Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

04/09/2006: "Coca-Cola, Nestlé en Chiquita aangeklaagd in Colombia"

Coca-Cola, Nestlé en Chiquita dwingen werknemers in Colombia te kiezen tussen hun baan of de vakbond en doen daarvoor een beroep op paramilitairen om hen te intimideren, bedreigen, ontvoeren, folteren en zelfs vermoorden.
StopCocaCola (9k image)
Dat stelt de eerste van zeven publieke zittingen in Colombia georganiseerd door het Permanent Volkstribunaal (PPT), een onofficieel tribunaal dat bestaat uit mensenrechtenactivisten.
Klik op meer.

De arbeidsomstandigheden worden steeds beroerder in Colombia en de terreur die uitgeoefend wordt door extreemrechtse paramilitairen beperkt de rechten van de werknemers nog meer. Die twee factoren leiden tot de gigantische winsten van de Amerikaanse multinationals, frisdrankgigant Coca-Cola en fruitmerk Chiquita, en het Zwitserse Nestlé, 's werelds grootste voedingsmiddelenbedrijf. Dat zegt de het PPT na een tweedaagse hoorzitting in Colombia, die eindigde op zondag.

Het PPT werd in 1979 opgericht door de in Rome gevestigde Internationale Stichting Lelio Basso voor de Rechten en de Bevrijding van de Volkeren. Sindsdien hield het 33 zittingen. Het is de tweede keer dat het Colombia aandoet. De eerste keer was van 1989 tot 1991, als deel van het onderzoek naar misdaden tegen de mensheid in twaalf Latijns-Amerikaanse landen.

Het PPT werd geïnspireerd, en wordt gezien als de opvolger, van het Russel Tribunaal, een internationaal volkstribunaal dat in het leven werd geroepen door de bekende Britse filosoof en pacifist Bertrand Russel. Dat Russel Tribunaal, dat werd opgericht om de oorlogsmisdaden te onderzoeken en in de aandacht te brengen die de Amerikaanse troepen begingen tijden de Vietnamoorlog, hield zittingen in 1966 en 1967. Over militaire dictaturen in Latijns-Amerika kwam ze samen in '74 en '75.

De Colombiasessies van het PPT duren tot 2008. Ze bestaan uit zeven hoorzittingen waarin de band tussen economische, militaire en politieke tactiek, en de grote invloed die de band heeft op de mensenrechten, onderzocht zal worden. Nestlé, Chiquita en Coca-Cola worden ervan beschuldigd werknemers die lid zijn van een vakbond het leven zuur te maken.

De hoofdbeschuldiging luidt dat ze in Colombia verantwoordelijk waren voor de schending van de meest fundamentele mensenrechten. Dat deden ze door beroep te doen op paramilitaire connecties, die zogezegd moesten instaan voor de veiligheid van hun investeringen.

Volgens het PPT dwingen de bedrijven deze werknemers te kiezen tussen hun baan of de vakbond. Daarvoor deden ze beroep op paramilitairen die hen moesten intimideren, bedreigen, ontvoeren, folteren en zelfs vermoorden. Deze misdaden blijven nog steeds volkomen straffeloos, stelt het PPT vast.

In 2001 trokken de Amerikaanse en internationale vakbondsverenigingen met deze beschuldigingen naar de rechtbank in Florida voor een zaak tegen Coca-Cola. Ze deden dat in naam van de Colombiaanse vakbond SINALTRAINAL, die de belangen van de werknemers in de voedselindustrie verdedigt en vijf vakbondsmensen binnen Coca-Cola die bedreigd, ontvoerd en gefolterd waren geweest door paramilitairen.

Als gevolg van de rechtzaak doneerde Coca-Cola tien miljoen dollar (8,2 miljoen euro) aan een stichting die het bedrijf had opgericht om meer onderwijs- en arbeidskansen mogelijk te maken in de sectoren die zwaar hebben geleden onder het geweld.

In 2003 gaf ook Chiquita toe dat het bedrijf het Colombiaanse paramilitaire netwerk AUC had ingehuurd om, wat het noemde, ,,zijn werknemers te beschermen".

Zowel Nestlé als Coca-Cola zagen hun winsten in Colombia de laatste decennia explosief toenemen. Dat deden ze vooral door op de loonkosten te besparen. Sinds de jaren '80 werken ze liefst met tijdelijke contracten en proberen ze zoveel mogelijk arbeid uit te besteden. Bij Coca-Cola daalde het aantal vaste en georganiseerde werknemers in de jaren '90 enorm. Bij Nestlé heeft slechts tien procent van het personeel een betrekking van minstens tien jaar.

Coca-Cola geeft daardoor tweeëneenhalf keer minder uit aan loonkosten, terwijl Nestlé zijn loonkosten met 59 procent heeft teruggebracht in de periode 1998-2005. Intussen verdwijnt Sinaltrainal uit beide bedrijven. Na de recente zitting oordeelde het PPT, wiens resoluties niet bindend zijn, dat de Colombiaanse regering nog steeds het terrorisme in haar land steunt, en dat ze daarmee resolutie 1373 van de VN-Veiligheidsraad met de voeten treedt. Die resolutie uit 2001 verplichtte de Colombiaanse regering maatregelen te nemen tegen het terrorisme.

Op de publieke hoorzitting kwamen slachtoffers van mensenrechtenschendingen en familie van de slachtoffers getuigen. Ondermeer de moorden op enkele vakbondsactivisten werden er behandeld. Tien van hen werkten voor Nestlé, negen waren in dienst van Coca-Cola.

Colombia is het gevaarlijkste land ter wereld voor vakbondsactivisten. Ze zijn vaak het doelwit van extreemrechtse paramilitaire milities die in de jaren '80 werden opgericht door Colombiaanse grootgrondbezitters. De samenwerking tussen die milities en het reguliere leger werd zowel aangetoond door de VN, de VS en door Colombiaanse onderzoekers.

De regering van de rechtse president Álvaro Uribe, die in 2002 aan de macht kwam, organiseerde een controversiële demobilisatie van de milities. Sindsdien daalde het aantal vermoorde vakbondsmensen, van 196 in 2002, naar nog 43 vorig jaar.

De Nationale Vakbondsschool (ENS) verwerpt die cijfers. Volgens haar werden vorig jaar 70 vakbondslui vermoord. Daarbovenop ontvingen 260 mensen doodsbedreigingen, werden er 56 zonder reden opgesloten, raakten er zeven gewond bij bomaanslagen, werden er 32 vervolgd voor hun vakbondsactiviteiten, acht gedwongen hun huis te ontvluchten, en drie gedwongen te verdwijnen.

Bron: IPS News


Powered by Greymatter