Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

07/28/2005: "Waarnemingen op Aráinn"

Voor Marten Toonder, en voor de man achter Eric de Noorman en Ograg de Speermaker
zielknijper (2k image)
Klik op meer

Op de heuvel met uitzicht op het dorpje waar je aankomt, Cill Rónáin, strijk ik neer in het gras met Oorlog en vrede. Dat moet je gelezen hebben, maar in tegenstelling tot bijvoorbeeld Misdaad en straf grijpt de Verantwoorde Oude Rus mij nooit zo dat ik er ver in kom (De VOR was nog anarchist ook, dubbele verplichting...).
Ook nu kom ik niet ver. Van de andere kant van de heuvel komt een mannetje, zoals alleen in Ierland mannetjes op lijken te kunnen duiken. Hallo en zo. Mijn vraag: "U komt toch niet van de andere kant van de heuvel?" "Jawel." Wetende dat dit een zeer steile klip is moet ik ongeveer naar lucht happen. "Wat deed u daar dan?" "O, ik was mijn vallen aan het inspecteren." Hij vangt krabben, daar aan de andere kant. "U leest. Mooi zo. Mensen hier houden van lezen, en de toeristen ook. Misschien zou u een boekhandel hier in het dorp moeten openen." En hij verdwijnt weer. Van Tolstoj komt weer niet veel meer.

Ik fiets langs een keienstrand en sta oog in oog met een groepje zeehonden die vrolijk knorrend zich helemaal niets aantrekken van de mensen die zich op de wal verzamelen om naar hun te kijken. Eén toch zwemt er rond. Ik hop van steen naar steen en sta oog in oog met een zeehond. Ik maak een foto en stap weer op mijn fiets. Een eind fietsen verderop loopt een meisje alleen. Ze komt uit Australië en wandelt langs de Ierse westkust. "Heb je de zeeleeuwen gezien?" vraagt ze. "Zeehonden, bedoel je." Ik voel mij weer eens een zeikerd, maar ik vind de Nederlandse naam na de ontmoeting zo treffend: ze hebben echt een hondesnuit, vandaar mijn behoefte aan verbeteren.
Ze vraagt of ik een foto van haar wil maken met op de achtergrond, aan de zeekant, een meertje waarin zwanen zwemmen. Natuurlijk. "Zal ik ook een foto van jou maken?" Ik kijk rond en zie zo'n piepklein Aran-weitje met wat koeien aan de overkant van de weg. "Ja, met die koeien op de achtergrond." Enkele zomers voordien had ik in samenspraak met een makker een zaal onderhouden met een beschouwing over de Realiteit van de Koe op de Araneilanden.
Haar groetend en dankend stap ik weer op de fiets. De rest van mijn leven kan ik mij afvragen of het misschien leuk was geweest haar een lift aan te bieden. Er hangt regen in de lucht. Galant zou het zeker zijn geweest.
Mijn foto's waren geen van alle gelukt. Hopelijk haar zwanenfoto wel.

Van het strand naar het logement loopt een weggetje heuvelop. Aan weerszijden van de weg is een begraafplaats, zo in het open veld. Als ik aankom vraagt een van de mensen die aan de open haard zitten: "Heb je het spook gezien?" Ik vind dat nogal stereotiep. "Ja, ik begrijp wat je denkt. Maar ik heb hem gezien, en ik was niet in mijn eentje. Ik heb getuigen. En voor de zekerheid: we waren op weg naar de pub, dus niet op de terugweg." De man blijkt schrijver en heeft over de ontmoeting een verhaal geschreven in het blad Island magazine. 's Avonds ga ik op pad om te zien of ik geluk heb. Het gaat weer eens regenen, dus ik doe mijn felgele poncho aan. "En, heb je hem gezien?" vraagt de schrijver als ik terugben. "Nee," zeg ik met enige spijt. "Je had ook niet die poncho aan moeten hebben."

*


Twee keer hebben onze levens als het ware elkaar geraakt. De eerste keer toen ik samenwerkte met de Man achter Erik de Noorman die voor of bij hem gewerkt had. Een zoon van Marten Toonder heeft nog een huiveringwekkend verhaal geschreven waarin mijn vriend en zijn vader voorkwamen.
De tweede keer was toen ergens werd gesteld dat Toonder de Nederlandse taal had verrijkt met het woord zielknijper. Dit moest ik tegenspreken. In mijn speurtochten door het Nederlandse fin-de-siècle-anarchisme was ik een brochure tegengekomen van B.P. van der Voo, waarin deze gehakt maakte van een Nederlands proefschrift over "de psychologie van de anarchist". Met duidelijk minachtende ondertoon gebruikte Van der Voo het woord 'zielknijper' voor de charlatan-promovendus. Als het woord niet door hem bedacht was moest het ongeveer een eeuw geleden begrijpelijk en dus gangbaar in de spreektaal zijn geweest. Wist Toonder dit? Als hij al antwoord op zo'n vraag had willen geven kan ik deze niet meer stellen. Ach, een woord meer of minder doet er bij zo'n rijkdom ook niet toe.

Rust zacht, zonder te spoken.

1 Reactie


Rust zacht, Marten!!
nadenken huilen
liefde liefde

zei: K. Duck op 28/07/2005 om: 14:18u


Powered by Greymatter