Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

09/01/2005: "De wereld volgens Maarten van Rossem"

In november 2005 verschijnt zijn boek 'De wereld volgens Maarten van Rossem', waarin hij kritisch afstand neemt van de nationale depressie die Nederland lijkt te zijn aangepraat
MaartenvanRossem (17k image)
Maarten van Rossem
Lees dit fragment en ervaar hoe je met Van Rossems nuchtere realisme het hoofd koel kunt houden in deze op hol geslagen tijd.
Klik op meer.

Nederland een bananenmonarchie?
De burgers van moderne natiestaten zijn vrijwel zonder uitzondering van mening dat juist hun natiestaat een zeer bijzonder exemplaar is, dat in positieve zin afwijkt van andere natiestaten. In beperkte zin is die overtuiging wel juist.

De diverse moderne natiestaten hebben niet allemaal hetzelfde verleden en daardoor verschillende politieke en culturele tradities. In algemene zin kan echter geconcludeerd worden dat de moderne natiestaten zeer sterke overeenkomsten vertonen, vanwege de identieke economische en sociale eisen die aan dergelijke staten worden gesteld.

Zo zijn er duidelijke verschillen tussen Nederland en Denemarken, maar vergeleken met Nigeria of Paraguay zinken die verschillen in het niet.

De Nederlanders hadden traditioneel een zeer positief zelfbeeld. Nog in de jaren zeventig meenden zij dat Nederland een gidsland voor de rest van de wereld zou kunnen zijn. In deze opmerkelijke eigendunk is de laatste jaren de klad geraakt.

Het lijkt soms wel alsof een groot deel van de spraakmakende gemeente in Nederland in een collectieve nationale depressie is geraakt. Pessimisme woekert als een schimmel over de nationale cultuur. Nationale eigenaardigheden die vroeger als positief werden gezien, worden nu geacht de natie te gronde te richten.

Overal valt te lezen dat in andere moderne natiestaten alles beduidend beter is georganiseerd en er zijn zelfs commentatoren die menen dat Nederland al jaren geen moderne natiestaat meer is, maar een bananenmonarchie.

Neem nu het fameuze Nederlandse Ďgedogení, dat het best omschreven kan worden als het pragmatisch tolereren van dingen die eigenlijk verboden zijn, maar waarvan het verbod redelijkerwijze niet geŽffectueerd kan worden.

Dit gedogen, dat beschreven wordt als uniek Nederlands, zou op tal van terreinen geleid hebben tot ernstige maatschappelijke verloedering. Het onvermijdelijke impliciete uitgangspunt van deze redenering is dat in andere moderne natiestaten de wet- en regelgeving strak wordt nageleefd.
Dat is, als we er even over nadenken, bijzonder onwaarschijnlijk. Alle moderne natiestaten hebben een zeer omvangrijk, ondoorzichtig systeem van wet- en regelgeving. Daar valt alleen maar mee te leven door pragmatisch te gedogen.

Het woord gedogen mag wellicht typisch Nederlands zijn, de praktijk komt overal voor. Moeten we werkelijk geloven dat in BelgiŽ of Duitsland minder gedoogd wordt dan in Nederland? Bij de bozige retoriek over het verderfelijke gedogen worden overigens nooit concrete voorbeelden gegeven van regelgeving, die bijvoorbeeld in BelgiŽ strak en consequent wordt nageleefd.

Karakteristiek voor het pessimisme over de nationale cultuur is dat een toetsbaar comparatief perspectief vrijwel altijd ontbreekt. Vooral het gedoogbeleid ten aanzien van de softdrugs is voor vele cultuurpessimisten een steen des aanstoots. Hier vormt Nederland op het eerste gezicht inderdaad een uitzonderingsgeval, hoewel BelgiŽ sinds kort het Nederlandse voorbeeld volgt.

In de meeste West-Europese landen en zeker in de Verenigde Staten wordt ogenschijnlijk een hard en compromisloos beleid gevoerd tegen het gebruik van softdrugs. Minimale studie leert echter dat in deze landen het gebruik van softdrugs op lokaal niveau systematisch wordt gedoogd.

Terwijl de nationale autoriteiten zich te buiten gaan aan fraaie retoriek over de oorlog tegen de verdovende middelen, beseffen de lokale autoriteiten dat zero tolerance ten aanzien van het softdruggebruik om praktische redenen onmogelijk is.

Op elke Amerikaanse universitaire campus worden op grote schaal softdrugs gebruikt en ook in de West-Europese landen zijn die zonder vele moeite verkrijgbaar. Dit voorbeeld kan probleemloos gegeneraliseerd worden. Gelooft iemand nu werkelijk dat er in andere, met Nederland vergelijkbare naties niet geŽuthanaseerd wordt, dat de prostitutie niet voorkomt in landen waar zij streng verboden is?

Waarom letten de nationale pessimisten in Nederland op de praktijk, maar in het buitenland op de retoriek van de gezagsdragers? In zoverre Nederland daadwerkelijk afwijkt, betreft het nu juist de poging om beleidsterreinen waar wet- en regelgeving ontbreekt en eigenlijk overal gedoogd wordt wat verboden is, wel te voorzien van wet- en regelgeving.

Zo bezien gedoogt Nederland niet meer, maar minder dan andere landen. Daarbij kunnen fouten gemaakt worden, maar de poging lijkt mij lovenswaardig en in overeenstemming met de grondbeginselen van de rechtsstaat.

Ook de moeizame integratie van het grote aantal immigranten in Nederland heeft in de afgelopen paar jaar in toenemende mate geleid tot sombere en ten slotte zelfs enigszins hysterische beschouwingen. In deze beschouwingen wordt steeds impliciet de indruk gewekt dat Nederland zoín beetje het enige immigratieland ter wereld is.

Een vergelijking met immigratieproblemen in andere westerse landen blijft daarom meestal achterwege. De discussie over de immigranten is in Nederland vreemd verlopen. Aanvankelijk werd er aan de hele kwestie weinig aandacht besteed.

De uitgangspunten van het beleid waren dat de immigranten in hun eigen waarde gelaten zouden moeten worden en dat de zo uiterst sociale en tolerante Nederlandse samenleving de immigranten, inclusief hun culturele eigenheid, moeiteloos zou integreren.

Toen dat na een kwart eeuw evident niet was gebeurd, sloeg het hoogmoedige optimisme plotseling om in redeloze angst voor het Ďmulticulturele dramaí. De politieke elite besloot van het ene op het andere moment dat de integratie volkomen mislukt was.

Wie beweerde dat dat wel een heel beperkte kijk op het probleem was, werd weggehoond. Toch was er ruim voldoende statistisch materiaal voorhanden om aan te tonen dat de integratie deels succesvol was verlopen en zonder twijfel nog steeds vorderingen maakte.

Daarnaast was er ongetwijfeld ook sprake van ernstige problemen bij sommige groepen van immigranten. Die problemen waren echter bepaald niet uniek voor Nederland. Vergelijking met andere West-Europese landen leert dat het integratieprobleem in Nederland zeker niet ernstiger is dan elders.
Dat het lijkt alsof de Verenigde Staten veel succesvoller met hun immigranten omgaan komt vooral omdat de Amerikaanse samenleving veel onverschilliger is ten aanzien van het gedrag van immigranten. Zolang zij niet ten laste van de gemeenschap komen, mogen immigranten in de Verenigde Staten doen en laten waar ze zin in hebben.

De somberheid over het immigratievraagstuk en het gedoogbeleid blijkt toepasbaar op vrijwel alle beleidsterreinen. Of het nu het onderwijs betreft, de gezondheidszorg of de infrastructuur, nergens in het rijke Westen zijn de zaken zo abominabel geregeld als in Nederland.

Dat vergelijking van statistische gegevens geen goede redenen geeft voor deze somberheid, deert de pessimisten geenszins. Hun beschouwingen onthouden zich immers zorgvuldig van het gebruik van comparatieve analyse.

Het is helemaal niet mijn bedoeling te suggereren dat in Nederland alles tiptop in orde is.Dat is evident niet het geval. Nederland doet het ook zeker niet beter dan vergelijkbare landen. Daar staat echter tegenover dat Nederland het ook niet slechter doet dan vergelijkbare landen. De verschillende West-Europese landen worstelen ongeveer op dezelfde wijze met dezelfde problemen.

Het lastigste Europese probleem is ongetwijfeld de vergrijzing en ook dat is weer een probleem dat zich in alle Europese landen in meer of minder ernstige mate voordoet.

Ten slotte resteert de vraag waarom een deel van de spraakmakende elite in Nederland in de afgelopen jaren zich plotseling heeft uitgeleverd aan een hysterisch pessimisme. Het ligt voor de hand het komeetachtige optreden van de populist Pim Fortuyn daarvoor deels verantwoordelijk te achten.
Ondanks het feit dat hij kort voor de verkiezingen van 2002 werd vermoord, haalde zijn partij toch 17 procent van de stemmen. In de Nederlandse politieke omstandigheden was dat een unieke prestatie.
Fortuyn had steeds op een achteloze als hoogmoedige toon beweerd dat Nederland een puinhoop was. Zelfs voor deze in de Nederlandse politieke verhoudingen zo unieke eruptie, geldt dat zij in comparatief perspectief zonder problemen Ďgenormaliseerdí kan worden. In tal van rijke westerse landen hebben zich in de afgelopen jaren populistische erupties voorgedaan.

Afgezien van een enkele uitzondering hebben deze populisten nooit meer dan een vijfde deel van het electoraat weten te mobiliseren. Zolang de westerse democratieŽn redelijk blijven functioneren en weten te vermijden er een echte puinhoop van te maken, zal het populisme, ook wanneer het zo nu en dan opnieuw de kop opsteekt, een tijdelijk verschijnsel blijken te zijn.

De geest van Pim
Het is weer meer dan drie jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord en van de politieke partij die zijn naam draagt is bij de meest recente verkiezingen volkomen terecht niet veel overgebleven. De denkbeelden van Fortuyn en de politieke sfeer die hij heeft gecreŽerd zijn echter nog alomtegenwoordig.
Dat is deels het gevolg van de begeerte van met name de VVD om de LPF-stemmen over te halen op de VVD te stemmen. De VVD heeft immers nog niet veel teruggewonnen van het grote verlies van 2002.

Zo zijn de liberalen voortdurend gedwongen standpunten in te nemen waarvoor echte liberalen zich diep zouden moeten schamen. De sfeer die Fortuyn in de Nederlandse politiek heeft geÔntroduceerd laat zich het beste beschrijven als bekrompen, angstig en vervuld van kleingeestig provincialisme.

In de visie van de geestelijke erfgenamen van Fortuyn wordt Nederland door van alles en nog wat bedreig en zou de natie zich vooral van de grote boze buitenwereld moeten afsluiten. Alle denkbare vreemdelingen; Oost-Europeanen, asielzoekers en allochtone immigranten moeten buiten de deur gehouden worden omdat zij de Hollandse gezelligheid komen bederven.

Deze stemming heeft op diverse terreinen geleid tot verkrampt beleid dat in het geheel niet noodzakelijk is. Het probleem van de enorme toestroom van asielzoekers is in de afgelopen jaren de facto opgelost. Het aantal asielzoekers is sterk gereduceerd en neemt nog steeds af. Dat is vooral het gevolg van de nieuwe asielwetgeving van het veel gesmade tweede paarse kabinet.

Desondanks heeft deze regering zich voorgenomen ruim 25.000 asielzoekers die hier vaak al jaren zijn en waarvan de kinderen deels hier zijn geboren het land uit te zetten. Dat is vooral een symbolische daad, een gebaar naar het bange, dorpse Nederland dat Fortuyn heeft geactiveerd.

Een dringende noodzaak om deze mensen het land uit te zetten ontbreekt ten ene male. In ieder geval is het een onderneming waarvoor een beschaafd land zich zou moeten schamen. Dat die asielzoekers hier al jaren zijn is het gevolg van het administratief en bestuurlijk onvermogen van de Nederlandse overheid.

De opvattingen over de integratie van de in Nederland verblijvende allochtonen zijn door het optreden van Fortuyn in de greep van een redeloos pessimisme geraakt, dat ronduit paniekerig aandoet. Nadat het integratieprobleem jarenlang was gebagatelliseerd deed zich enkele jaren geleden een plotselinge omslag voor, waarvan Fortuyn deels het product en deels de veroorzaker was.

Die plotselinge omslag was zonder twijfel het gevolg van het feit dat het integratieprobleem zolang vanwege politiek-correcte opvattingen was verwaarloosd. Dat wil echter nog helemaal niet zeggen dat de nieuwe opvattingen van na de omslag ook juist waren.

Nu werd immers geconcludeerd dat de integratie volkomen was mislukt en dat de allochtonen op den duur een dodelijke bedreiging vormden voor de Nederlandse samenleving en cultuur. Te denken valt aan de hysterische opwinding over de bouw van moskeeŽn in een land dat vol staat met kerken.

De allochtonen vormen zoín tien procent van de Nederlandse bevolking. Zij vormen in het geheel geen homogene groep, maar zijn van zeer diverse etnische en religieuze pluimage. Dat zij een bedreiging zouden kunnen vormen voor de autochtone bevolking is een lachwekkend idee.

Daarbij komt dat de integratie helemaal geen totale mislukking is geworden, maar in allerlei opzichten vrij succesvol verloopt. Omvangrijke immigratiebewegingen veroorzaken altijd maatschappelijke frictie en het duurt vaak drie generaties of meer voordat de integratie is gecompleteerd.

De inburgeringcursussen waar nu allerwegen sprake van is zijn ook typisch symboolbeleid. Ze zullen aan de integratie geen wezenlijke bijdrage leveren. Het is in dit verband wel amusant te weten dat autochtone middelbare schoolleerlingen op grote schaal zakten voor het inburgeringexamen. Wezenlijk voor een succesvolle integratie is dat de allochtonen aan het werk kunnen.

Ten slotte zijn er nog twee beleidsterreinen waar het fenomeen-Fortuyn een uiterst ongelukkige invloed op heeft gehad. Waar Nederland vroeger zeer positief was ingesteld ten aanzien van Europa, wellicht wat te positief, overheerst nu een schrale achterdocht.

Europa kost ons geld en voordat je het weet worden we overspoeld door straatarme Polen waarvan we niets goeds te verwachten hebben. Geen woord over een mogelijke morele plicht aan de landen die meer dan een halve eeuw achter het IJzeren Gordijn hebben doorgebracht, geen woord over de mogelijke positieve effecten van de uitbreiding van de EU.

En dan wordt er nog gewerkt aan staatsrechtelijke hervormingen die de boze burgers die zo dol waren op Fortuyn dichter bij de politiek moeten brengen. De tot op heden gelanceerde voorstellen voor de verandering van het kiesstelsel zijn zo idioot dat ze eigenlijk vanzelf zouden moeten mislukken. Sinds Fortuyn zijn echter de redelijkheid en het gezond verstand in de Nederlandse politiek vaak ver te zoeken.

De wereld volgens Maarten van Rossem, Maarten van Rossem, 224 bladzijden, paperback, euro 17,95, ISBN 90 468 0032 7

(Met dank aan Albert Ledder voor de tekst)

4 Reacties


Van Rossem heeft eens de euvele moed gehad te zeggen dat hij niet gelooft in Engelstalig onderwijs aan Nedelrnadse universiteiten en hogescholen, omdat de beheersing van de Engelse taal bij de docenten nu echt niet denderend is. Sindsdien geldt hij als ongeveer zo'n dwarspisser als wijlen Teho van Gogh. Maar hij etaleert een nuchter - ik zou bijna zeggen: ouderwets Nederlands - gelijk (in tegenstelling tot - vaak - Theo).

zei: Prul op 01/09/2005 om: 22:04u

Was ik vergeten te vermelden: nergens zie je zoveel geblow op straat als in Groot-BriitanniŽ. En hier in de Pacific Northwest zie je mensen ook rustig op straat een jointje draaien. War on drugs?
Vanuit Vashon, Washington USA, ik ben Cornelis Prul.

zei: Prul op 01/09/2005 om: 22:06u

Nou Prul, hier kreeg onze buurtgenoot Ed S. laatst een boete van bijna 50 euro voor blowen op straat!

zei: J.B. Arend op 01/09/2005 om: 22:15u

Het typische betweterige gebral van een cynische ivoren toren academicus vauit zijn uitaard smaakvol klassiek ingerichte huiskamer.
Natuurlijk is Fortuijn schuldig aan alles wat er nu bekritiseerd wordt. Ook al was Fortuijn zelf voor een generaal pardon. En dat er nooit vergelijkingen met het buitenland worden gemaakt is ook flauwekul. Van Rossum hangt de Marcel van Dam doctrine aan: ga maar rustig slapen mensen, alles komt vanzelf goed.

Misschien moet van Rossum weer gewoon aan de vrouw. Het zou hem goed doen.

zei: TRS op 04/09/2005 om: 11:51u


Powered by Greymatter