Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

03/24/2006: "Spanje 1936-1939: Federica Montseny"

Zoals we al eerder aangaven is het dit jaar 70 jaar geleden dat de Spaanse burgeroorlog uitbrak en door anarchisten een sociale revolutie werd doorgevoerd.
FedericaMontseny1 (15k image)
Federica Montseny
Hanneke Willemse gaat in het eerstvolgende nummer van Buiten de Orde in op de Spaanse anarchiste Federica Montseny die ondermeer een ministerpost vervulde in deze periode.
Klik op meer voor haar bijdrage.

Federica Montseny, de zoveelste herdenking?

Wat hebben wij inwoners van Nederland en andere bewoners van Westerse forten toch met herdenken? Naarmate de dagelijkse werkelijkheid bedreigender wordt (voorgesteld –oei die buitenlanders, om van die terroristen nog maar te zwijgen-), lijken we met graagte vaker terug te grijpen naar het herdenken van voorvallen in het verleden. Gedane zaken nemen geen keer en naarmate de tijd verstrijkt worden historische gebeurtenissen en personen steeds glorieuzer voorgesteld. We willen niet vergeten maar hebben vooral behoefte aan vergetelheid. Onze geschiedenis wordt steeds rijker aan helden en heldinnen. Voor velen die vaak eerst een tijdlang als slachtoffers zijn herdacht, rijzen beelden op. Monumenten worden steeds mooier opgepoetst en afgestoft. En het liefst met massale fakkel- en kaarsoptochten opgelicht, en natuurlijk vastgelegd door kranten, radio en TV.We herdenken en lijken er behoefte aan te hebben dit te doen met zoveel mogelijk mensen tegelijkertijd en met zoveel mogelijk stampij.

Ik hou niet van optochten, mensen vind ik aardig maar niet al te veel bij elkaar en ik neem wel vaker een kijkje in het verleden.In de donkere winterdagen brand ik ook wel eens een kaarsje al weet ik niet goed of ik daar iemand een plezier mee doe.
Soms kom ik op historische zoektochten in geheugen en boekenkast nog iets tegen dat niet
voor het voetlicht is verschenen. Zo viel het me op dat het vorige jaar in Nederland niet en in Spanje nauwelijks aandacht is besteed aan een wel heel bijzondere vrouw uit de 20ste eeuw, Federica Montseny. Oudgedienden onder de genieters van anarchistische kost weten van haar bestaan, maar de nieuwkomers hebben ook recht om iets van deze Spaanse anarchiste te proeven. Bijzonder was Montseny omdat zij als eerste vróuw –daar kon zij zelf niets aan doen- in West Europa in de jaren dertig een ministerspost bezette. Waar zij wel iets aan kon doen en wat zeer zeker bijzonder was, dat ze dit deed als anarchiste. Deze regeringsdeelname in Spanje ten tijde van de Burgeroorlog was vele anarchisten toen en ook later nog in het verkeerde keelgat geschoten. Het anarchisme van Federica was buiten anarchistische kringen een reden om haar liever te vergeten. Zegge en schrijven drie kleine straatjes zijn in Spanje naar haar vernoemd. En ook daar wordt zoals in Valencia ook nog over gebakkeleid.

Geen naam van plein of straat, geen fakkeloptocht, maar een kleine herdenking aan haar mag hier niet ontbreken.

In memoriam: Federica Montseny.(1) Een driedubbele herdenking

Dit jaar is het precies 101 jaar geleden dat zij geboren werd, en 12 jaar geleden dat zij dood ging. Het is ook 70 jaar geleden dat in Spanje de Burgeroorlog uitbrak en de revolutie begon, waarin Federica de omstreden ministerrol speelde. Een alleszins memorabel jaar dus.

Op 14 januari 1994 overleed Federica Montseny op achtentachtigjarige leeftijd in haar woonplaats Toulouse. Honderden compañeros en bekenden, die Federica naar haar laatste rustplaats op het kerkhof van Saint Cyprien begeleidden, brachten de laatste eer aan de eerste vrouw die in Europa ooit minister was geweest en aan een compañera en vriendin die haar hele leven had gewijd aan anarcho-syndicalistische strijd zowel in Spanje als in Frankrijk. Velen herinneren zich de scherpe politieke analyses en de vlammende toespraken waarmee ze tot op hoge leeftijd volle zalen wist te trekken. Voor jongere anarchisten was en is Federica ‘een voorbeeld van moed en toewijding aan de revolutionaire strijd’.(2)

Anarchiste van huis uit

Federica Montseny Mañé werd in 1905 in Madrid geboren in een milieu van anarchisten. Haar ouders Juan Montseny en Teresa Mañé, die afkomstig waren uit Catalonië, stonden beter bekend onder de namen Federico Urales en Soledad Gustavo, de pseudoniemen die ze als redacteurs in de door hen opgerichte ‘liberale’ tijdschriften La Revista Blanca en Tierra y Libertad gebruikten. Met de groei van de anarchistische beweging aan het begin van de twintigste eeuw in Spanje werden deze tijdschriften steeds meer een kritische spreekbuis van de beweging en haar ouders werden herhaaldelijk vervolgd om hun anarchistische ideeën. Het gezin Montseny keerde terug naar Catalonië toen Federica 9 jaar was. Haar ouders vonden dat het traditionele –vooral door de clerus bestierde- onderwijssysteem niet bij hun ideeën of hun dochter paste en Federica werd thuis vooral door haar moeder onderwezen. Op jonge leeftijd raakte ze hierdoor bekend met het werk van Bakoenin, Victor Hugo, Tsjechov, Dostojevski, Anatole France, Emile Zola en van andere ‘sociale’ schrijvers. Zij kregen een grote invloed op het literaire werk van Federica. Na haar thuisonderwijs voltooide ze een universitaire opleiding filosofie en letteren. Op zestienjarige leeftijd schreef ze haar eerste novelle, de korte roman Horas trágicas, ‘Tragische uren’, die in 1922 werd uitgegeven.

Toen ze achttien jaar was meldde Federica zich als lid bij de CNT (Confederación Nacional del Trabajo), de landelijke anarcho-syndicalistische organisatie, en werd ze medewerkster van Solidaridad Obrera, een van hun tijdschriften. Dit deed ze in een periode van dictatuur. (De dictator Primo de Rivera, was van 1923 tot 1930 aan de macht.) In deze tijd werd de CNT een clandestiene organisatie, maar Federica bleef schrijven, vooral in La Revista Blanca over thema’s als feminisme, individualisme, naturisme, vrije liefde. Bovendien schreef ze zeven romans en novellen, verhalen die door La Revista Blanca werden uitgegeven. Ze leerde in deze tijd ook haar toekomstige levensgezel kennen, Germinal Esgleas Dit was een naaste medewerker van haar vader. Ze bezocht dit tweetal vrijwel dagelijks toen Germinal in 1928 samen met haar vader wegens opruiende activiteiten in de gevangenis zat. Naast haar schrijfwerk werkte Federica in de uitgeverij, bezorgde ze tijdschriften en hielp ze mee met de verspreiding van illegale vlugschriften en kranten.(3)

Rondreizende propagandiste

Na de val van de dictatuur en het begin van de Republiek in 1931 keerde een zeer krachtige anarcho-syndicalistische beweging terug in het openbare leven en werd die, zoals ook de politieke en sociale opvattingen van Federica steeds duidelijker anarchistisch. Tot aan de Spaanse Burgeroorlog beperkte Federica haar literaire activiteiten tot La Revista Blanca en schreef ze vooral verhalen en novellen die door haar levensgezel werden gecorrigeerd en door haar vader uitgegeven. Maar ze deed meer.

Barcelona was in deze periode een levendig centrum van activiteiten die na de tijd van onderdrukking opbloeiden, ondermeer door de terugkeer van de vele ballingen. Openbare ‘rationalistische’ scholen werden opgericht, avondscholen en culturele studiecentra –de ‘libertaire atenea’-, en conferenties en vergaderingen werden gehouden met het doel de anarchistische idealen te verspreiden en te bediscussiëren. De belangrijkste discussie binnen de CNT ging in deze jaren over het al dan niet vormen van een sterk gecentraliseerde vakbond van niet alleen anarcho-syndicalisten, maar van alle linkse krachten die het kapitalistische systeem op den duur zou vervangen. De voorstanders van deze mening vormden de ‘oppositie-bonden’ binnen de CNT en er was zelfs een groep die een syndicalistische partij oprichtte om dit doel te verwezenlijken. Hun tegenstanders stelden zich op tegen een dergelijke vorm van centralisatie en het waren vooral de anarchisten van de FAI, de Federatie van Anarchisten voor het Iberisch schiereiland, die iedere vorm van reformisme –en dus ook deze- verwierpen en de waakhonden probeerden te blijven van het anarchistisch karakter van de CNT. Zij waren wars van overleg en voorstanders van de directe actie. Federica en haar ouders die geen leden waren van de FAI, verdedigden echter wel het revolutionaire standpunt van de FAI.

Voor Federica verloor de democratisch gekozen Republiek haar geloofwaardigheid toen die in 1932 de guardia civil inzette om een einde te maken aan landbezettingen door boeren en bedrijfsbezettingen door arbeiders. Honderden activisten belandden in de gevangenissen. Federica radicaliseerde in deze jaren ook door de ervaringen die ze opdeed tijdens de propagandareizen die ze met de CNT ondernam. Zo bezocht ze in 1932 arbeiderscentra in Adalusië, Gallicië en Baskenland, sprak er met kameraden en leerde ze hun woon- en werksituatie kennen. Ze schrok van wat ze zag en schreef het op en publiceerde haar waarnemingen. Federica hield op deze tochten ook de eerste van haar later zo bekend geworden vlijmscherpe toespraken.

Na het neerslaan van de opstanden van januari en december in 1933 en de mislukte revolutiepoging in Asturië in 1934 bezocht ze deze gebieden en zette zich ervoor in om de repressie te doen verminderen en pleitte ze voor de vrijlating van de gevangenen.
Toen in 1933 haar eerste dochter Vida werd geboren was ze even wat dichter bij huis gebleven en had ze haar redactiewerk bij Solidaridad Obrera voortgezet. Maar zodra ze hier weer toe in staat was zette ze haar propagandatournees voort in een tijd dat de rechtse partijen het in Spanje voor het zeggen hadden gekregen. En de CNT veelvuldig verboden werd en clandestien het werk moest voortzetten.
Ook na de verkiezingen van februari 1936, die de linkse volksfrontpartijen aan de macht brachten, bleven spanningen tussen links en rechts bestaan en waren gewapende conflicten aan de orde van de dag. Na een toer door Andalusië maakte Federica zich op voor een tocht naar de Balearen toen in juli 1936 de militaire opstand tegen de Republiek plaatsvond, die op een burgeroorlog zou uitlopen. Federica bleef in Barcelona en vocht in haar wijk mee om de militairen en de fascisten die de straat op waren gekomen te verdrijven.

De eerste vrouwelijke anarchistische minister

Na dagen van strijd tussen militaire en fascistische opstandelingen en de massa van de bevolking die de staatsgreep wilden voorkomen, was Barcelona in handen van de republikeinsgezinde inwoners. De overgrote meerderheid die zich teweer had gesteld waren leden of sympathisanten van de CNT, en de president van de deelregering van Catalonië gaf toe dat de macht in handen van de anarcho-syndicalisten lag: ‘de straat en de overwinning zijn aan jullie’ . Ondanks deze machtspositie die de CNT in staat had kunnen stellen om de sociale revolutie die zij altijd had nagestreefd, door te voeren, kozen de anarcho-syndicalisten na vele discussies binnen de gelederen voor samenwerking met de andere antifascistische groeperingen in een nieuw te vormen regering (4). Ook Federica die op deze beslissende vergadering aanwezig was als afgevaardigde van de radicale anarchistische organisatie FAI, had zich uitgesproken voor het samenwerkingsverband. ‘We willen onze ideeën niet opleggen door middel van een dictatuur, dan zouden we dezelfde fouten maken als de Sovjet-Unie heeft gemaakt’. Zowel in de deelregering van Catalonië als in de centrale regering van Madrid namen afgevaardigden van de CNT en de FAI ministersposten in en van de vier benoemde CNT-leden was Federica Montseny in de centrale regering de eerste vrouwelijke minister verantwoordelijk voor Gezondheidszorg en Sociale Zaken. Binnen het door anarchisten omstreden samenwerkingsverband met de regering heeft Federica zo veel mogelijk geprobeerd haar vooruitstrevende ideeën in praktijk te brengen. Zo was ze verantwoordelijk voor een abortuswetgeving die het vrouwen mogelijk maakte eens per jaar een abortus te ondergaan en startte anti-conceptie voorlichtingscampagnes. Ze richtte opvangcentra op voor prostituees, de zogenaamde liberatorios, waar vrouwen onderdak kregen en de mogelijkheid om zich om te scholen. Voor het uitwerken van de verschillende programma’s waarin vrouwenbelangen centraal stonden, werkte Federica samen met de anarchistische vrouwenorganisatie Mujeres Libres. Toch heeft ze persoonlijk nooit deel uitgemaakt van deze organisatie, omdat ze van mening was dat een aparte vrouwenorganisatie niet nodig was. Zowel mannen als vrouwen werden onderdrukt en er was maar één bevrijding van die onderdrukking waar vrouwen en mannen samen voor moesten strijden. Naast het behartigen van vrouwenbelangen stichtte ze opvangcentra en openbare gaarkeukens voor vluchtelingen, weeshuizen, klinieken voor ontluizing en geslachtsziekten, een opleidingsinstituut voor het hygiënische gebruik van voedingsmiddelen. Bij al haar vernieuwingen stond voorop dat zij uit behoeften bij de bevolking voortkwamen en door de samenwerkende omgeving werden gesteund en bestuurd. Deze publieke instellingen waren veelal gehuisvest in gevorderde of ontruimde ruimtes als kloosters en villa’s. Op drukbezochte bijeenkomsten legde Federica verantwoording af van de door haar verrichte werkzaamheden, naar haar ideeën van democratie van en naar de basis.

Het ministerschap van de vier vertegenwoordigers van de anarcho-syndicalisten kon niet lang duren. De toenemende invloed van de Sovjet-Unie –de enige Europese mogendheid die de Republiek te hulp was gekomen- op de Spaanse politiek en op de militaire strategie was er mede de oorzaak van dat de antifascistische partijen steeds meer een antirevolutionaire –is pro Sovjet- koers gingen varen. Tot het eerste grote openlijke conflict leidde dit in juni 1937 toen anarcho-syndicalistische arbeiders van de telefooncentrale in Barcelona aangevallen werden door gewapende eenheden van de guardia civil en ze na dagen van verzet hun posten moesten opgeven ten gunste van communistisch gezinde collega’s. Toen ook de lokalen van de CNT, de FAI en de POUM werden aangevallen en de aanwezigen werden opgepakt, volgden dagen van gewapende strijd tussen communisten en guardia civil enerzijds en anarchisten en leden van de kleine trotskistisch georiënteerde partij POUM anderzijds. Federica en andere vertegenwoordigers van de FAI en de CNT hadden de weinig benijdenswaardige taak om hun achterban op te roepen hun strijd te staken en zich bij de gebeurtenissen neer te leggen.
Na deze ‘tragische’ gebeurtenissen kwam de regering ten val en verdwenen met regeringsleider Largo Caballero ook de anarchisten van het politieke toneel. Federica werd weer actief in het comité van de FAI in Barcelona tot de fascisten haar in januari 1939 verdreven.(5)

In ballingschap (6)

Met haar twee kinderen, de jongste zoon was zeven maanden oud, haar moeder en haar geadopteerde zus met een zoontje van een maand wist ze bij Le Perthus naar Frankrijk te ontkomen. Met hulp van compañeros van SIA, een internationaal anarchistisch hulpcomité, in Perpignan kon ze achterhalen waar haar vader en haar levensgezel zich bevonden en werden dezen uit het strafkamp en de gevangenis bevrijd. Nadat haar moeder in februari 1939 overleden was gaf de prefect van het zuidelijke departement Federica te verstaan dat ze binnen vierentwintig uur het gebied diende te verlaten, anders zouden zij en haar kinderen in een concentratiekamp worden geïnterneerd. Samen met enige andere vrouwen reisde ze naar Parijs waar ze onder de naam Fanny Germain voorgaf een Catalaanse uit Zuid-Frankrijk te zijn. Toen de Duitsers Parijs binnentrokken ontvluchtte ze de stad en na omzwervingen vestigde ze zich met haar vader, haar partner Germinal Esgleas en de kinderen op het platteland in de Dordogne. Hoewel ze zich er goed verscholen ophield, kon ze niet voorkomen dat zij en Germinal in november 1942 gearresteerd werden en Federica in de gevangenis van Périgeux belandde.
De Spaanse regering had om uitlevering van Federica gevraagd, niet om haar politieke activiteiten, maar omdat ze zich schuldig gemaakt zou hebben aan roof en plundering. Federica was toen vijf maanden zwanger en dit was een van de redenen waarom het verzoek tot uitlevering werd afgewezen. Haar partner zat elf maanden gevangen en ook hij werd niet aan Spanje uitgeleverd.
Na het einde van de Tweede Wereldoorlog vestigden ze zich in Toulouse waar ze tot het einde van hun leven binnen de CNT actief zijn gebleven. Zo leverde Federica tot aan de dood van Germinal redactionele bijdragen aan het Franse anarchistische blad L’Espoir en hield ze toespraken voor de compañeros in ballingschap. Federica en Germinal waren de spil van de Spaanse anarchistische beweging in ballingschap in Zuid-Frankrijk.
Na de dood van Franco keerde Federica in 1977 voor het eerst naar Spanje terug. Totdat haar ziekte dit niet langer toestond bezocht ze Spanje een paar maal per jaar en gaf energiek haar bevlogen lezingen in verschillende steden. (Ik woonde een paar van deze voordrachten bij en was zeer onder de indruk van de helderheid van haar betoog én van de kracht van haar stem.) Toch zou ze zich nooit meer helemaal in Spanje thuis voelen en vooral de laatste jaren van haar bestaan voelde ze zich gelukkig in de nabijheid van haar twee nog levende kinderen en haar kleinkinderen. In 1987 voltooide ze de autobiografie waarin ze de eerste veertig jaar van haar leven beschreef.(7) Tot het einde van haar leven was ze omringd door compañeros en was ze levendig geïnteresseerd in de politieke situatie in de wereld. Federica Montseny overleed op 14 januari 1994, voor het eerst in haar leven zónder strijd.

Met haar dood zijn niet ook haar idealen verloren gegaan. Weergegeven in boeken en artikelen van en over haar, maar ook binnen de anarchistische beweging leven de ideeën van Federica voort als lichtend voorbeeld. Niet omdat zij een beroemde vrouw is (geweest), maar omdat zíj beschreef wat duizenden en duizenden onbekende en ongehoorde vrouwen tijdens de burgeroorlog net als Federica probeerden te realiseren: bouwen aan een nieuwe maatschappij met de ideeën van het anarchisme als drijfveer.
Ook een nieuwe generatie –vrouwen én mannen- put creativiteit uit dit voorbeeld in het verleden. Alleen al hierom verdient Federica hier een kleine herdenkingsplek.

Hanneke Willemse

1. Dit is een bewerking van ‘In memoriam: Federica Montseny’ in de Vrije Socialist, no.1. 1994.
2. Een verslag van haar begrafenis en een uitgebreid interview met Federica is te lezen in nr. 154 van CNT van februari 1994.
3 Een uitgebreid overzicht van haar politieke literaire werk is door Pere Gabriel beschreven in Escrits politics de Federica Montseny (Barcelona 1979). Een bijna volledige collectie van haar werk is aanwezig op het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis te Amsterdam
4. In de bijdrage van Federica Montseny ‘Revolutie tegen het fascisme’ aan de Spanje Special van De Vrije van zomer 1986 gaat ze nader in op de achtergronden waartegen de omstreden regeringsdeelname plaatsvond. Zie ook Jacques J. Giele, Arbeiderszelfbestuur in Spanje 1936-1939. Utrecht, Kelderuitgeverij 2004, pp. 55-59.
5. Zie: Hanneke Willemse, Gedeeld verleden. Herinneringen van Anarcho-syndicalisten aan Albalate de Cinca, 1928-193. Amsterdam (1996), pp. 223-227 e.v. Hoofdstuk 10. Buiten de Orde publiceert hierover waarschijnlijk ook in het volgende nummer.
6. Federica Montseny schreef een boek over de ervaringen van compañeros met concentratiekampen in Frankrijk en met de verschillende clandestiene verzetsgroepen in de periode van de Tweede Wereldoorlog: Pasión y muerte de Españoles en el exilio. (Toulouse 1969).
7. Federica Montseny, Mis primeros cuerenta años. (Barcelona 1987).

Ik kan een lange lijst maken van de titels van boeken en tijdschriften van en over haar. Teveel om op te noemen, maar genoeg eens een dag een kijkje te nemen op het IISG (Cruquiusweg 31 te Amsterdam) waar werken van en over haar te lezen en/of te lenen zijn. Ook op internet breng je makkelijk een hele dag door: Kijk maar eens op deze aan haar gewijde Spaanstalige website


Powered by Greymatter