Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

09/13/2005: "Bewoners bouwen in New Orleans zelf het Franse Kwartier weer op"

Hoewel de situatie in grote delen van New Orleans onveranderd slecht is, bouwen in sommige wijken de achtergebleven bewoners de wijk weer op.
Bourbon-Street-balcony-2 (76k image)
Bourbon Street bezien vanuit Johnny White’s
Dit geldt bijvoorbeeld voor de niet ondergelopen buurt het Franse Kwartier, waarbij anarchistische uitgangspunten worden gehanteerd.
Klik op meer.

Inwoner Mike Powls (46) zit achter een drankje in Molly’s, een van de twee café’s die open zijn in het Franse Kwartier. Als hem wordt gevraagd hoe het er aantoeging vlak na de orkaan, zegt hij, “de eerste week na Katrina verdwenen eigendomsrelaties in New Orleans om praktische redenen.”

Het ineenstorten van de gevestigde orde werd versterkt door de relatieve stilte in de periode tot de komst van de federale hulp. Dat duurde vier tot zes dagen. Voor sommige lager gelegen gemeenschappen betekende dit absolute ellende. De wijken die aan de overstroming waren ontsnapt, hadden dringend behoefte aan drinkwater en voedsel.

In het Franse Kwartier dat geen wateroverlast kende, handelden de mensen snel. Binnen twee dagen vormden de bewoners ad hoc wijkcentra en richtten nieuwe organisaties op die tegemoet moesten komen aan hun acute behoeftes.

Thans wordt er door buurtactivisten van uit gegaan dat e r zo’n 200 tot 300 mensen zijn achtergebleven in het Kwartier. Net als in andere delen van de regio zijn de levensomstandigheden beroerd, maar dragelijk door de eenheid die de bewoners nastreven.

Twee wijkcentra zijn uit de storm herrezen. Beiden betreft het oude houten café’s. De ene is Molly op The Market in Decatur Street, de andere is Johnny White’s in Bourbon Street. De eerste is iedere dag open van 11.00 tot 18.00 uur en functioneert als een ontmoetingsplek om informatie en middelen uit te wisselen. Johnny White’s heeft deze functie ook, maar heeft zich tevens ontwikkeld tot een schuilplaats, een opslagplaats van spullen en een eerste hulppost.

”Wij zijn het buurtcentrum. Het begon als een gewoon café, maar toen begonnen mensen voedsel, kleren en water hier te brengen. Plotseling werd het een soepkeuken en een daklozencentrum,” zegt Johnny White’s barman Joe Bellamy, een voormalige para-reddingswerker in de luchtmacht.

Veel van de spullen zijn gedoneerd door de inwoners. Het is een gewoonte geworden dat de mensen die besloten hebben om te evacueren hun bruikbare bezittingen naar een van deze centra brengen. De laatste dagen zijn er ook goederen binnen gekomen van de National Guard en het leger. Veel van wat er binnenkomt is ‘geplunderd’. Er zijn er echter maar weinig die zich druk maken over mensen die het noodzakelijke bemachtigen en de manier waarop ze dit verkrijgen.

Ride Hamilton, 29, een netwerkanalist en kunstenaar, die zich een groot assortiment van basisspullen heeft verworven, zei er dit over: “je gaat naar plekken toe die al zijn opengebroken, ik heb zelf nooit ergens ingebroken, maar je gaat naar binnen nadat andere mensen naar binnen zijn geweest en gewoonlijk als ze het open hebben gemaakt, gaat eerst de politie de spullen pakken die zij willen en dan bewaken zij het als andere mensen naar binnen gaan en zo ben ik aan al mijn spullen gekomen.”

Op een willekeurige dag biedt de kroeg ondersteuning aan tientallen inwoners en tot voor kort was het een van de weinige plekken waar je eerste hulp kon krijgen van Bellamy, Hamilton en andere vrijwilligers. Hamilton’s inspanningen omvatten ondermeer het hechten van een oor met vislijn en een gewone naald.

“Het maakt niet uit of je homo bent, straight, van wat voor ras je bent, religie of wat je persoonlijke overtuiging is, je komt binnen en als je eten nodig hebt dan krijg je het. Heb je wat water nodig, dan krijg je het,” zegt Bellamy.

Naast deze wijkcentra, is er een nieuw type basisorganisatie onder de mensen ontstaan, die zich bekommert om het herstel van de wijk. Eén zo’n groep die bekend staat als de Red Shirts kwam samen als een groep van tien mensen, die de straten van het Franse Kwartier wilde schoonmaken en eerste hulp wilde verlenen aan iedereen die hier behoefte aan had. De groep blijft de straat opgaan in hun kenmerkende rode kleding en imponeert velen met hun zelf opgelegde werktijden van 12 uur. Hun indrukwekkendste prestatie was het schoonmaken van de Jackson Square en het verwijderen van een gevallen stenen muur.

Thai Watford, lid van de groep, stelt: “we vonden een stenen muur die compleet was ingestort en op straat lag. Er was geen doorkomen aan, steen voor steen hebben we geraapt en tegen het gebouw aan de zijkant opgestapeld.

De Red Shirts zijn niet de enige nieuwe organisatie in de stad. Restore the French Quarter (RFQ) kwam samen vlak nadat de dijken doorbraken. RFQ, die 40 vrijwilligers omvat, heeft haar deel geleverd wat betreft het opruimen van troep en omgevallen bomen. Een van haar eerste acties was het opruimen van Esplanade, een belangrijke straat die de grens van de buurt markeert, zodat er weer verkeer mogelijk is.

Naast het opruimen heeft de groep een openbare voorraad van noodzakelijke spullen aangelegd. Het omvat water, voedsel, gereedschap, kleren e.d. De spullen en de organisatie zijn gevestigd in haar hoofdkwartier op de hoek van Esplanade en Decatur. Het is een zeer groot gebouw met drie verdiepingen dat eigendom is van de acteur Harry Anderson van Night Court. Het is uitgerust met generatoren, een volledig gevulde bar, en een grote grill die op gas werkt. RFQ heeft inmiddels haar eigen witte “RFQ Volunteer” T-shirts gefabriceerd, en professioneel uitziende ID-badges gemaakt en een verklaring geschreven waarin haar missie staat verwoord.

Op de binnenplaats van het hoofdkwartier verklaart RFQ lid “Steve”, die in de constructie werkt, dat de eerste actie van de groep kort na de ramp plaatsvond. Hun eerste prioriteit was het distribueren van wapens en munitie in de buurt ter zelfverdediging van de bewoners. Sindsdien is de aandacht verschoven naar het repareren van wegen en het blijven voeden van mensen.

RFQ was bezig om spullen te verzamelen waarmee een aantal door Katrina beschadigde daken konden worden gerepareerd, toen geruchten dat de overheid zou overgaan tot gedwongen evacuatie hen dwong te stoppen. Het gerucht werd een feit nadat een aantal Louisiana State Troopers Johnny White’s binnenkwamen en eisten dat de eigenaren met hen dienden te vertrekken om te worden geëvacueerd. Na enige verhitte discussies waren de Troopers ervan overtuigd dat ze hun superieuren moesten bellen voor overleg. De Troopers verlieten uiteindelijk de zaak zonder iemand mee te nemen. Desondanks ging het verhaal en de angst voor gedwongen vertrek als een lopend vuurtje door het Franse Kwartier.

“Ieder van ons verstopt zich in zijn eigen huis. Is dat stom of niet? Er zijn honderden, misschien duizenden mensen hier die actieve vrijwilligers zouden kunnen zijn. We kennen deze stad op ons duimpje. We rijden niet rond zoals de politieagenten uit Mississippi, die hier onbekend zijn. We weten wat we aan het doen zijn, waar alles zich bevindt en hoe we aan de middelen kunnen komen. We kunnen deze plek weer opbouwen en draaiende krijgen. Zij (de regering) moeten het Franse kwartier met rust laten en ons het laten doen,” zegt Steve van RFQ.

Karen Watt, 61, eigenaresse van een kleine bar en lid van RFQ voegt toe: “we zijn overlevenden die hier wonen. We kunnen onszelf wel redden”.

Velen drukken hun angst uit voor de schuilplaatsen in Houston, alsmede een sterke behofte om te blijven. David Richardson, 56, een chauffeur in het Franse Kwartier zegt, “dit is mijn thuis, ik wil hier blijven. Dit is mijn stad. Ik hou van mijn stad. Ik hou van het Franse Kwartier. Ik wil hier blijven om alles weer op te bouwen.”

Is RFQ bang geworden voor verdere actie?. Het antwoord is nee. RFQ is van plan een demonstratie van gemeenschapssolidariteit te organiseren in een grote schoonmaakactie die begint bij de Jackson Square (in het midden van het kwartier). Gehoopt wordt dat deze actie het huidige stadsbestuur er van zal overtuigen dat de inwoners een duidelijk toegevoegde waarde inbrengen.

Hoewel de Red Shirts en RFQ de meest zichtbare organisaties zijn, bestaan er inmiddels meerdere groepen die zich bezig houden met de basisbehoeften om te overleven. RFQ stelt dat er sprake is van een nieuwe formatie in de nabij gelegen wijk Marigny. Deze organisatie hoopt net als RFQ de komende tijd hun straten te heroveren op de geest van Katrina.

Als de schemering inzet, leunt David Richardson tegen een deurpost in de Decatur straat en benoemt het zelfvertrouwen van de buurt: “Dit is wat ik noem het ‘Comité van 75’. Niemand geeft bevelen. Er zijn genoeg mensen die weten wat er moet gebeuren en wat er moet gebeuren, daar praten we over.”

Bron: Infoshop


Powered by Greymatter