Index pagina
Geschiedenis
Ook leuke sites
Zeg het anders priveWij kunnen er helaas ook niets aan doen!
 





 

 

01/15/2005: "Statement tegen de stilte"

Al driekwart jaar voert schrijfster/dichteres Joke Kaviaar haar eigen guerilla tegen het uitzettingsbeleid van Minister Verdonk.
StopDeportaties (12k image)
Ze schreef een vlijmscherpe aanklacht tegen het hardvochtige beleid: Stop de deportaties! - Een statement tegen de stilte. En koppelde daar een campagne aan vast waarin ze oproept om tenminste een mail naar de verantwoordelijke minister te sturen.
Klik hieronder op meer voor de volledige tekst, een videofragment vind je hier.

STOP DEPORTATIES! - Een statement tegen de stilte

Niet in mijn naam
Deportaties uit het land van de tulpen
Dove oren in het land van de molens
Een trap na in het land van de klompen

En weer zet de minister haar handtekening onder een
doodvonnis, afgeschermd door wetten en regels en
goedgekeurd door de democratie. En weer worden mensen uit
huizen gesleurd omdat zij geen papieren hebben, alleen maar
verhalen die niet worden geloofd want ze weten teveel van
wat wij niet weten willen en zo worden wij, kiezers,
afwachtenden, verlengstuk van folteraars en moordenaars en
wij sturen hun slachtoffers terug naar hen, maar niet
voordat wij hen wekenlang op vier vierkante meter tussen
muren van beton, tussen prikkeldraad en leugens, hebben
voorbereid op wat hen daar wacht. Een voorproefje slechts.
Isolatie, uitsluiting, geen uitzicht, geen lucht, geen
adem, geen rust want wij verlenen graag passage voor de
tirannie, want wij zetten het stempel op het hoofd van een
mens zonder paspoort, want wij verlenen status aan
diezelfde minister die haar handtekening zet, met mooie
krullen en een vloeiende pen van zilver, gedoopt in bloed,
in een lederen zetel in de balzaal van de staat en ja, in
mijn naam, in mijn naam doet zij dat en daar verdient zij
maandelijks duizenden pegels mee.

Niet in mijn naam
Uitbuiting in het land van de handel
Vogelvrij in een land dat vleugels uitslaat
Kind in een land waar het niets mag leren
Opsluiting in het land van de vrijheid

En ik herinner me, jaren geleden, toen dit alles nog
fascisme heette en ‘eigen volk eerst’ als gedachte werd
verworpen en waar iedereen van kotste dus wat gaan we nu
doen? Gaan we schrijven naar de krant, fulmineren op een
zeepkist? Het is wel het minste! Gaan we demonstreren en
bezetten, gaan we parlementair goedpraten in verhoogde
regeringszetels verstoren met onze kreten? Gaan we slopen
de centra die als kampen dienen voor ongewensten, gaan we
stemmen laten horen die nu worden genegeerd? Dan voorspel
ik, en het is al gebeurd, dat de noodtoestand wordt
afgekondigd, dat demonstraties worden verboden of anders
genegeerd, dat wetten tegen ons worden gebruikt, dat van
ieder die de stem verheft foto’s en vingerafdrukken worden
genomen, dat de mobiele eenheid met traangas komt en
wapenstok. Maar wat zou het, als we ook maar een beetje
voelen wat die mensen voelen, die de vrijheid al een leven
lang wordt afgenomen? Wat zou het? Misschien zien we het
dan, want wat is onze vrijheid waard zonder de vrijheid van
een ander? Want wat is mijn vrijheid waard? Het is de
vrijheid van een beul, die zelf geen vuile handen maakt.

Niet in mijn naam
Naar een land waar van vrouwen
clitoris en schaamlippen worden gesneden
Niet in mijn naam
Naar een land waar homoseksuelen
om een kus worden opgesloten

Waar is de vrijheid die wij mogen genieten, om uitbundig te
zijn en te vrijen op het strand, om een joint te roken, om
ons flink te bezatten? Waar is de vrijheid dat ik zeggen
kan wat ik zeg, hier op deze plaats, waar is die vrijheid
voor een ander? Die is gekneveld, geketend, in een
vliegtuig weg van hier! En ik wil nog wel verder gaan want
zo sterk voel ik de onmacht, zelfs al luistert iedereen, zo
sterk voel ik de gezapigheid, zelf al roept er iemand ‘Goed
Zo!’ Achttien jaar geleden, de brand in Kedichem, wie
herinnert zich het nog? Er waren twee partijen, extreem
rechtse partijen, en ik stond daar te kijken hoe de rook
tot vlammen werd en de voorgenomen fusie van het kwaad
verhinderd werd. Zie nu datzelfde kwaad, vertegenwoordigd
in de rede die niet aangevallen mag want dat heet
demoniseren, het is nu netjes en beschaafd, en goed
geďntegreerd. Ingeburgerd in nette discussies van nette
mensen behalve dan dat woord, dat ene grote woord, want o
wee dat ene woord sluit uit van deelname aan ons meeste-
stemmen-gelden-overleg, hier is dat ene woord: Deportatie.
Zo doen we dat hier toch?

Niet in mijn naam
Naar een land waar voor woorden
de messen worden geslepen
Niet in mijn naam
Naar een land waar voor het zien
de ogen worden gestoken

En wij vieren onze vrijheid want dat alles is ver weg. En
wij vieren onze vrijheid want onze oorlog is voorbij. En
wij vieren onze vrijheid want de koningin is jarig. En wij
vieren onze vrijheid, want de wanhoop kennen wij niet. De
wanhoop die lippen en oogleden dichtnaait. De wanhoop die
een hongerstaking voedt. De wanhoop die maakt dat jonge
kinderen nog, zich bommen ombinden en bereid zijn te
sterven. En wij vieren onze vrijheid en verkopen ons succes
waar er goed voor wordt betaald. En wij vieren onze
vrijheid en dumpen onze troep waar het uit armoe wordt
binnengehaald. En we gooien ze overboord, de genummerde
mensen die dachten het hier te vinden, het grootste goed om
voor te leven, vrijheid, u weet wel, dat wat in een cel
niet is te vinden, een cel waarvan wij de sleutel hebben.
Kom op alle mensen, zeg het en toon het, wij willen die
vrijheid niet! Vernietig de instrumenten die ter deportatie
worden gehanteerd, zoals u in oorlog zou doen, en ga voor
de deuren van de huizen staan waaruit asielzoekers worden
afgevoerd, help buren, help kinderen, zeg op zijn minst ‘Ik
wil dit niet!’ Ik wil dit niet. Niet in mijn naam, de
deportaties. Niet in mijn naam.

En als u, lezer of toehoorder, nu denkt dat ik probeer u
ertoe aan te zetten ergens iets te doen en vindt dat het te
ver gaat wat ik zeg, dan is mijn antwoord: U heeft gelijk,
want ik wil het niet worden, dichter van de maand of
dichter van het jaar, omdat ik enkel schrijf over zuipen en
feesten en neuken of over hoe mooi lentegroen de blaadjes
aan de bomen weer worden. Dat is al zo vaak geschreven en
protest wordt nooit genoeg gehoord! Daarom roep ik op,
iedereen, schrijvers, dichters, dichter des vaderlands, zeg
het, laat het horen. Roep op tot oproer en doe mee.

Niet in mijn naam
De deportaties, de marteling
Wel in mijn naam
Verzet, ongehoorzaamheid

Niet in mijn naam
De mooie praatjes, ongeldige garanties
Wel in mijn naam
Alles om dit kracht bij te zetten

Breek de muren af! Stop de deportaties! Sleept u mij dan
maar weg, minister Verdonk, want u handelt niet namens mij!
Het zijn niet de ongelukkigen die stiekem door u weg worden
gestopt, verstopt voor het oog van critici, die u liever
hier niet heeft. Nee, ik ben het, die u liever kwijt dan
rijk zou moeten zijn, ook al ben ik hier geboren en is dat
het enige dat mij voorrecht geeft, want ik houd mijn mond
niet dicht en ben dus lastiger dan hen en waarom zou uw
handelswijze zich moeten beperken tot de zogenaamde
vreemdelingen want we zijn toch allen gelijk volgens de
grondwet? Alles is mij liever dan medeplichtig te worden
gemaakt aan de misdaad van de deportaties! Niet in mijn
naam, nog langer zwijgen. Niet in mijn naam.

Niet in mijn naam
Deportaties uit het land van de tulpen
Niet in mijn naam
Dove oren in het land van de molens
Niet in mijn naam
Een trap na in het land van de klompen
Niet in mijn naam

Joke Kaviaar, schrijfster, dichteres, 12 april 2004


Powered by Greymatter