Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

02/16/2006: "Creatieve stad & urban culture"

De Haagse Stadspartij hield gisteravond haar politiek café over de 'Creatieve stad & urban culture' waar Siebe Thissen een inspirerende inleiding hield.
fotos_hagedis_10905_001 (19k image)
Plaats van handeling: De Hagedis
Ruim 60 aanwezigen woonden de avond in restaurant De Hagedis bij, die zich kenmerkte door een levendig debat en constructieve sfeer.
Klik op meer voor het betoog van Siebe.

Behalve het verhaal van Siebe, werd de avond opgeluisterd door de aanstekelijke verhalenverteller Steven van Lummel en architecte Iris Schutte, die een powerpointpresentatie verzorgde over hoe de bestaande stad op een creatieve wijze aangekleed en gebruikt zou kunnen worden. Voorts toonde ze Free Flow filmpjes van gasten die zich al springend en duikelend door de stad bewegen. Halsbrekende toeren derhalve van mensen die van dak tot dak springen, trappen het liefst in één keer nemen en meer van dat stuntwerk!

Al met al een inspirerende avond die de burger moed geeft. Een klacht betrof de snelheid waarmee Siebe zijn betoog hield. Aangezien deze van een behoorlijk niveau was, ontging het aandachtig luisterend publiek soms het een en ander.

Vandaar dat we hier het verhaal van Siebe publiceren. Om, zoals hij het zelf zei: "Kennezerustigleze".

‘Denk glokaal, handel glokaal’

Mooie naam: de Stadspartij. Want de stad is in de mode. Je kan geen boek, tijdschrift of beleidsnotitie openslaan of het is de stad die de klok slaat. En niet ten onrechte, want we maken vandaag een historisch moment mee in de geschiedenis van de mensheid. Voor het eerst leven er wereldwijd meer mensen in steden dan op het platteland. Maar over welke stad hebben we het vandaag? De Stadspartij dankt zijn kloeke naam wellicht aan het romantische - en vervlogen? - beeld van de stad als sociale, culturele en economische eenheid. “De stad is van ons!”, riepen krakers in de jaren zeventig en tachtig. Echter, onder invloed van globalisering, migratie en culturele differentiatie is een heel ander type stad ontstaan, dat we wel aanduiden als de ‘global city’. In haar gelijknamige boek legt Saskia Sassen uit dat de postindustriële stad geleidelijk is opgenomen in een allesomvattende wereldeconomie. Dienstverlening en kapitaalstromen bepalen de dynamiek van haar grootstedelijkheid. In die grootstedelijkheid spelen kunst en cultuur een uiterst belangrijke rol door zich duurzaam te verbinden met de economie. Laaggeschoolde en industriële arbeid verschuiven naar elders, naar China bijvoorbeeld, en maken in de postmoderne stad plaats voor de kenniseconomie en de creatieve economie.

In deze creatieve stad worden alledaagse bestaanspraktijken geleidelijk getransformeerd in een exclusieve design- en lifestylecultuur. Het gaat niet langer om eten, maar om ‘cuisine’; niet om huisvesting en stadsvernieuwing, maar om een gedifferentieerd woningaanbod en herstructurering; niet om louter kleding, maar om persoonlijke stijl en identiteitversterkende merken; niet om decoratie, maar om authentieke kunstwerken; niet om gebruiksvoorwerpen, maar om ‘design’; niet om de anonieme massa, maar om identiteit en individualiteit. Naast deze aspecten van ‘gentrification’ en esthetisering is er nog een wezenlijk bestanddeel waaraan deze stad haar bestaansgronden ontleent: culturele buurtverlevendiging. Multicultureel samenleven oefent een geweldige invloed uit op maatschappelijke en economische processen. Cultureel verankerde vormen, kleuren, geluiden en geuren drukken een onuitwisbaar stempel op ons grootstedelijke leven en veranderen de beeldcultuur en beleving van een stad enorm.

In zo’n grootstedelijk transformatieproces is een belangrijke rol weggelegd voor de creatieve klasse – de groep mensen die werkt in bedrijfstakken waarvan creativiteit de cruciale productiefactor is. Juist voor hen zijn de vele boeken en nota’s over de hedendaagse stad bedoeld: The Global City, The Creative City, The Rise Of The Creative Class, Skateboarding, Space and the City, om er slechts enkele te noemen. Achterblijvers, steeds vaker migranten, kent zo’n stad natuurlijk ook: arbeiders – te duur voor een lokaal productieproces; kantoorwerkers – overbodig geworden door ‘outsourcing’; en een onbeweeglijk veld van huurders – overlopen door een beweeglijke en gedifferentieerde markt van koophuizen. Ook over hen verschijnen boeken, maar voorzien van minder rooskleurige titels als Wounded Cities, Dead Cities, Shrinking Cities. Het is een misverstand te veronderstellen dat de eerste stad zonder de laatste kan, dat de creatieve stad kan bestaan zonder de dode stad. In de stad van globalisering en herstructurering zijn beide modellen keerzijden van dezelfde medaille – ze ontlenen hun bestaansrecht juist aan elkaar. Verontrustend is dan ook de constatering dat politici, bestuurders en beleidsmakers eensgezind aankoersen op de creatieve stad, maar onvoldoende anticiperen op haar obscure tegenhanger die voortdurend op de loer ligt.

Een stad die het verschijnsel globalisering serieus neemt, doet beide. Zo’n stad onderwerpt maatschappelijke vraagstukken aan de creatieve industrie en zoekt naar creativiteit in maatschappelijke groepen die doorgaans niet met de creatieve klasse worden geassocieerd. Zo zouden bijvoorbeeld computergames kunnen worden ontworpen die meer inzicht bieden in het opraken van de grondstofvoorraad, in de nijpende dilemma’s van vluchtelingen in een stad als Den Haag of in het bedenken van creatieve oplossingen voor verlaten industrieterreinen aan de rand van de stad. Anderzijds zou bijvoorbeeld een evaluatie van graffiti op basis van creativiteit niet alleen nieuwe toepassingen in architectuur en stedenbouw mogelijk maken, maar ook het denken in termen van repressie en vandalisme verminderen. Zo zou het verbeteren van de culturele infrastructuur ten behoeve van hiphop schrijvers, beatmakers, studio’s en radiostations ondernemerschap en economische activiteit in nieuwe richtingen stuwen.

En nu we het toch over hiphop hebben; de geschetste eenzijdigheid binnen het denken over de creatieve stad komt wellicht nog het meest pregnant tot uitdrukking rondom het fenomeen ‘urban culture’. Helaas wordt de term ‘urban culture’ vandaag door cultuurwerkers veel te smal gebruikt als een synoniem voor migrantencultuur. Deze cultuur omvat weldegelijk een grote variatie van culturele uitingen en percepties in grootstedelijke samenlevingen. Meer dan welke culturele uiting ook is ze pertinent globaal van aard. ‘Urban culture’ is altijd glokaal, dat wil zeggen, ze verbindt globale of mondiale culturele verschijnselen met lokale culturele verschijnselen. We vinden die cultuur in zowel Mexico City als Praag en New Delhi, maar die cultuur is altijd ingebed in een lokaal weefsel, afhankelijk als ze is van de bevolkingsamenstelling, artistieke en culturele preferenties en de culturele infrastructuur van een specifieke stad. Zo maken Desi en Banghra in Londen onlosmakelijk deel uit van ‘urban culture’, maar speelt deze aan Bollywood en hiphop ontleende muziek in Parijs nauwelijks een rol, omdat daar een significante Indiase invloed op de stedelijke popcultuur ontbreekt. Op het meest basale niveau wordt ‘urban’ vooral als een verzamelnaam voor ‘zwarte’ muziek gehanteerd. Maar de beperkte term zwart doet geen recht aan de rijkdom en variatie van ‘urban culture’. Zo heeft Budapest bijvoorbeeld geen significante zwarte cultuur, maar wel een urbane.

Merkwaardig genoeg speelt ‘urban culture’ geen rol van betekenis in het discours over de creatieve stad. Aan ‘urban’ kleeft immers het etiket van migranten, huurwoningen, het uitgaansleven en openbare orde. ‘Urban’ wordt geassocieerd met de achterblijvers, niet met de creatieve klasse. ‘Urban’ wordt geassocieerd met geluidscultuur, niet met beeldcultuur. Beleidsmakers die zich bezighouden met de creatieve stad nemen het gevleugelde begrip AV-sector met grote regelmaat in de mond, maar gevraagd naar hun opvattingen over of investeringen in de A van AV (audio), blijven ze doorgaans ieder antwoord schuldig. Een creatieve klasse houdt zich blijkbaar louter bezig met beeldproductie: games, reclame, mode, design, film, theater, beeldende kunst. Het meest succesvolle tegenvoorbeeld is wellicht het populaire ‘urban’ radiostation FunX. Zo’n 70% van de jongeren in de Randstad luistert niet naar de tientallen commerciële radiostations, maar stemt af op FunX. De zender bewijst dat ‘urban culture’, de creatieve stad en economische vitaliteit in het verlengde van elkaar liggen en dat creativiteit niet is voorbehouden aan een kleine klasse van hoogopgeleide, autochtone beeldschermwerkers. Steden doen er goed aan hun eigen glokalisme vorm te geven. Tijdens een symposium onlangs in Rotterdam vertelde de directeur van FunX dat allochtone jongeren niets voor hun stad over hebben, omdat onze steden een cultureel zelfbeeld en een beeldcultuur uitstralen waarin voor velen iedere herkenning ontbreekt. Impliciet constateerde hij dat er een ‘sleeping giant’ bestaat - een enorme culturele markt van vraag en aanbod, maar ook dat er een taak wacht voor een creatieve klasse die nieuwe accenten legt.

Globalisering is een uitdaging, net zoals de creatieve stad een uitdaging is. De stad is ondenkbaar en onleefbaar zonder beide. Maar de politieke uitdaging ligt besloten in het vermogen de creatieve potenties in een stad te willen mobiliseren. Niet door het kopiëren van het ‘Barcelona-model’ of het ‘Tokyo-model’, niet door het klakkeloos importeren van gamemakers of reclamebureaus, maar door het ontwerpen van een creatief model dat op maat en op eigen stedelijke situaties wordt toegesneden. Veelzeggend is het feit dat we een stad als New York in de creativiteitsindex van Richard Florida (The Rise Of The Creative Class) pas terugvinden op de 20ste plaats. Bovenaan het lijstje prijkt Austin, Texas. Wellicht is dit een hoopvolle les voor alle steden en alle Stadspartijen.

Siebe Thissen

8 Reacties


"Cultuturele Infrastructuur" is een van de vele uitdrukkingen die ik in het betoog van Siebe lees.
Is dat mogelijk een vrijliggend fietspad voor straatmuzikanten ?
Sorry hoor maar dit betoog gaat mij boven de pet , het zal allemaal wel kloppen , maar ik heb ook het idee dat de gemiddelde kiezer zijn of haar "creativiteitsindex" ophoud bij al te veel hip hop.....

zei: Ferry op 16/02/2006 om: 22:04u

Aangezien mijn gezondheid en bijbehorende energie het even niet toeliet, heb ik helaas niet kunnen komen.
Ik was erg nieuwsgierig naar deze avond.
Prima dan ook dat de tekst van Siebe hier geplaatst is.
Maar.
Ik blijf het bevreemdend vindem als anarchisten actief meedoen aan de parlemaentaire democratie.

Vandaag heb ik mijn stembiljet met de lijst van Rotterdam in huis gekregen.
Zo zag ik bij de stadspartij Rotterdam de naam Hans Ramaer staan.
Is deze dezelfde als de As-redacteur?

zei: Bas de Groot op 17/02/2006 om: 20:38u

Ik heb dus al antwoord op mijn vraag, door eens bij de partij op i-net te kijken.

Ja,dus.

zei: Bas de Groot op 17/02/2006 om: 20:48u

Ja Bas de vraag moest eens gesteld worden. Inderdaad doet Hans al heel lang mee met partijen die qua denkbeelden dicht bij het anarchisme staan (Groenen/progressieve lokale partijen). Dat geldt ook voor de Haagse Stadspartij. Een deel van de actieve kern van deze partij bestaat uit anarchisten die ideologisch ook een duidelijke inbreng hebben: politiek van onderop. Voorts is het lokale politiek (volgens Murray Bookchin verdedigbaar als 'libertair municipalisme') en is de HSP allesbehalve een politieke partij in de traditionele zin van het woord. Geen gekonkel en machtsspelletjes. In een grote stad als Den Haag is het ook hard nodig dat er een luis in de pels is, mede gezien het geringe niveau van partijen als GroenLinks en de SP. Het is veelzeggend dat de HSP zowel als de meest actieve partij in de raad wordt gezien als dat ons enig raadslid als de beste wordt beschouwd.

zei: J.B. Arend op 17/02/2006 om: 23:14u

Een beetje off-topic, nietwaar...
Maar er zijn de afgelopen veertig jaar al precedenten geweest in de vorm van Provo, Kabouter, allerlei Actiepartijen, Groenen. Anarchisten actief in D66 (!) of PvdA, of in GroenLinks. "We" zijn niet verplicht niet te stemmen of te participeren op gemeenteniveau, dunkt mij. Een gemeenteraadslid is behoorlijk controleerbaar voor degenen die hij of zij vertegenwoordigt (in principe iedereeen in de gemeente).

zei: Prul op 18/02/2006 om: 12:49u

Heren bedankt voor een korte geschiedenisles over de deelname van anarchisten aan de parlementaire in Nederland.
Volgens mij begon dit al met "Hadjemaar" in de jaren 20 in Amsterdam.
Toen had het volgens mij alleen een andere invalshoek. nl. het op de hak nemen van deze democratie.
Ik begrijp de deelname van anrchisten binnen het bestel ook wel. Ik heb mij op kleinere schaal in leerlingenraden, medezeggenschapsraad en OR ook laten verlijden.
Alle keren wel weer tot de conclusie gekomen dat het voor mij toch niet werkte.
Het is dus geen kritiek in negatieve zin. Het is alleen dat ik mij het waarom soms afvraag en de ervaringen van deze personen.
Dus Prul. Voel je niet te snel aangevallen.
Nix aan de hand, maar gewoon het delen van interne vraag.

zei: Bas de Groot op 19/02/2006 om: 21:33u

Nee hoor, ik zag het helemaal niet als een aanval, ik stelde alleen vast dat het niet een nieuw verschijnsel is. Inderdaad, de Rapaljepartij liet ik buiten beschouwing omdat deze van begin af aan niet serieus was.
Ik hoop dat de "parlementaire anarchisten" meedoen zonder enige illusie - het woord illusie zegt genoeg.

zei: Prul op 20/02/2006 om: 12:11u

Je neemt mij de woorden uit mijn mond..............

zei: Bas de Groot op 20/02/2006 om: 21:15u


Powered by Greymatter