hebben geen leiders.

Wat is een leider? Geschooldheid in iets is overal zeker, dus ook in de politiek, een voordeel, maar dat het noodzakelijk is… zou de massa die afvaardigt redelijk blijven?

Historisch is daar geen bewijs voor; ik denk dan aan de Weimarrepubliek als voorbeeld.

Maar ja, politieke democratie is niet voor bange mensen, werd ons pubers zo vlak na de Tweede Wereldoorlog ingepeperd.

In vakken of beroepen waar een rangorde in bijvoorbeeld geleerdheid of ambachtelijk zichtbaar snel valt te maken, spreekt men veelal van ‘natuurlijke autoriteiten’; van de besten, de meest competenten. Die krijgen het voortouw, wat niet wil zeggen dat ze beheer doen, want ze zijn op de werkvloer hard nodig.

In een laboratorium is meestal de situatie door de aanwezigheid van die natuurlijke autoriteiten en de noodzaak was regelmatig wisseling van onderzoeksgroep omdat nieuwe taken wachten, anti-autoritair.



6) Het ideaal van het anarchisme is een anarchistische maatschappij.

Bas je hebt een punt: participatie is feitelijke integratie; dat geldt voor een ieder.

Wie wil politiek participeren?

In buurten en op het werk zijn dat ook veelal dezelfde; een anarchist(e) is anarchistisch bezig indien hij/zij dat draagvlak vergroot. Dus niet zelf zijn passief kiesrecht aanspreekt, maar scout, enthousiasmeert en initieert van onderaf.

Altijd zal het om spraakmakende minderheden gaan; zij moeten echter wel de zekerheid bezitten namens een politiek zichtbaar te maken meerderheid actief te zijn. Daar heb ik Roel van Duyn altijd in bewonderd; hij was/is zich altijd bewust geweest van deze anarchistische (en andere politieke opvattingen; welke?) opgave.

Frits Bolkestein meldt dat het hem niet kan schelen hoe hoog het opkomstpercentage is indien de VVD maar flink wint; deze anti-anarchistische opvatting telt overigens voor veel partijpolitici. Ik noem Frits omdat hij zo expliciet bleef: geen ‘Marokkaan als burgemeester van Amsterdam’, ‘repressie in plaats van socialisatie’, ‘gewelddadige jihadisten mogen niet voor resocialisatie in aanmerking komen’.

Wat politiek-conservatieve/politiek-liberale geluiden geef ik weer- die trouwens in de Amsterdamse VVD voldoende worden tegengesproken. Het is daarom politiek tactisch gezien jammer dat de VVD uit het stadsbestuur verdwijnt, waardoor de kans aanwezig is, dat aanhangers van Rita Verdonk bestuurlijk zich melden. Een college PvdA/VVD/GroenLinks was juist vanuit anarchistisch oogpunt verkieslijker geweest.


7) Vrijheid is het wezen van het anarchisme.

Ik besluit met het an archos; het ‘zonder leider’ moeten strijden in de Griekse Oudheid; bijvoorbeeld, omdat ‘dé man’/de militaire leider sneuvelde en niet snel genoeg nieuw opgelegd gezag ter plekke was, terwijl de militaire strijd voortging.

Wie de natuurlijke leider/autoriteit werd, werd rijkelijk materieel beloond, want iedereen de gezag had, die wist dat militaire macht aan je gebonden moest worden, letterlijk: ‘goud waard was’, je administratieve luxe leven bepaalde.

Het anarchistische stelsel is er ten behoeve van de individuele vrijheid en/of de sociale gerechtigheid; de uitvoerders m/v van het stelsel willen de politieke centralisatie – die vanzelf optreedt - terugdringen/tegengaan, ze willen voorkomen dat die versterking zo maar [vanuit de dynamiek van bureaucratieën bijvoorbeeld] optreden kan, een versterking van opgelegde, dus niet democratisch uit te voeren, uitgevoerde staatsmacht.

Over vrijheid is zoveel geschreven; over sociale gerechtigheid gaat dit ook op- in dit laatste verband noemde ik de naam van John Rawls.

Aangenaam was ik verrast toen ik in dagblad de Volkskrant van 4 mei 2006 het artikel las van onze minister van Buitenlandse Zaken, Bernard Bot – Tolerantie oogsten? Zaai nu!

En in mijn ogen feitelijk betoog, met de verwijzingen naar onder anderen van:

“Zo regelde in 1752 voor Christus – 3758 jaar gleden – de Babylonische koning Hammurabi al bij wet het afzetten van bevooroordeelde rechters en vaardigde hij ook bepalingen uit om geweld tegen vrouwen tegen te gaan.”

en

“Zo kennen we ook de Chinese filosoof Mo Zi, die zo’n 2400 jaar geleden het belang benadrukte van plichtsbesef, zelfopoffering en een alomvattend respect voor anderen dat zich niet beperkt e tot leden van de eigen familie of groep, maar universeel was en de gehele wereld betrof.”

Ik pluk het uit de rede, waarvan dus het laatste gedeelte afgedrukt staat, die hij 3 mei 2006 hield aan de Universiteit van Peshawar, Pakistan.

Conclusie: mensenrechten zijn van alle tijden en alle culturen.

1 Reactie


Mo Zi hield op 3 mei jl. een rede in Pesjawar. Hier heb ik niets aan toe te voegen. idioot

zei: Prul op 08/05/2006 om: 15:55u


Powered by Greymatter